Drie volle dagen op Maui en dan een dagje hoppen, op naar eiland nummer 2: Ohau oftewel Honolulu. Rustige ochtend, want we hoefden pas om 11 uur richting vliegveld. Maar net te weinig tijd om relaxed iets te gaan doen, uitgebreide ontbijt-ervaring leek een beter idee. Bij Slappy Cakes kun je namelijk je
eigen pannenkoeken aan tafel klaarmaken: je kiest je beslag en je toppings en kunt aan de slag. Bart is niet zo van de pannenkoeken, dus die nam “gewoon” iets van het menu, maar mocht vervolgens wel dik anderhalf uur blijven kijken hoe wij met z’n drieen ons uitleefden met het maken van pannenkoeken in allerlei vormen (dat heet pancake art, youtube favoriet).
De vlucht van Maui naar Oahu met Hawaiian Airlines was wel de kortste vlucht ooit: 36 minuten van opstijgen tot aan de gate, nauwelijks genoeg tijd om je water op te drinken. Honolulu is duidelijk een
grotere airport, een echte stad dus. Huurauto opgehaald en met google naar het hotel gereden. Duidelijk een chique hotel, valet parking en een
enorm grote camera, hier houden we het wel weer vier nachten uit! Niet heel veel tijd om nog iets te ondernemen, dus we verkennen de omgeving vast een beetje te voet en zorgen dat we genoeg te drinken in het hotel hebben. Zien nog een kleine hula demonstratie bij het winkelcentrum en lopen een stuk over het strand. De uiterst bekende vergezichten vanaf Waikiki beach met het karakteristiek diamond head natuurlijk op de foto zetten en van de zonsondergang genieten, minder mooi dan op Maui omdat we nu meer zuidwestelijk zitten qua uitzicht dan pal west, maar nog steeds mooi.
Dag 1 op Honolulu een rondje eiland doen, eerst door het groenste stukje eiland, bij een outlook gestopt om het wijdse uitzicht te bewonderen. Beetje
veel wind, we konden bijna weer tegen de wind in leunen. Levert leuke plaatjes op met je haar, dat wel. Langs het water rijden met om elke hoek een mooi strand, wordt nooit saai. Een paar keer eruit gegaan om te kijken of we de beroemde grote golven konden zien, maar daar moeten we toch in de winter voor terug komen, mooi genoeg, vonden wij voor nu. Bij het strand van Waimea even zwemmen en snorkelen. Dat eerste was leuker dan het tweede, het koraal hier heeft nogal geleden onder van alles en nog wat, maar wel weer de beroemde humuhumunukunukuapua’a gezien.
Via de Dole Plantation terug richting Honolulu.
Iedereen ter wereld kent Dole en het verhaal erachter is leuk om te horen. Dan nemen we voor lief dat het een geweldige toeristen-fabriek is. Met een treintje rondrijden langs de ananas planten – en de andere tropische gewassen – is een prima optie voor deze super-hete middag. En natuurlijk veel foto’s maken van alles ananas en natuurlijk een ananas-ijsje om het feest compleet te maken.
Op dag 2 besluiten we om eens gek te doen: een rustig dagje inbouwen! Ik sta lekker vroeg op om de zonsopgang te zien en
ga de hotel gym verkennen, niet de allernieuwste apparatuur, maar met een triathlon in het vooruitzicht moeten we toch een beetje in shape blijven… Na het ontbijt proberen we met de auto diamond head op te rijden, maar helaas zijn we niet de enigen en is er dus nergens een parkeerplek te vinden, unaniem
weggestemd om bij 30+graden de 3 mijl wandeling te maken. Een beter idee: lekker SUP-en (stand-up-paddleboarden)! Bart, Eniek en Stijn gaan met z’n drieen en ik ben de fotograaf. Eniek heeft het nog het beste door, haar shirt is na een uur zelfs nog
helemaal droog! en zij komt ook staand de plank weer terug brengen. Stijn had het op een gegeven moment wel gezien en gebruikte de plank meer als een zonnebed en Bart ging lekker spelevaren in de golven. Aan het einde van het avontuur kon Stijn ook nog iemand blij maken, een klein meisje was haar opblaasband verloren en die was afgedreven, dus Stijn is even ernaartoe gezwommen om hem op te halen. Moeder en meisje blij, goede daad weer gedaan.
‘s Middags had ik afgesproken om even bij te kletsen met een oud-collega uit New Jersey. Zij was al vier-en-een-half jaar geleden weggegaan bij Unilever en we kwamen er via facebook achter dat we allebei tegelijk in Honolulu zouden zijn. Dat is toch supertoevallig en
die kans konden we niet laten liggen! Was gezellig om even bij te kletsen. Vlak voor zonsondergang deden Eniek en ik mee met een Hawaiiaans zonsondergang ritueel, leren hoe elke hula dans een verhaal verteld, ukelele erbij en daarna op het strand in een kring de dag gedag zeggen. Nooit een kans laten liggen om iets toeristisch mee te doen, zeg ik altijd maar.







Ons boek kwam weer goed van pas, want deze man schrijft heel eerlijk over wat drukke plekken zijn, minder mooie dingen en natuurlijk legt hij ook goed uit hoe je de minder duidelijk
aangegeven bezienswaardigheden kunt vinden. De eerste waterval aan de weg sloegen wij dus over, want hij schreef dat het een kleine was, maar erg druk. Minder bekend was iets verderop en met een korte wandeling door het woud stonden we mooi onderaan een (kleine) waterval. Midden in de
zomer is het ook iets droger op het eiland, dus sommige watervallen zijn erg klein geworden. Niet alleen de watervallen zijn
de moeite waard, ook het groene woud waar je doorheen rijdt en af en toe heel interessante bomen. Veel auto’s stopten bij een rijtje bomen met wel heel bijzondere kleuren in de bast, echt kunstwerkjes. En ook de bloemen die je tegenkomt zijn kleine kunstwerkjes.


Ergens halverwege kwamen we in een opstopping terecht, ze waren bezig een landverschuiving op te ruimen en zetten het verkeer gewoon even een klein
half uurtje stil, hoort er allemaal bij en door de bochtige weg konden we mooi zien hoe lang de file zich opbouwde. Toen we voorbij de wegwerkzaamheden kwamen, konden we goed zien dat erosie hier toch echt een probleem is, de berg wordt langzaam aan “opgegeten”.
Vlak bij Hana even een kleine omweg naar Wai’anapanapa Black Sand Beach, schitterende
kliffen en een nette trap die ons naar een pikzwart strandje leidde. Het is natuurlijk geen zand, maar door de zee in kleine korrels gesleten lava, maar ziet er heel grappig uit zo op je blote voeten. Bovenaan ook nog een Hawaiiaanse begraafplaats gezien, met lavastenen bouwen ze bij elk graf een soort van altaar.
soms, want de weg werd inderdaad ontzettend smal. Gelukkig kom je ook bijna geen tegenliggers tegen. Ook weinig voorzieningen, maar dan opeens kom je een dixie-toilet tegen, heel netjes met zelfs een knuffelbeest aan de deur. Het bordje legt zo netjes uit dat deze service ook geld kost, dus natuurlijk doen we dan ook een paar $$ in de pot. En opgelucht kunnen we weer verder rijden. Aan deze kant van het eiland staat zoveel wind, je kunt er bijna in leunen zonder om te vallen. Ook wordt het landschap steeds droger met grasland tot aan bijna niet begroeide stukken lava-landschap. Indrukwekkend ook om aan de voet van de Haleakala vulkaan te rijden, gisteren stonden we daar nog bovenop en de sterrenwachten konden we net zien.





Afsluiter van de avond – nadat we weer een ton zand hebben doorgespoeld met het douchen – is een lichte maaltijd in het restaurant van het hotel, waar we schitterend zicht hebben op de zonsondergang en het dagelijkse ritueel van het aansteken van de fakkels en het blazen op de schelp-hoorn. Nog even hangen voor de TV en deze blog de cyber in werken en dan is het zzzz. Morgenochtend weer inpakken en naar het volgende eiland.
Het leek zo’n goed idee (was het ook, maar moet toch even “zielig” doen): om half twee ‘s nachts opstaan om met een bus omhoog te gaan op de vulkaan om daar de zon op te zien komen en dan naar beneden te fietsen. Alles behalve het om 1.30 je wekker zetten was ook helemaal top! De temperaturen bovenop de berg waren redelijk on-Hawaiiaans, daar waren we al voor gewaarschuwd, het viel nog “mee”, het was 50F (10C), lange broek en dikke trui en dan… nog steeds klappertanden na een dik uur in de kou!
Terwijl je naar boven rijdt in de bus kon je mooi genieten van de sterrenhemel, op Hawaii is zo weinig lichtvervuiling, de sterren zijn echt helderder dan thuis. En Venus konden we ook zo mooi zien, een superhelder licht aan de hemel. Tegen de tijd dat we helemaal boven waren, was het nog wel een uur voor zonsopgang, maar de lucht begon al lichter te worden in het Oosten en al snel konden we alleen Venus nog
maar aan de hemel zien staan. En dan sta je daar met 200+ mensen naar de lucht te kijken die steeds meer oranje kleurt. De wolken op die hoogte maken het een nog mooier lichtspel, helaas niet heel makkelijk op de foto te zetten. In de verte konden we Big Island zien liggen en aan de andere kant Molokai, blijkbaar boften we erg met het weer: helder en warm (normaal is het 40F). Haleakala heet de vulkaan en in het Hawaiiaans betekent dat “huis van de zon”, vroeger dachten de mensen volgens overlevering dat de zon in de krater sliep ‘s nachts, pas toen ze helemaal omhoog klommen, zagen ze dat het niet zo was (bakerpraatje of niet, mooi verhaal).


Meteen toen we de zon helemaal konden zien, stapten we weer in de bus om helemaal naar de top te rijden, 3055meter, dan voel je de ijle lucht wel als je even een trapje op denkt te joggen! De sterrenwacht (als je dat zo mag noemen als je via
satellieten de aarde bestudeerd) van US army bekeken (niet dat je kunt zien wat ze doen, maar volgens de gids is er sinds Noord-Korea behoorlijk wat extra activiteit te bespeuren…). Maar uiteindelijk ging het ons natuurlijk maar om 1 ding nog: op de fiets stappen om naar beneden te zoeven.
Dat mag tegenwoordig niet meer vanaf de top, je moet eerst het national park uit en kunt dan vanaf ongeveer 6000-6500 voet beginnen. Veiligheid voor alles, dus we kregen allemaal een motorcross helm aangemeten, staat stoer en is ook lekker warm, dus mij hoorde je niet klagen. Na een uitgebreide veiligheidsinstructie mochten we op de fiets stappen, achter de gids Charleston aan, single file met flink ruimte ertussen. Als afsluiter reed de bus , om auto’s
te blokken voor het inhalen, zodat wij allemaal midden op de weg konden rijden. En als er dan een auto achter zat die het zat was, dan praatten Mark de chauffeur en Charleston voorop via radio met elkaar en werden we gebaard dat we helemaal rechts moesten rijden zodat de auto er langs kon. Was de weg weer vrij, dan ging de bus weer uitgebreid midden op de weg rijden. Mooie routine en heerlijk om zo naar beneden te zoeven, vooral de haarspeld
bochten waren super om doorheen te gaan, 32 stuks in totaal dus heerlijk. We mochten niet zo snel als we wilden, de gids hield ons op een 15-20 mijl/uur tempo, dus de waaghalzen onder ons (lees: niet de kinderen, maar wel de ouders) moesten zich wat inhouden. Hoe verder naar beneden hoe warmer het werd en ook hoe groener. Bijna tegen het eind kwamen we door een enorm eucalyptus bos gevolgd door een lavendel kwekerij, heerlijke geuren om doorheen te fietsen, met natuurlijk de standaard tour grap dat dit het aromatherapie stuk van de rit was. Onderaan gekomen laadden we de fietsen weer op de aanhangwagen en gingen wij wat eten bij een tentje langs de weg, raar om tegen 9 uur te lunchen, maar zo voelde het wel! Netjes naar het hotel terug gebracht en nog voor 12 uur waren we op de kamer.
kwam werd het iets helderder en daar zaten ook aardig wat vissen, vooral de karakteristieke Humuhumunukunukuapuaa was leuk om te zien (archiefbeeld). Toen ik weer uit het water was, zag Bart een enorme grote schildpad vlak bij de kust, hij (of zij) was wel een dikke meter lang. Moeilijk te zien en al helemaal niet vast te leggen op de gevoelige plaat als je ook probeert om het beest wat ruimte te geven, het is een super-beschermde diersoort hier op Hawaii en er staan fixe boetes op het verstoren en aanraken van schildpadden…
Wederom niet koken, maar ook geen zin in een restaurant, gelukkig heeft de zwembadbar ook afhaal, morgen maar wat gezonders zien te regelen, maar voor nu lekker lui en makkelijk. Bart en ik liepen nog even naar het strand ongeveer een km naar het zuiden om te kijken hoe de zonsondergang daar eruit zag, wederom een schitterend lichtspel dat Bart met een time-lapse mooi op de foto/film heeft neergezet.
Eerste dag met jetlag van zes uur ben je sowieso vroeg wakker, zelfs met slaaptekort, nog voor zonsopgang zaten we allemaal al op het balkon. West-zicht dus geen zonsopgang op de foto, wel mooi uitzicht toen het eenmaal licht was. Na het ontbijt in het hotel (eggs Benedict voor de dames en pannenkoeken en french toast voor de heren), de auto in voor het rondje West Maui dat ik uit de gids had gepikt als een mooie eerste dag. De lavavelden zijn hier wat ouder dan op Big Island, veelal helemaal begroeid, maar de kustlijn is net zo mooi ruig en het blauwe water dat dan aan komt geeft mooie witte golven. Eerste stop uit de auto was bij de Makalua-puna punt, ofwel “Draken tanden” genoemd: toen de lava daar in zee kwam met de sterke wind stolde de steen in punten die omhoog wezen en dus op tanden leken. Klein wandelingetje langs de haag op de golfbaan en toen kwamen we aan bij het water, zonder reisgids hadden we dit niet kunnen vinden!


vallen en van bovenaf zagen we al dat er niet veel blowhole te zien was, de klim naar beneden niet eens afgemaakt en door naar de volgende stop. Of liever gezegd het volgende niet-stop-stuk, een tig-tal kilometers met haarspeld bochten over een 1-baansweg door de bergen, een spannende rit met
mooie landschappen omdat het alleen maar groener en groener werd. We reden op Kahakuloa Head af, een grote “puist” van een groene berg, die blijkbaar van verre al karakteristiek is voor West Maui. Bijna bij het einde van het 1-baans stuk zou er een eenzame waterval zitten, wel gevonden, maar echt spectaculair vonden we ‘m niet, die mooie plaatjes volgen (hopelijk) op dag 3 nog… Door naar de andere kant van het eiland, Wailuku reden we alleen maar doorheen, een beetje oud en vervallen zag het centrum eruit.
Dan leek Lahaina aan “onze kant” een betere plek om te lunchen, een enorme winkelstraat vol met restaurantjes en toeristische winkeltjes. De in het boek geschetste parkeerproblemen bleven uit en al snel vonden we een restaurantje met genoeg keus uit vlees, kip en vis voor alle vier de eters. Na een rondje “on the town” terug naar het hotel en op zoek naar een goedkoop boogie board voor de rest van de vakantie. Keuzes, keuzes, want eigenlijk wilden we nog terug naar de Nakalele Blowhole tijdens hoog water, gelukkig waren de kids ook redelijk moe en konden we ze zonder veel moeite overhalen dat morgen een veel betere boogieboard (mid)dag zou zijn.


Met z’n drieen gingen we vlak voor hoog water weer terug naar de Nakalele blow hole, dit keer zagen we van bovenaf al dat het water nu wel flink omhoog kwam. Dat wilden we graag dichterbij zien, al waren de waarschuwingen genoeg om niet al te dichtbij te komen… Wij dus naar beneden, flink klauteren
over lava-rotsen, omlaag is altijd enger dan omhoog. Maar het zicht was zeker de moeite waard, de ene golf nog hoger dan de andere. De lava rotsen beneden waren ook interessant, door het sproeien van het zeewater waren in het oppervlak allemaal gaten gesleten, echte kunstwerkjes werden het daardoor. Naar boven klauteren was een stuk makkelijker dan omlaag, maar we waren wat blij met de airco in de auto!


Een beetje een varia-blog, met toch twee rode draden erin: school en het goede doel. Stijn z’n klas heeft gedurende het hele jaar een project gedaan waarbij ze in groepjes een goed doel moesten onderzoeken en een plan moesten maken om dat doel te steunen. Aan het begin van het jaar brainstormden ze met de hele klas wat “community service” en belangrijke maatschappelijke problemen waren en iedereen moest er een
kiezen waar ze het meeste mee hadden. Stijn en LoriJane wilden graag iets doen aan honger in de wereld en kozen een organisatie “
Met global issues had Eniek weer een uitje naar de stad, nog steeds in het teken van vluchtelingen, maar nu naar de Verenigde Naties om een daar een rondleiding te krijgen van een medewerker vluchteling-zaken. Het was een redelijk klein groepje, dus ze mochten ook een kijkje nemen in alle zalen en zelfs middenin de grote zaal staan. Natuurlijk waren er op dat moment geen bijeenkomsten van de raad, maar heel cool was het wel, al helemaal om thuis te horen hoe het vak-jargon van alle verschillende groepen werd gebruik: ECOSOC (economical & social council), Security Council en de General Assembly. De Human Right’s Wall was haar favoriete onderdeel, al in 1948 opgesteld, maar nog steeds niet overal ter wereld in uitvoering gebracht… Als klapper op de vuurpijl mochten ze ook nog lunchen op het Israelische Consulaat, de vader van 1 van haar klasgenootjes werkt daar en had het geregeld (geen foto’s).


Op zaterdag zijn we met z’n vieren honger op een andere manier gaan bestrijden: Bart z’n ene baas, Mike, doet samen met zijn kerkgemeente een aantal projecten op Haiti en sponsoren ze een weeshuis. Nu werkten ze samen met
maaltijden inpakken met een kleine 300 vrijwilligers. Dat Numana weet wat ze doen, was duidelijk, een geoliede organisatie: tien mensen aan een tafel: vier vullen de zakken met vitamines, bonen, soyameel en rijst, twee wegen de
zakjes en vullen ze aan met rijst tot exact 390g, twee sealen de zakjes dicht en de rest zet dozen in elkaar en pakt ze netjes in. Aan 1 stuk door, net als een lopende band, 16 dozen met elk 36 zakjes, alleen al bij onze tafel en samen met alle andere tafels waren not voor 2 uur al bij de 80 duizend maaltijden. Was leuk om te doen en vele handen maken licht werk (al zegt mijn rug nu wel dat ik dit niet gewend ben met m’n kantoorbaantje…).