Monthly Archives: November 2023

Wauw deel 2

Tja, zo aan het eind van de vakantie begint mijn inspiratie voor pakkende titels wat op te raken, overdosis cultuur zullen we het maar op gooien. Maar werkelijk waar, Cordoba was zo mogelijk nog meer wauw dan Alhambra. Al in de eerste klas middelbare school geschiedenis kregen we te horen over de Mezquita en hoe bijzonder dat gebouw was, om er dan ook echt in te staan en die eeuwenlange geschiedenis om je heen te zien… geen woorden voor! 

Voor Cordoba had ik de kaartjes iets later op de dag geboekt, dat was dus fijn, want daardoor hoefde de wekker niet extreem vroeg en konden we ook nog rustig ontbijten voor we weer 2 uur in de auto richting het Noorden stapten. Het beloofde weer een mooie zonnige, ietwat frissere dag te worden, maar met 18C en zon hoor je ons absoluut niet klagen, die wind, regen en kou in Nederland kan ons niet ver genoeg weg blijven. Bart had een mooie parkeergarage uitgezocht, vlak bij het centrum, zelfs de ingang was een kasteelmuur. In de Spaanse stadjes zijn de straatjes kronkelend en smal, maar gelukkig hebben we daar met een Fiat 500 ook het model voor en navigeert Bart ons soepel overal doorheen. 

Voor het bezoek aan de Mezquita hadden we nog even tijd om eromheen te wandelen en de brug over de rivier te bewonderen. Het heet de Romeinse brug, maar alleen de fundering is nog Romeins, de rest van de brug is in later jaren gebouwd, al is 8e eeuw nog steeds indrukwekkend oud. Met 16 boven en een lengte van zo’n 250 meter een mooi plaatje. In de rivier staat ook nog een oude watermolen, gebouwd door Abd al-Rahman II in de 9e eeuw. Een ingenieus stukje engineering dat het water uit de rivier omhoog pompte naar de stad en het kasteel. Grappig om te lezen dat de katholieke koningin Isabel de molen stil liet zetten, omdat ze het rad te veel herrie vond maken zo dicht bij het kasteel. 

Via de Calle de las Flores weer terug naar de Mezquita om aan onze audio-rondleiding te beginnen. Als je dan die enorme hal met de karakteristieke dubbel bogen met rood-witte strepen binnenstapt, dan ben je blij dat er wat bankjes langs de kant staan, zodat je zitten even kunt genieten van zoveel moois (en naar de audio-rondleiding te luisteren die uitlegt hoe het gebouw gebouwd is als moskee eind 8e eeuw op een plek waar eerst een visigotische kerk stond. In de loop der jaren werd de centrale hal met 11 gangpaden drie keer uitgebreid door verschillende kaliefen of sultans van Cordoba, tot de huidige grootte van 24 duizend m2 en 856 pilaren. 

In 1236 veroverde Fernando III Cordoba en werd de stad katholiek en de moskee omgevormd tot katholieke kerk/kathedraal. Van binnen werden verschillende altaars aangelegd en het middenstuk werd grondig verbouwd met twee grote “koren”. Het plafond werd omhoog getrokken en er werd door koepels meer daglicht naar binnen gebracht. Als je voor het koor staat, heb je even niet door dat je in een moskee staat, maar waan je je in een “gewone” kathedraal, met de bombarie die de 16e eeuw gewend was. Het minaret werd omgebouwd tot klokkentoren en de metamorfose was compleet. Gelukkig bleef ook veel van de originele constructie bewaard en sommige originele moslim delen werden in de 19e eeuw al hersteld. 

Na bijna 2 uur binnen te zijn geweest liepen we via de mooie binnentuin met bijna 100 sinaasappelbomen verder naar een leuk plein om daar als echte toeristen verleid te worden om op het terras te komen lunchen. We wilden toch al een warme maaltijd nemen, dus helemaal prima en het eten was er prima. Voor mij lekker Spaanse soep, pescado mixta en flan als toetje en voor Bart een lekker hamburger met friet. Ik kon hem niet overtuigen dat koude soep echt heel lekker is en ook gefrituurde sardientjes en inktvis is niet echt zijn ding. Ach, over smaak valt niet te twisten en we genieten allebei van heerlijk in het zonnetje eten op een leuk plein. 

Na de lunch wandelen we nog even verder, door de oude Joodse wijk met 1 van de mooist bewaard gebleven synagoges van heel Spanje. Begin 14e eeuw gebouwd, maar niet zo lang gebruikt, want in 1492 werden alle Joden uit Spanje verjaagd, een eeuwenoud herhalend patroon, te veel invloed in de banken en dat gaf scheve ogen bij de katholieke heersers, zucht. Gelukkig was het gebouw wel goed bewaard gebleven.

Ook het oude badhuis, de hamman, is mid vorige eeuw door archeologen opgegraven en weer voor het publiek opengesteld, niet volledig gerestaureerd, maar nog voldoende om te bewonderen hoe ingenieus ze hun baden bouwden. Onze moderne saunas zijn er helemaal niets bij. 

Als allerlaatste stop van deze toch wel lange dag deden we Alcazar aan, het paleis van de koningen van spanje dat ook dienst deed als fort. Op de ruïnes van vroegere Romeinse gebouwen en ook paleizen van de sultans gebouwd, doen de tuinen van het paleis in de verte wel denken aan Versailles, veel vijvers en fonteinen, mooi aangelegde tuinen, ook een rozentuin, maar geef mij maar de citroen- en sinaasappelbomen. In het kasteel zelf vind je ook nog oude vondsten van de Romeinse bewoners, archeologen vonden in 1959 bij opgravingen enorme mozaieken uit de 2e en 3e eeuw. Cordoba is de geboorteplaats van een van de beroemdste Romeinen, Seneca, dus als je het hebt over een stad die duizenden jaren geschiedenis ademt, dan zit je hier goed. 

Aapjes kijken bij de Britten

Gibraltar kende ik vooral als een enorme rots, die nog steeds Brits grondgebied is (of liever een overzeese kolonie) en dat de makaken daar gewoon in het wild voorkomen. Als het dan maar een kleine 2 uur rijden is, dan gaan we natuurlijk met paspoort op zak op pad. Al van verre zie je de enorme witte puist uit de grond omhoog komen. De grensovergang op de heenweg ging heel soepel, raampje opendraaien, paspoorten open en we mochten meteen doorrijden. 

Verder dan de rots en de apen hadden we ons eigenlijk nog niet verdiept in Gibraltar, maar met een folder op zak reden we eerst helmaal door naar het zuidelijkste punt. Daar kon je mooi de straat bewonderen en in de verte Marocco zien liggen. Overal op het eiland vind je kanonnen, want Gibraltar was niet voor niets een strategisch punt en verdedigingsbolwerk, voor de Romeinen, de Moren, de Spanjaarden en ook de Engelsen natuurlijk. 

Op het Zuidelijkste punt heb je behalve de vuurtoren, de enige Moskee in Gibraltar en best prima koffie niet veel, want de meeste bezienswaardigheden liggen OP de rots. Dus wij zetten al snel weer koers richting het centrum om daar met de kabelbaan de berg op te gaan, dan hadden we in ieder geval de eerste paar honderd meter winst. De wandeling door het natuurpark zelf was ook al een paar kilometer met flink wat hoogtemeters, dus die kleine ‘cheat’ was erg welkom. 

Meteen was het al raak met de apen, ze zaten echt overal op de hekken en in de bomen. Voor den duvel niet bang, maar onze rugzak en ook wijzelf waren niet interessant genoeg, dus we konden rustig foto’s maken en genieten van de kleintjes die aan het spelen waren. De grote apen lagen vooral lui in de zon te slapen of elkaar te vlooien. 

Langs de route kwamen we het uitkijkpunt met glazen dek tegen, via de glazen bodem kon je de rots mooi onder je zien liggen. De volgende stop na een flinke klim was O’Hara’s batterij, niet zo’n oplaadbare, maar de kanonnen, die ook nog in de tweede wereldoorlog een belangrijke rol speelden. Wat een enorme installatie en overal weer die tunnels die ze uitgroeven (daarover later meer). 

Weer omlaag kwamen we de grotten van Sint Michael tegen, enorm mooie druipsteengrotten met als centrale punt een constellatie die ook zonder de enorme lichtshow echt op een aartsengel leek. Een beetje kitch al die lichteffecten, maar met zo’n mooie grot als canvas was het toch ook heel bijzonder. En het café was een welkome stop om even wat te drinken en van het uitzicht op de haven te genieten. 

Nog weer een stukje verder naar beneden was de nieuwe hangbrug. Recent toegevoegd als extra toeristische attractie. Grappig en schitterend uitzicht, maar verder leidt de brug nergens naartoe, dus je maakt gewoon een rondje om dan weer verder te gaan. De daaropvolgende klim omhoog was wel weer even een eindje, want helemaal aan de andere kant van de rots bevinden zich de oudste tunnels van het de rots.

Tijdens de ‘great seige’ (lange belegering) waarin Spanje probeerde om gebruik te maken van het feit dat de Britten druk bezig waren in Amerika met de onafhankelijkheidsoorlog daar, om Gibraltar weer terug te krijgen, hakten vele Engelse soldaten enorme tunnels in de rots om ook de Noordkant van Gibraltar met kanonnen te verdedigen tegen de invasie. Dat lukte wonderwel, want na 3 jaar en 7 maanden “wonnen” de Britten en bleef Gibraltar gewoon zoals het was. Ook tijdens de tweede wereldoorlog kwamen deze tunnels weer van pas, we zagen een paar mooie foto’s van zoeklichten uit alle hoeken van de rots om vijandelijke vliegtuigen neer te schieten met de – nieuwere- kanonnen.

De tocht terug naar de kabelbaan zou 2km omhoog zijn, dus wij kozen voor de 2km omlaag om naar de parkeerplaats te lopen. Genoeg Engels weer opgedaan, we hadden ook nog een tocht van 2 uur voor de boeg. Dat de grensovergang dit keer iets minder soepel verliep was een tegenvaller van ruim 20 minuten, maar blijkbaar wordt er nog wel eens wat illegale waar gesmokkeld en checkt de douane dus graag de achterbakken en bagage van bepaalde auto’s. Wij zelf zagen er onschuldig genoeg uit, dus toen we eindelijk vooraan in de rij stonden, konden we snel weer doorrijden. De terugtocht hadden we uitgezocht om zo dicht mogelijk langs de Middellandse zee te rijden, met de zon schuin achter ons, ook niet een vervelende tocht.  

 

Wauw!

Een andere titel kan ik echt niet geven aan ons bezoek aan Alhambra, hebben toch een hoop gezien, maar dit was toch weer eentje om stil van te worden zo mooi. Was ik blij dat we alle waarschuwingen in acht hadden genomen en dat ik de kaartjes al in juli had veilig gesteld. Alhambra is namelijk iedere dag uitverkocht, vooral de kaartjes voor het Nasrid paleis (en dat maakt het bezoek echt wauw, de rest is ook mooi, maar toch meer te vergelijken met andere mooie heritage sites). 

Granada is wel dik twee uur rijden van ons appartement, dus was een vroeg dagje, maar het rijden door de bergen verveelt ook niet gauw. Mijn opmerking dat Californië goed vertegenwoordigd is in Spanje, kon op een hartelijk gelach rekenen, want ja, natuurlijk weet ik ook wel dat het andersom is, maar ik ken Santa Barbara, Santa Monica en Sierra Nevada toch vooral vanuit de US, duh…

Bij Alhambra aangekomen – let op, het is net het Alhambra, want ‘Al’ betekent al ‘het’ – konden we nog een mooi parkeerplekje dichtbij vinden en onze audioguides ophalen. Met gids kon ook, maar het voordeel van een audio guide is dat je het in je eigen tempo kunt doen, het nadeel is natuurlijk dat je geen vragen kunt stellen aan een audio-opname. 

Het hele complex bestaat uit vier verschillende delen: General life (min of meer het boerderij-paleis achter het fort), het kasteel van Karel de Vijfde, Alcazaba (het militaire fort) en de paleizen van Nasrid. In totaal een gebied van wel 28 voetbalvelden groot, weer een zware dag voor de voeten dus. 

Het oude deel is gebouwd vanaf de 13e eeuw. Vanaf 1492 waren de Spanjaarden weer aan de macht en werden er de nodige veranderingen aangebracht. Karel de Vijfde wilde een groot eigen paleis, direct naast het paleis van de emir, dus nu heb je een heel mooi arabisch paleis met pontificaal daaraan vastgemaakt een Renaissance stijl paleis.

Renaissance stijl is mooi en indrukwekkend, maar dat kenden we natuurlijk al wel een beetje. De grote verrassing was het Nasrid paleis, zoveel details in het stucwerk op muren en plafonds, de ene mooie zaal volgde op de volgende. In totaal alleen in dat paleis al een dik uur doorgebracht. 

Alcazaba was onze laatste stop in Alhambra, nog meer details dan Alcazaba in Malaga, de laatste belegering door koningin Isabella en koning Fernando werd uitgebreid besproken, die duurde dan ook ruim 3 maanden. Daarna was het eten op en gaven de Moren binnen het fort zich over. Op zo’n moment word je met je neus op de feiten gedrukt dat de mensheid helaas op sommige vlakken al die eeuwen niet verder gekomen is…

Mocht iemand nog naar Alhambra gaan, trek dan vooral dik 4 uur uit voor het bezoek, een mooier historisch openluchtmuseum vind je nergens! 

Wij sloten ons bezoek aan Granada af met een wandeling naar beneden naar de stad zelf om ook de kathedraal te bekijken. Eén van de grootste kathedralen van Europa, wederom te danken aan Isabella en Karel de Vijfde. Die moesten natuurlijk wel een groot statement maken dat het Christendom had overwonnen en de paus gaf Granada er een mooi bisdom voor terug. Ook hier weer veel open monden van zoveel moois. Bijna 2 eeuwen lang aan gebouwd, maar dan heb je ook wat. Het orgel met z’n vele pijpen is een kunstwerk en het altaar met al z’n zilver, goud en gebrandschilderde ramen kun je gerust een half uur naar zitten kijken. 

De heenweg is ook de terugweg, dus we namen eerst nog een drankje om moed te verzamelen om de 2 kilometer omhoog terug naar de parkeerplaats te overbruggen alvorens weer in de auto terug naar Benalmádena te stappen. Precies 12 uur na vertrek trokken we de voordeur weer achter ons dicht, even benen omhoog, want morgen weer een wandeldag….

Caminito del Rey

Er zijn een paar bezienswaardigheden in de regio waarvoor we van verschillende kanten de waarschuwing kregen om tijdig kaartjes te reserveren. Caminito del Rey en Alhambra stonden bovenaan die lijst en samen met de Mesquite van Cordoba ook op mijn top 3 voor deze vakantie. Dus in ieder geval deze drie attracties bepalen ons programma al deze week. Dinsdag leek een goede dag voor een lange wandeling op 100m hoogte langs de rand van een klif. 

Caminito del Rey werd begin vorige eeuw aangelegd als een aanvoerweg voor materialen en onderhoudsmensen bij de aanleg van de electriciteitscentrales hier in het gebied. Het pad liep lang een groot aquaduct en maakte de inspectie van het aquaduct en de twee “waterval” stations ter opwekking van de electriciteit mogelijk, dan wel makkelijker. 

Het oude pad was van beton en in begin jaren 70 dusdanig aan z’n lot overgelaten dat de gaten er gewoon invielen. Dat weerhield mensen er niet van om alsnog het pad te lopen en het verdiende toen de twijfelachtige eer van gevaarlijkste wandelpad van Europa. Na 5 doden besloot de regering om beide ingangen in 2000 af te sluiten. Ook dat weerhield mensen er niet van om het nog steeds te proberen en na nog eens 4 doden besloot de Spaanse regering samen met de provincie Andalusië om het pad te herstellen en er een veiligere toeristen attractie van te maken. In 2015 werd het officieel geopend, dit keer niet door de Spaanse koning zoals de eerste keer in 1921, maar nog steeds werd de naam wandelweg(getje) van de koning behouden. 

Het park was uurtje rijden naar het Noorden van ons hotel over een mooie bergweg waar ons kleine autootje in lage versnellingen prima weg mee wist. Helaas kwam met de hoogtemeters ook de bewolking om de hoek kijken, maar als echte Hollanders gingen wij gewoon stoïcijns in ons korte broek op wandeltocht (het zou zonnig en 18C worden). Supertoeristisch betekent wel dat je zonder gids het park niet in komt, dus gewapend met een radio en oortjes en zo’n 28 andere toeristen met een grijze helm op ons hoofd, begonnen we aan de toch van 5km door het park.

1 meter breed om op te lopen is nog prima te doen en overal staan hekjes en metalen touwen, dus van die gevaarlijkste reputatie is niet veel over, maar het uitzicht is nog steeds even fenomenaal. Onderweg nog grote gieren en een aantal wilde geiten gezien, maar vooral de vele kleuren rots maken dit gebied bijzonder. Aan het eind van de kloof steek je over via een hangbrug, het meest beroemde plaatje van deze route. 

Als je dan de kloof weer uit bent, lever je je helm in en is er ruimte om iets te eten alvorens je in de shuttlebus stapt om weer terug te rijden naar het beginpunt om je auto weer op te halen. Tegen die tijd was het ook al bijna 3 uur en besloten wij om eens op relax stand te gaan – voor de verandering – dus reden we via een andere route weer terug naar de kust, lekker zigzag door kleine dorpjes met veel schattige witte huisjes. 

‘s Avonds wilden we toch iets substantiëlers eten dan die kleine burrito bij de lunch, maar om nu te wachten tot 9 uur avondeten… daar zijn we toch te Hollands voor. Gelukkig kun je vanaf het middaguur met een gerust hart ergens gaan zitten om tapas te eten, eigenlijk nog wel zo lekker ook. 

Weekje zon

Je zou er je vakantiebestemming op uitzoeken, zo fijn is het om vanaf Rotterdam Airport te vertrekken. Je voordeur uitstappen en 45 minuten later ingecheckt en al aan de koffie te zitten. Dat de beenruimte bij Transavia ernstig te wensen overlaat, dat nemen we op de koop toe. Om aan de winterse duisternis wat tegenwicht te geven, hadden we een weekje “Malaga” geboekt. Ik zet het even tussen aanhalingstekens, want het appartement ligt blijkbaar in het naastgelegen Benalmádena. Mag de pret niet drukken, toeristisch is het toch wel en gelukkig nog net geen Torremolinos! 

Ook op Malaga Airport verliep alles vlotjes, de koffer kwam de band op rollen toen wij aan kwamen lopen. Even zoeken naar de shuttle bus die ons naar de autoverhuur zou brengen. Je kon op het vliegveld natuurlijk ook Herz en co gebruiken, maar die extra tien minuten rijden om een week een auto voor zeven tientjes te huren, nemen we op de koop toe. Buiten gekomen bevalt de temperatuur ons meteen al een heel stuk beter dan die we in Rotterdam achterlieten en die strakblauwe lucht is precies wat we besteld hadden. 

Rond lunchtijd waren we bij ons appartement, maar daar konden we pas vanaf 3 uur in, dus gingen we eerst langs de boulevard lopen om een leuke tapas tent uit te zoeken en de buurt vast te verkennen. Heerlijk gegeten en mental note to self gemaakt om de volgende keer de zonnebrand niet onderin de koffer te stoppen. Het appartement is weer lekker ruim, met groot terras (met alleen ‘s ochtends zon helaas), losse slaapkamer en grote keuken en badkamer: hier houden we het wel een week uit. 

Maandag besloten we eerst het dichter bij huis te houden en Gibraltar op de lijst voor later in de week te zetten. Malaga heeft ook de nodige bezienswaardigheden en is een stuk minder ver rijden. Na een week korte nachten was lekker uitslapen tot 8 uur ook wel eens lekker, vroeg opstaan kan nog wel als we om 10 uur al in Granada moeten zijn woensdag (foreshadowing heet dat in literatuur en/of film). 

De kleine fiat 500 heeft zowaar carplay, dus google maps werkt gewoon op het scherm en Bart kon dus linea recta naar de parkeergarage bij het centrum rijden. Eerste stop koffie op het terras, blijkbaar een dusdanige eerste levensbehoefte voor de gemiddelde Spanjaard dat een kopje koffie hier nog wel gewoon 1 euro 50 kost… (behalve dan als je op een toeristisch terras zit, kwamen we later op de dag achter). Via allemaal kleine straatjes hadden we een route uitgestippeld om via de kathedraal naar het Picasso museum te lopen. Onderweg kwamen we ook nog een supermooie kerk tegen met een wel heel bijzondere buitenkant: Iglesia de San Juan Buatista (klinkt leuker dan Johannes de Doper), eind 15e eeuw gebouwd door de toenmalige koning Ferdinand en zijn vrouw Isabella toen die Malaga op de Moren veroverden. 

De kathedraal mocht er ook wezen, de buitenkant was nooit afgebouwd, maar nu hebben de Spanjaarden hier maar gewoon een erenaam aan gegeven, de bijnaam van de kerk is namelijk “onze vrouwe met 1 arm”, wat uiteraard slaat op het feit dat maar 1 van de torens is afgebouwd. Binnen niet 1 maar twee orgels en een hoeveelheid kapelletjes om U tegen te zeggen. Bij elke kapel kon je een kaarsje aansteken (wel jammer dat het electrische lichtjes waren) en in een hokje penitencia doen (biechten klinkt toch een stuk minder streng dan penetencia).

Bij het Picasso museum stond een enorme rij, maar gelukkig konden we voor 1 uur online nog kaartjes kopen. Dat gaf ons een dik uur om ergens wat te eten en drinken te scoren en nog wat door de stad te dwalen. In het museum met de audiotour door het leven van Picasso gelopen. Dat het een interessant man was, wisten we al, maar om zijn hele ontwikkeling van 13-jarige protegée tot 80 jarige veteraan te zien, was super interessant. De allerberoemdste schilderijen hangen natuurlijk over de hele wereld verspreid, maar er was nog genoeg moois te zien. En het gebouw zelf met z’n mooie binnentuin was ook niet verkeerd. 

Nog steeds niet uitgewandeld, klommen we omhoog naar het Gibralfaro kasteel, tijdens de klim werden we getrakteerd op mooie vergezichten: de haven en de stad aan de ene kant en de bergen en muren van Alcazaba, Coracha en Gibralfaro aan de andere kant. Hoog op deze berg bouwden de Phoeniciërs al in 770 v.Chr. een militaire versterking, maar het fort dat er nu staat werd in de 14e eeuw gebouwd door Yusuf I van Granada om Alcazaba te versterken. Het was redelijk onneembaar, want de enige reden dat ze zich in 1487 overgaven aan Ferdinand en Isabella was omdat ze te weinig te eten hadden. En ook daarna nog werd het eeuwenlang gebruikt als fort bij alle schermutselingen die in deze regio voorkwamen. 

Weer naar beneden gewandeld gingen we ook het Alcazaba nog in als laatste stop in Malaga (zo beloofden we onze voeten die luid aan het protesteren waren). En wat een mooi toetje van deze dag, echt super de moeite waard om de paleizen van die tijd te zien. Ook hier nog de overblijfselen van eerdere bewoners met een mooi amfitheater uit de 1e eeuw. Het paleis zelf werd over meerdere eeuwen tussen de 11e en 14e eeuw gebouwd door verschillende emirs en het huidige gebouw is in 1933 in zijn huidige staat hersteld door Leopoldo Torres Balbás. Plaatjes zeggen meer dan een enorm lang verhaal, maar wil je meer lezen, dan staat er van alles nog op Wikipedia natuurlijk. 

Een lange, maar mooie en bovenal zonnig eerste dag in Spanje, restte ons verder niets dan een uitgebreide stop bij de hipermercado om avondeten en lekkers te halen voor in ons appartement. Benen omhoog, kopje koffie erbij, vroeg naar bed, want morgen weer een nieuwe dag met veel stappen in het vooruitzicht.