Maandagochtend heb ik me eerst uitgeleefd op het meest uitgebreide, luxueuze ontbijtbuffet ooit. Ik had tot mijn vlucht toch niet veel te doen, dus had ook lekker een krantje meegenomen om te lezen tussen de “gerechten” door en had me voorgenomen om lekker te genieten. Een dik uur zitten tafelen, lezen en geklets met de mensen aan het tafeltje naast me. En zo veel gegeten dat ik tot een uur of 3 ‘s middags geen enkele behoefte had aan eten, hahaha. Met de bus van 4 shekl naar het vliegveld net ten Noorden van Eilat om met Arkia Air terug te vliegen naar Tel Aviv om daar Eniek weer te gaan zien. Op Snapchat kon ik mooi zien dat we niet heel ver van elkaar vandaag zaten, met wel het verschil dat ik ging vliegen en zij met de bus ging.
Aangekomen in het hotel stond op de borden al weer een welkomsboodschap voor de groep studenten van het hotel, maar ik moest minstens 3 uur wachten tot de bus kwam, zo veel sneller gaat het vliegtuig dus. Supervoldaan, maar ook supermoe stapte Eniek uit de bus. Zij deelde weer een kamer met twee andere meisjes uit haar groep en gaf aan dat ze graag afscheidsavond wilde mee vieren. Uiteraard natuurlijk, dus ik heb eten gehaald om in m’n eentje op de hotelkamer op te eten en Eniek ging terug om spelletjes te spelen en te kletsen tot diep in de nacht.
Bij het ontbijt trog ik haar en Eric en nog een aantal van hun nieuwe vrienden weer. Wat een superleuke club jonge mensen! Heb echt genoten van hun verhalen over hun week in de Kibutz en de woestijn. Ze waren natuurlijk heel serieus bezig geweest met het wetenschappelijk uitwerken van hun sustainable innovatie, maar hadden daarnaast ook genoeg leuke avonturen beleefd en heel wat mooie woestijnplaatjes geschoten. Eniek kan leuk vertellen over haar tijd daar, dus mocht je meer willen weten, vraag het haar gerust een keer. Zij en drie anderen hadden ook nog hoge ogen gegooid met hun uitwerken van een enzymatische batterij op ethanol en de derde prijs in de wacht gesleept. Natuurlijk was ik supertrots, maar ook zo goed om te zien dat ze daar zelf ook trots op was. Hieronder wat plaatjes van de laatste presentaties en prijzen.
We hoefden pas om een uur of vijf op het vliegveld te zijn voor onze vlucht naar Amsterdam, dus ik had Eniek en Eric beloofd dat ik zou proberen om wat hoogtepunten Tel Aviv met hen mee te pakken. Samen met Steve uit Slowakije die ook nog even langer bleef, stapten we in een taxi naar Jaffa, want dat is voor mij toch het hoogtepunt van Tel Aviv. Gelukkig dit keer wel
een droge dag. Alle punten die ik in mijn Jaffa blog beschreven heb, heb ik hen ook laten zien en daarna zijn we langs de zee en het strand naar het Noorden gelopen tot we er genoeg van hadden en richting Carmel Market gingen. Dit keer geen overstroomde straten en we hebben heerlijk wat shekls uitgegeven aan souvenirs op de markt en natuurlijk wat streetfood gegeten. Daarna wilden we wel even zitten en vonden we bij toeval een heel leuk klein koffietentje met een tuinterras achter het gebouw om koffie te drinken. Google vertelde ons dat heel toevallig bus 31 vlak bij dit punt naar ons hotel ging en aangezien we niet helemaal wisten hoe lang dat zou duren, zijn we op de bus gestapt. Korte tour, maar wel voldaan dat we Tel Aviv nog even hebben ‘geproefd’.
Daarna restte ons alleen nog om onze koffers weer te verzamelen, de shuttle naar het vliegveld te nemen en de uitgebreide veiligheidsprocedures van het vliegveld hier te doorlopen. Om het land uit te komen mag je toch zeker een uur uittrekken, op drie verschillende punten moet je vragen beantwoorden, je (hand)bagage laten checken en je paspoort laten zien. Gelukkig hadden we nog wel genoeg tijd om al onze cash uit te geven aan avondeten en snacks voor in het vliegtuig. Wederom een saaie vlucht van 5 uur naar huis waar om 1 uur ‘s nachts gelukkig de moeder van Eric ons stond op te wachten om ons naar huis te brengen. Om twee uur lieten wij onze koffers gewoon beneden midden in de kamer staan, pakten onze tandenborstel en gingen snel naar bed: zzzz…dromen van een onvergetelijk avontuur!







Het Underwater Observatory heeft een pier met toren waar je niet alleen bovenop een geweldig uitzicht hebt op de baai, maar ook 6m onderwater rond kunt lopen om het echte Rode Zee ecosysteem te bewonderen, een soort wild aquarium. Daarnaast hebben ze een zelfde soort opzet als een “gewoon” aquarium, met water schildpadden, een grote rode zee koraaltank, een tentoonstelling over diepzee wezens (ook interessant), maar de uitsmijter vond ik wel de haaien tentoonstelling. In Blijdorp hebben ze ook zo’n onderwater tunnel in het Oceanium, maar de informatie die ze hier gaven over alle soorten haaien was zo ineressant en leuk gedaan, ik heb bijna een uur rondgelopen en elk weetje gelezen. Het voeren van de haaien was natuurlijk ook een leuke show en alle kleine kinderen kwamen er op af, maar de gids wist ze goed onder de duim te houden en ze gingen allemaal netjes zitten. 











Toen ik ging bedenken wat ik allemaal wilde gaan doen in zes dagen Israel stond Jordanie op mijn lijstje. Israel en Jordanie liggen zo dicht bij elkaar dat een dag tripje naar Petra in het buurland steevast in de top 5 van “things to do in Israel” voorkomt. Je kunt vanuit Tel Aviv ook dagtripjes maken, maar waarom eerst 5 uur met de bus naar de grens rijden als je ook kunt vliegen naar Eilat om daar een paar dagen aan de Rode Zee te vertoeven. Zo gezegd, zo gedaan: met Arkia – de Israeli Ryan Air – een vlucht van wel 35 minuten geboekt naar Eilat. Vanuit de lucht gekeken of ik Eniek kon zien, maar zag vooral heel veel mooie woestijn.
Eilat zelf is eigenlijk het Benidorm van Israel. Niet alleen qua temperatuur (een graad of 5 warmer dan Tel Aviv/Jeruzalem, maar ook qua publiek: veel gezinnen en oudere mensen die komen voor het strand. En het shoppen, want blijkbaar is heel Eilat btw-vrij en het wemelt er van de overdekte winkelentra, maar daarover later meer, want laten we snel naar het hoofdonderwerp toewerken: Petra!


Waar ik me een beetje in vergist had was de afstand van grens naar Petra, geen boek meegenomen voor de 2 1/2 uur durende autorit, verplicht zen uit het raam kijken naar de woestijn, geen straf. Gelukkig wel een jas meegenomen, want bij de verplichte koffie-stop met souvenirs bleek het op grotere hoogte nog maar 10 graden Celsius te zijn…brrr.
In Petra waren we duidelijk niet de enige bus natuurlijk, ieder jaar trekt Petra een kleine miljoen toeristen, maar het park is uitgestrekt genoeg en alleen in het echt bekende centrum merk je dat het een mierenhoop is, daarbuiten is het nog wel rustig. Eerst legde de gids bij de kaart een paar dingen uit en vervolgens begon het grote wandelen… 


wordt door de koetsjes die met een noodgang door het pad rijden met toeristen die voor een paar dollar de afgeweging hebben gemaakt dat de ervaring en het niet hoeven lopen opwegen tegen het klapperen van je tanden en het niet zachtzinnig gehobbel. De kleuren van de rotsen zjin rood, geel en zwart en op plekken deed het me echt aan Arizona denken. In deze gang vind je soms platte rotsbeelden, soms helemaal weggesleten zoals de man met twee kwamelen op de foto hiernaast.


Na de Schatkamer was er nog meer moois te bewonderen. Inmiddels was de temperatuur ook dusdanig opgelopen dat alle jassen weer uitkomden en liepen we in de zon aardig te verbranden. Voor het geval jullie je afvragen waarom het de Schatkamer heet, ik herhaal ook maar wat de gids vertelde en heb niet gesource-checkt. Het was gebouwd als graf van een een rijke familie en die werden meestal begraven met allerlei rijkdom. Waar natuurlijk na eeuwen van grafroof helemaal niets meer van te vinden is. Sommige mensen opperden dat het eruit zag als een bank, ook een leuke uitleg. Super indrukwekkend als je bedenkt dat alles helemaal uit de rots is gehouwen om eruit te zien zoals de gebouwen die ze kenden uit Rome. Wat een werk… Alsof een gebouw uithakken nog niet genoeg is, wat dacht je van een amphitheater waar een paar duizend man in konden! 


Nadat we iedereen hadden uitgezwaaid die naar Bethlehem ging, liepen wij weer terug de Arabische markt om daar op het dakterras een lekkere falafel lunch te nuttigen. Tijd om de drukte van het oude Jeruzalem binnen de muren te ontvluchten en buiten de muren op zoek te gaan naar Mount Sion en alles wat daar te zien is. Net buiten de muren vind je een kerk die relatief nieuw is, want hij is gebouwd door de Pruisische Keizer Wilhelm eind 19e eeuw. Een redelijk stevig bouwwerk en volgens onze gids neergezet zodat de Duitsers konden opscheppen dat zij WEL dingen mochten bouwen en de Fransen en Engelsen niet. Maar ja, het Ottomaanse rijk liep op zijn eind en we weten allemaal dat daarna de Britten kwamen in 1917 tot aan de Israelische staat in 1948.
Aan de Zion kant ligt ook het gebouw waar men denk dat het laatste avondmaal heeft plaats gevonden alsook het graf van koning David. Ook de bovenzaal van het laatste avondmaal moest natuurlijk worden afgeleid en aangenomen. De zoektocht was natuurlijk al beperkt tot buiten de muren – Jezus vond de tempel maar een corrupt iets en wilde er dus niets mee te maken hebben – en blijkbaar waren er nog andere gelovigen die daar ook zo over dachten en de wijk waar die woonden hebben ze dus bedacht dat dit het gebouw/de plek wel MOEST zijn… Ook een leuk weetje is dat het dak helemaal erboven tot aan 1967 de plek was waar veel Joden kwamen bidden naar de originele tempel toe, omdat ze toen nog niet bij de klaagmuur konden komen, omdat Jordanie toen het oude Jeruzalem in handen had. Kunnen jullie het allemaal nog volgen? Ik moet eerlijk bekennen dat de geschiedenis van het Midden-Oosten bij mij niet zo bekend is als bijvoorbeeld die van West-Europa of de Verenigde Staten…
Via de buitenkant van de muur liepen we naar onze nieuw bus. De buitenkant van de muur verteld ook een heel verhaal op zich, de onderste stukken van de muur zijn 2000 jaar oud en de bovenste stukken maar 500. In die bovenste stukken zie je ook een heleboel kogelgaten uit de tijd van de onafhankelijksoorlog (1948). De nieuwe bus was natuurlijk een veel kleinere nu we nog maar met z’n vijven waren, maar wel een met heerlijke stoelen om ons moeie lijf in te laten zinken. Met een paar korte stops bij Mount Scopus met uitzicht over heel Jeruzalem, oud, nieuw, de olijfberg en Zion; de eerste Joodse wijk uit mid 19e eeuw met een karakteristiek windmolen die in Spanje met Don Quichote niet had misstaan en de Knesset kwamen we al weer aan bij de laatste stop van onze tour: de Machane Yehuda, ofwel Joodse markt.
Deze markt is met recht de mooiste markt qua levensmiddelen waar ik ooit geweest ben, zoveel lekkere dingen bij elkaar. Van kruiden, gedroogd fruit, de grootste granaatappels die je ooit gezien hebt tot aan vers gemalen Tahine, lekker brood, baklava en andere zoete versnaperingen. Het enige waar ik niet zo’n fan van ben is de Halva, dat is mij echt een graadje te zoet, of misschien kwam het doordat ze ons de citrus variant aanboden en had ik een chocolade variant wel lekker gevonden. 





Nadat we een dik uur over de markt gelopen waren en allemaal wat gekocht hadden en gegeten hadden, was het vijf uur en tijd om weer terug te gaan naar Tel Aviv. Althans, voor mij, want de gids zowel als de familie van vier met wie ik de middag had doorgebracht bleven in Jeruzalem en had ik dus de chique VIP bus helemaal voor mezelf alleen. We reden naar het Westen, dus ondanks het feit dat ik voor de tweede keer op rij de zon niet in de Middellandse zee heb kunnen zien zakken, was het toch een mooie gezicht. Wederom wat verkeersdrukte, maar om een uur of half zeven was ik dan toch weer in mijn hotel. Blog 2 ook af en nu dus beginnen aan dag 3 van mijn trip – een reisdag richting Eilat.
Met het drukke verkeer erbij was het dik anderhalf uur rijden voor we werden afgezet bij de Jaffa Gate waar onze gids Allan al op ons stond te wachten. Hij legde eerst de indeling van de oude stad uit met z’n vier kwartieren voor de verschillende geloofrichtingen: joods, moslim, christelijk en armeens (het kleinste deel, maar wel heel duidelijk apart benoemd). Als eerste gingen we naar de heilige grafkerk of zoals die in het Engels mooier heet: the church of the Holy Sepulchre. Eigenlijk wederom in omgekeerde volgorde, want naar verluid is deze kerk gebouwd op de plek waar Jezus werd gekruisigd, geolied en begraven, het einde van de Via Delarosa met alle stappen van zijn pad. De moeder van keizer Constanijn in ca 300 na christus heeft deze plek uitgekozen en de eerste kerk hier gebouwd. 300 jaar nadat het allemaal gebeurd is, moet je natuurlijk een aantal aannames maken, maar de logica van de stappen en het teruggrijpen op dingen uit de bijbel klonken toch heel logisch. In de kerk zie je ook heel duidelijk de verschillende stromingen van het christendom vertegenwoordigd, katholiek, Grieks orthodox, armeens, Russisch orthodox etcetera, voor mij meer af te leiden uit de letters, maar voor kenners ook aan de stijl en de soort van decoratie. De kerk is net als zoveel dingen hier niet de originele, want iedere keer als er een wisseling van de wacht kwam werden dingen afgebroken en weer opgebouwd. 


kraampjes doorlopen. De moskee die strategisch gebouwd is op de plek waar de oude Jodentempel een paar duizend jaar geleden stond (met de grote gouden koepel is niet de moskee zelf, het gebouw ernaast met de grijze koepel is de moskee), maar daar mochten we niet in natuurlijk. De dome of the rock zoals het gouden koepel gebouw heet, is wel gebouwd op de plek van de tempel, de Romeinen hadden de tempel verwoest in 70 AD en de kalief had er in ca 700 een moslim heiligdom op gebouwd.
In het Joodse kwartier vind je nog steed een aantal van de alleroudste constructies. De gids kon niet nalaten om steeds te benadrukken dat het Jodendom de oudste religie is, dan het christendom en pas daarna de profeet Mohammed. Een stukje van de oude Cardo is nog bewaard gebleven en daar leerden we dat deze marktstraat in Romeinse tijd altijd van Noord naar Zuid werd gebouwd, samen met de zon had je dan alle vier de punten van een kompas. Ook zagen we een stukje van de “brede muur”, bijna 3000 jaar oud en volgens velen aangehaald in de bijbel (Isajah 22:10).
Daarna gingen we door de beveiligingspoortjes naar de klaagmuur, een must-see stop natuurlijk en we kregen allemaal een klein papiertje om iets op te schrijven en in de muur te stoppen. De vrouwen hebben een kleiner stuk muur dan de mannen en daar is het dus ook een stuk drukker. Voor alle mannen was er ook een leen-keppel station ingericht, maar voor vrouwen mocht het zonder hoofdbedekking, al had ik wel voor de zekerheid een sjaal meegenomen.
Als laatste deel terug naar de Jaffa poort liepen we het eerste stuk van de Via Delarosa, inmiddels kon je daar over de hoofden lopen, goed de paraplu van je eigen gids in de gaten houden, want ook al hadden we afgesproken bij de Jaffa poort in het geval we elkaar kwijt zouden raken, in dit doolhof annex mierenhoop wilde ik toch niet verdwalen…