Monthly Archives: July 2024

Treinkerkhof

In Canada is de trein al vroeg omarmd als een efficient vervoersmiddel en overal door de bergen lopen treinrails. Hier in Whistler werden die vooral gebruikt voor het vervoer van goederen en dan met name bomen. Voordat de snelwegen er lagen was de trein eigenlijk de enige manier om goederen vanuit het Noorden richting Vancouver te krijgen. Op 11 augustus 1956 gebeurde er met zo’n bomen-trein een ernstig ongeluk: de machinist had haast, ging te hard en vloog uit de bocht. Het duurde dagen voordat het spoor weer vrij was, zeven wagons waren niet meer te redden en werden aan de kant gesleept en achtergelaten in het bos. En daar hebben ze nu een mooie plek van gemaakt, een soort industriële kunst in het bos. 

De wandeling ernaartoe kan over een makkelijk wandelpad of je kunt een uitdagender pad nemen dat het de loop van het water meer volgt. Dat laatste kost meer tijd, maar is zoveel mooier (en leuker). De kracht van het water is machtig om te zien, in de winter komen er hele bomen mee stroomafwaarts en die maken soms grote dammen over de rivierloop heen. Je wandelt over een rotsachtig pad, steeds omhoog en omlaag, de grond veert lekker mee van al die jaren organisch materiaal waar je op loopt en op de rotsen zit een dikke laag mos: prachtig!

Midden in het bos kom je dan een schommel tegen, daar moet natuurlijk even op geschommeld worden. Aan het eind van het pad vinden we een mooie hangbrug om over te steken naar de treinen. Bart en Eniek hebben meer lef dan ik en springen midden op de brug flink op en neer, met een redelijk korte overspanning is dat waarschijnlijk veilig genoeg. Aan de overkant lopen we door het trein”kerkhof”; de wagons zijn danig gedeukt en half uit elkaar soms, met graffiti is er een kleurrijk geheel van gemaakt. Bizar om daar rond te lopen. De treinrails loopt nog steeds erboven, maar is nu privé bezit en wordt zo te zien niet heel vaak meer gebruikt. De terugweg doen we via het makkelijke pad, daar komen we ook heel wat meer mensen tegen. 

Terug in Whistler is het al weer lunch tijd, zo’n wandeling van 6 km kost toch al gauw een uur of twee met al het klimmen en klauteren en natuurlijk ook het staan verwonderen. De bagels zijn we nu wel een beetje zat, dus we trakteren onszelf op een lekkere lunch bij Portobello, het restaurantje dat vlakbij ons hotel zit en waar we in de winter kind aan huis zijn voor de warme chocomel met slagroom, maar nu gewoon aan de ijskoffie of frisdrank gaan. 

De bewolking hing wat laag, dus we hadden twijfel of ons middagprogram wel door kon gaan, maar we waagden ons toch weer in de gondel omhoog. Dwars door de wolken gaan met je gondel is een speciale ervaring, dichter dan de dichtste mist en als je er dan weer uitkomt is het gewoon helder weer. Maar helaas, vanwege de bewolking, de wind en de lage temperaturen was de Peak lift dicht en konden we dus niet naar Raven’s Eye. Ja, we konden gaan wandelen, maar om nog een keer 3 uur te wandelen, dat ging ons toch een beetje te ver. Nog afgezien van het feit dat we dan enorm moesten haasten om de laatste gondel naar beneden niet te missen. We schuiven Raven’s Eye op naar een andere dag, dat is het fijne van hier een week zitten, dan heb je de ruimte om dat soort dingen te schuiven.

 

Er valt water

Ook op vakantie regent het wel eens, da’s niet erg, dan pas je gewoon je activiteiten wat aan. En zeker in dit bosrijke gebied is regen alleen maar goed. We willen geen herhaling van Jasper! Overal staan de waarschuwingen over brandgevaar en open vuur is verboden, de meeste mensen houden zich er goed aan, want we zien eigenlijk geen mensen roken (of misschien zijn de Canadezen wel gewoon gezonder). Nu regent het niet zo hard dat het echt zoden aan de dijk zet, alles wordt wel nat, maar het is nu ook weer geen waterplasfestijn. Het niveau brandgevaar in het dorp gaat wel van ‘extreme’ naar ‘high’, da’s in ieder geval iets. 

We maken er gewoon een rustige ochtend van, ik maak een lekker ontbijt met eieren, spek en bagels en tussen de buien door doen we wat boodschapjes met paraplu die we kunnen lenen bij de receptie, en boeken we onze activiteit voor woensdag in het dorp (cliffhanger). Bart hangt de halve ochtend met Avis aan de telefoon, want op de credit card verscheen opeens een ‘no show fee’, wat toch wel raar is als je gewoon een auto hier in de garage van het hotel hebt staan. Na wat speurwerk komen we erachter dat de auto die wij mee hebben op naam staan van een van den H…, blijkbaar zijn alle namen met van der/van den hetzelfde en heeft de meneer achter de balie een fout gemaakt. Nu vragen wij ons af of deze meneer van den H… in onze auto rijdt en hetzelfde probleem heeft. Het is blijkbaar niet makkelijk te herstelen, want alle locale Avis kantoren zijn losse entiteiten en dit probleem moet je oplossen via Avis hoofdkantoor, maar goed, het probleem is aangekaart en ze zeggen 5 werkdagen nodig te hebben om het op te lossen. We gaan het zien, gelukkig gaan we pas op 14 augustus terug.

We hebben geen van allen echt zin in een museum en na een vroege lunch besluiten we dat als we de wandelingen kort houden, dat het risico op nat worden een stuk kleiner is. Binnen een half uur rijden heb ik twee watervallen gevonden die max 10 minuten wandelen vanaf de parkeerplaats zijn, de eerste is Alexander Falls in de Callaghan Valley. Door de Olympische spelen loopt er nu een mooie weg naartoe, als je even verder door zou rijden, dan heb je daar het biathlon theater en de skischans. Voor die tijd moest je vanaf de snelweg de 10 km naar de waterval hiken, boffen wij even. Een spectaculair stukje natuurgeweld: 43 meter hoog en op z’n breedste punt 12 meter breed. We zijn op 1 auto na de enige die ervan staan te genieten, da’s dan een voordeel en daar trotseren we graag wat miezer voor. 

De tweede waterval is maar een paar kilometer verder: Brandywine Falls, qua hoogte nog spectaculairder met z’n 70 meter vrije val. Mooi ingesloten door de rotswanden. In het park mag je alleen op de paden lopen en je mag ook niet naar beneden hiken om de waterval van onderen te bekijken, te veel erosie en gevaar voor vallende gesteente; maar we volgen wel twee mooie kleine paadjes. Het eerste naar het uitzichtpunt over Daisy Lake en daarna nog een tweede, met iets meer uitdagend klauterwerk, naar het zwemmeertje. Het weer is er ook niet naar, maar wel een goede reminder dat ik op dit soort wandelingen eigenlijk gewoon standaard m’n zwemspullen mee moet nemen. 

Terug in het dorp gaan Eniek en ik op zoek naar bear spray, hier in Whistler valt het nog wel mee, omdat er a. geen grizzly beren zijn en b. omdat de beren zo gewend zijn aan veel mensen, maar als we verder gaan reizen dan moet je de beren toch echt wel serieuzer nemen en dan voelt het wel fijn als je op je wandelingen zo’n enorme bus peperspray 2.0 mee hebt. Het feit dat Christian tijdens de bear tour zo’n bus in zijn coffee cup holder had staan, zegt toch wel dat het verstandig is. Hopelijk hoeven we hem niet te gebruiken. 

Na het avondeten gaan Stijn en ik naar Merlin’s bar om een heuse Marvel pub quiz mee te doen. Al sinds hij een jaar of zes is zijn wij samen naar alle Marvel films geweest, dus toen we de flyer zagen, hadden we daar natuurlijk wel oren naar. Eniek en Bart zijn iets gematigder in hun Marvel liefde en een drukke pub is meer iets voor extraverten, dus die blijven thuis. En zo zitten moeder en zoon dus tussen de groepen jongeren in de bar aan de cocktail. De beste team naam kreeg 5 extra punten, maar onze America’s Ass legde het daarin af tegen bijvoorbeeld namen als We are Groot en Iron Man’s Rusty Balls. Qua punten stonden wij echter vanaf ronde 1 aan kop. Op het laatst werd het nog wel spannend, want de laatste ronde was plaatjes en dus geen feitjes of geluidsfragmenten, maar uiteindelijk wonnen we alsnog met 1 punt voorsprong. Wat een superleuke avond!

 

Ik zag geen beren broodjes smeren

In het land van de beren wilden we natuurlijk ook beren zien, maar dan wel veilig. Dus het leek ons een goed idee om eerst eens op een guided bear tour te gaan. Dan kan zo’n gids je uitleggen waar je op moet letten en zo. Om kwart over zeven verzamelden we ons bij het houten huisje onderaan de Blackcomb gondola en samen met twee mannen uit Florida gingen we met gids Christian op zoek naar beren. Niet te voet, want dan is je actieradius natuurlijk veel te klein, maar in een grote 4×4 waar we met z’n allen inpasten. Die 4×4 had je ook echt nodig, want we bleven natuurlijk niet op de gewone weg, maar gingen op de skiroads/skipistes.

Zwarte beren eten met name plantaardig voedsel, als ze de kans krijgen op wat dierlijke eiwitten, dan eten ze die wel, maar ze zin vooral een beetje lui volgens onze gids. Ze zijn wel dol op bessen en die groeien met name aan de rand van de bergweiden. Met z’n allen hobbelden we langs alle bergeweiden op Blackcomb Mountain, speurend naar zwarte, harige vormen. Geweldige vergezichten en groene weiden met bloemen, maar geen beer te zien. De gidsen houden elkaar op de hoogte waar ze de beren vaak zien, dus we gingen ook de Whistler berg op om daar de plekjes af te speuren. Die berg kennen we eigenlijk het beste qua skipistes, dus het was super grappig om nu te rijden waar je normaal skiet.

Helaas ook aan Whistler kan geen geluk met beren. Wel gingen we met z’n allen de auto uit om te kijken naar een berenhol waar beren ‘s winters overnachten. Black bears slapen blijkbaar in holle yellow cedar bomen, dat van die grotten is iets romantisch uit films, aldus de gids. De haren van de vorige bewoner zaten nog aan de boomrand vast, maar (helaas) ‘s zomers geen kans om er een beer te zien, dan slapen ze gewoon buiten. Redelijk klein holletje als je bedenkt dat er aan het begin van de winter een vrouwtjes beer inkruipt en dat die er dan in de lente uitkomt met haar 2 of 3 jonge beertjes. Beren worden alleen maar zwanger als ze genoeg vet hebben opgebouwd, want zonder vet overleef je de winter sowieso al niet, laat staan als je een aantal hongerige kinderen te eten moet geven. De gids vertelde ook dat de beertjes vrij lang nog bij hun moeder drinken, dus vandaar dat ze veel meer tijd hebben om te spelen, want voeding hoeven ze zelf niet echt te zoeken, dan dwalen ze soms wat verder af en dan krijg je dus de beruchte “ongelukken” dat wandelaars per ongeluk tussen moeder en kind in komen te staan. Maar verder heb je van zwarte beren niet veel te vrezen, volgens Christian dan. (De grizzly is een ander verhaal, maar die zitten veel hoger en verderop.)

Aan het eind van onze drie uurs tocht nog steeds geen beer gezien, tja, dat kan gebeuren, staat ook in de kleine lettertjes van de tocht als je hem boekt, dat er geen garanties gegeven kunnen worden. Christian stelt voor om toch nog 1 keer op Blackcomb te gaan kijken, als we het niet erg vinden dat de tour iets langer duurt. Wij geven ook niet zo maar op, dus maken nog een tweede rondje Blackcomb met z’n allen. Ach, helaas laat de natuur zich niet sturen. De mannen uit Florida stellen ons gerust dat wij bij Banff vanuit de gondel zat beren zullen gaan zien. En daar moeten we het voor nu dus maar even mee doen. 

We lunchen in ons appartement en zijn dan weer voldoende opgebeurd voor deel 2 van de dag: een pittige bergwandeling langs mooie bloemen bovenop Blackcomb Mountain. Als je van wandelen houdt, kun je hier je hart echt ophalen, de paden zijn allemaal mooi aangegeven en er is keus zat. Voorlopig houden wij het maar even op de blauwe routes, want de zwarte staat bij vermeld dat het a. erg steil is en b. vaak ook met losse stenen en dat bergklimervaring een pré is. Blauw is medium, met steile stukken en soms een klein beetje klauteren, maar uitdagend genoeg voor een eerste wandeling.

De vergezichten en de bloemen die we onderweg zien, zijn adembenemend. Het weer werkt ook goed mee, het is licht bewolkt en af en toe zonnig, maar niet al te heet, prima wandelweer dus. Onderweg kunnen we even afkoelen op een paar verdwaalde sneeuwveldjes. Bart en Eniek houden een mini-sneeuwballengevecht, maar te lang stilstaan in de sneeuw krijg je het toch koud van. We komen langs de 7th Heaven lift, berucht om z’n lange rijen in de winter, maar nu draait hij natuurlijk niet. Alleen een paar wandelaars en een verdwaalde marmot, wat een rust! 

Weer terug in het appartement wassen we het stof van ons af met een snelle douche en doen we het de rest van de middag rustig aan. Een eenvoudige pastamaaltijd is het niveau cuisine dat ik nog aankan in de vakantie, we zijn allemaal best moe, al weet ik niet of dat komt door het wandelen of omdat we allemaal nog steeds rond een uur of 4 ‘s ochtends al wakker zijn…

Whistler zonder sneeuw

Dat je een paar dagen nodig hebt om een tijdsverschil van 9 uur uit je systeem te krijgen, daar hebben we genoeg ervaring mee. Dat maakt het nog steeds niet geweldig dat je vanaf een uur of 3 wakker bent en je wel probeert om te draaien, maar dat dat met wisselend succes lukt. De mannelijke helft van ons reisgezelschap lijkt er beduidend minder moeite mee te hebben, dan de vrouwelijke helft. Het voordeel is wel dat je dan op tijd wakker bent om de qualifiers voor Formule 1 live te kijken op TV.

Het is een mooie zonnige dag, al begint hij ‘s ochtends nog een beetje fris, daar hebben we lange broeken voor meegenomen. Na een ontbijtje met de vertrouwde bagels uit de toaster gaan we op weg om het dorp weer te herverkennen. We moeten alleen nog even ophouden met steeds te zeggen hoe grappig het is om iets zonder sneeuw te zien. Voor het hotel geen meters opgeschoven sneeuw, maar een middenberm vol met bloemen.

Op de groene pistes zien we wandelaars en mountainbikers, die zich wel gewoon met de gondel omhoog laten brengen. We lopen eerst vanuit Blackcomb naar Whistler over de bekende overdekte brug over het riviertje de Fitzsimmons, dit keer alleen water en geen ijsformaties. En voor alle Marvel fans: zo heet de rivier echt, misschien een grapje van de schrijvers geweest om Leo Fitz en Gemma Simmons aan elkaar te koppelen? 

In Whistler zien we dat we met onze neus in de boter vallen, de finale van de Redbull Joyride als onderdeel van de Crankworx week hier in Whistler staat op het punt te beginnen. Voor wie Crankworx niet kent, het is een serie internationale mountainbike wedstrijden, waar alle top moutainbikers bij elkaar komen. Op de locatie waar in de winter de ski- en snowboardshow Fire en Ice gehouden wordt, is nu een speciaal stunt parcours aangelegd. In het begin is het nog lekker rustig, maar er komen steeds meer mensen op af en als de berichten enigszins juist zijn, komen er over de hele dag zo’n 30 duizend mensen op af. Dat het een enorme massa was, dat hebben we geweten. Maar we stonden redelijk met onze neus op de actie. Echt geweldig om te zien. Eniek heeft het meeste gefilmd en die heeft het filmpje dan ook in elkaar gezet. 

Met onze liftpassen pakken we rond een uur of twaalf de gondel naar boven om daar in het restaurant met uitzicht op de bergen te gaan lunchen. De menukaart is in ieder geval wel hetzelfde in de zomer als in de winter. Al smaakt poutine als ik heel eerlijk ben een stuk beter in de winter. Voor wie een opfrisser Canadese keuken nodig heeft: dat is patat met een soort jus en kaas, de Canadese kapsalon zullen we maar zeggen. 

Boven is het toch wel wat fris en aangezien we allemaal onze lange broek hadden ingeruild voor een korte, besluiten we om het vandaag even te houden bij de liften en het wandelen in de bergen naar een andere dat te schuiven als wij iets beter voorbereid de berg op gaan. Met de Peak2Peak steken we over naar de Blackcomb kant en de gondel naar beneden maakt het rondje weer compleet. Wel raar om de bordjes van de skipistes gewoon nog te zien staan waar ze in de winter ook staan. Maakt wel dat het makkelijker is om ons te oriënteren waar we ongeveer zijn, want alles ziet er zo anders uit. De groene weiden en bomen zijn geweldig mooi, maar de sporen die wintersport achterlaat in de natuur zijn verder toch eigenlijk wel shocking en langschapsvervuiling, maar goed, daar zul je mij in de winter ook niet meer over horen…

Canada in de zomer

Eindelijk is het dan zo ver! Wij zijn altijd vroege planners en boekers, maar als je dan alles in november al hebt uitgedokterd en geboekt, dan duurt het toch nog wel erg lang tot het 26 juli is. Whistler hebben we al vaker bezocht in de winter, maar ook in de zomer is het een populaire vakantiebestemming, dus wij dachten: laten we onze reis naar het Westen van Canada dan daar eens beginnen. De rechtstreekse vlucht van KLM naar Vancouver is echt super, met een kleine 9 1/2 uur vliegen ben je er al. Maar eerst moesten we natuurlijk nog naar Schiphol. Dat het parkeren daar echt duur geworden is, blijkt wel als je goedkoper twee keer een taxibusje kunt gebruiken dan je auto gewoon bij Schiphol neer kunt zetten. Of zou het ermee te maken hebben dat parkeren het enige was dat we niet lang van tevoren hadden geregeld? 

De drukte op Schiphol viel ook heel erg mee, door alle drukte-verhalen aangestoken waren we al ruim drie uur van te voren op de luchthaven. Maar als je dan direct door kunt lopen vanuit de self-check van de bagage, de security en de paspoortcontrole, dan sta je een half uur later alweer aan de andere kant een tafeltje te scoren bij de Starbucks. 

Ook in Canada ging alles soepel, de eTA’s (het Canadese ‘visum’ of de Canadese ESTA variant) hadden dan voor de vakantie nog wel wat stress op geleverd (die van Bart, Eniek en Stijn waren direct goedgekeurd en de mijne liet 10 dagen op zich wachten!), de douane en paspoort check ging zo snel dat we zelfs nog even op onze koffers moesten wachten. Huurauto bij Avis opgehaald en met een grijze Toyota RAV4 en de navigatie op onze iPhone met e-sim voor de data in Canada trotseerden we de avondspits dwars door Vancouver. Dat ze daar nog geen mooie rondweg voor hebben uitgevonden…

Als je de Sea to Sky in het daglicht kunt rijden, dan snap je weer waarom dit een van de meest scenic routes is van Canada. In de winter wordt het al om half vijf donker en dan zie je er niet zo veel van, maar nu was het extra genieten en dan is die 2 1/2 uur veel aangenamer. 

Halverwege maken we in Squamish de gebruikelijke stop bij de Walmart om daar de eerste levensbehoeften in te slaan: melk, bagels, boter, kaas en eieren, bacon, thee, koffie, Tropicana, koekjes,  enfin, genoeg om het in ieder geval ‘s avonds en de de volgende ochtend goed uit te zingen. 

Rond negen uur komen we aan bij het hotel, we komen hier al sinds 2012, dus als ze bij de receptie zeggen ‘welcome home’, dan voelt dat ook een beetje zo. Maar in de zomer ziet het er toch wel heel anders uit! Deze lange dag zijn we met z’n allen goed doorgekomen, maar we zijn allemaal wat blij dat we nu horizontaal kunnen gaan en we slapen allemaal bijna nog voor ons hoofd het kussen raakt.