SPQR

Nee, ik hoef niet terug naar de lagere school voor een opfrisser alfabet, dit is een klein tipje van de sluier van onze herfstvakantie. ‘Ons’ is in dit geval vooral Stijn en ik. Eindelijk na drie keer verzetten door Covid was het deze herfstvakantie zo ver: Voor z’n 16e verjaardag mocht Stijn kiezen welke hoofdstad in Europa hij wilde zien en hij koos Rome! Oktober is wat dat betreft ideale tijd, overdag ruim 20C en meestal blauwe lucht. Bart bleef thuis met Eniek, maar wilde gelukkig wel chauffeur spelen. Want op zondag vlogen wij al om kwart over zeven ‘s ochtends naar Rome. Strategisch, want dan heb je nog bijna een hele dag als je aankomt. 

Ons hotel was vlak bij station Termini en de sneltrein vanaf het vliegtuig brengt je in half uur rechtstreeks ernaartoe. Koffers afgegeven bij het hotel en hup de benenwagen in. Stijn had zelf een must-see lijstje gemaakt. Vooral gebaseerd op jarenlang Rick Riordan boeken lezen toen hij klein was, maar het rijtje kwam redelijk overeen met de top 10 van Tripadvisor, dus niet verkeerd. Als tourguide had ik de stad ingedeeld in vier routes, om zo veel mogelijk te zien. Op dag 1 was de hoofdbestemming Spaanse Trappen.  wandelend kom je onderweg natuurlijk de wereld aan mooie kerken, pleinen en fonteinen tegen. We wilden eigenlijk het mausoleum van Augustus bekijken, maar dat was dicht. Gelukkig was het Ara Pacis museum wel open. Van Termini helemaal gelopen naar Piazza del Populo en van daar de metro weer terug naar Termini. Hotelkamer was inmiddels klaar, mooi ruime kamer met twee losse bedden en een balkon (zonder uitzicht, maar met zon). 

In Italië zijn ze erg zorgvuldig met Corona pas checken – er zit ook een internationale QR code in de app – en overal dragen ze binnen mondkapjes. Bij sommige restaurants krijg je aan tafel zelfs een papieren zakje om je mondkapje in te doen, zodat je het niet op tafel hoeft te leggen. Kleine zijstraat in mijn verhaal, want we waren gebleven bij dag 2. Ik had van tevoren wat toegangskaartje geregeld, dat scheelt in de rij staan en voor maandag had ik Colosseum en Forum Romanum geboekt. Met de metro naar Circus Maximus om onze wandeling te beginnen. Wederom strakblauwe lucht en dat leverde mooie plaatjes op. In het Colosseum deden we een audiotour om wat meer te horen over hoe het gebouwd is, dat maakt het toch iets leuker rondlopen. Daarna oversteken naar het Forum, en dat is echt immens groot. Met alle tuinen en de heuvels eromheen kun je echt kilometers lang ronddwalen en je inbeelden hoe het er vroeger uitgezien moet hebben. Na een korte stop bij de Bocca della Verita waar we allebei onze vinger mochten houden, namen we even pauze in het hotel voor we gingen eten. 

Op dinsdag gingen we naar Vaticaanstad, net als vele, vele anderen met ons. Rustig blijven en gewoon aanschuiven, dan kom je er vanzelf. We hadden een rondleiding door de Sint Pieter en wat een geweldig mooie basiliek is dat! Ik weet niet of het de rij voor het beklimmen was of het vooruitzicht van 550 treden, maar Stijn had geen interesse om de Sint Pieter te beklimmen, en aangezien het zijn vakantie was en niet de mijne, ging ik over op plan B: op een gezellig pleintje een panini eten voor de lunch.

Met gevulde buik gingen we het Vaticaan museum in, om als makke schapen de route richting Sixtijnse kapel te volgen. Maar oh wat kom je op weg daarnaartoe een hoop mooie dingen tegen! Bijna de hele middag rondgelopen alvorens we de gebruikelijke late siesta in het hotel deden. Heerlijk buiten gegeten op een terras, voor ons was de eerste gang pasta voldoende, maar uiteraard kon er nog wel een toetje tiramisu in.

En dan was het al weer de laatste dag, voor woensdag had ik een wandeling dwars door het midden van Rome gepland met daaraan de laatste serie bezienswaardigheden van Stijn’s lijstje: de Trevi fontein en het Panteon. En daar kon ik dan mooi ook nog even Piazza Navone en Castel Sant’Angelo aan vastplakken. Klinkt alsof ik een redelijk strenge reisleider was, maar vrees niet, er zaten ook genoeg terrasjes tussendoor (koffie is in Italië duidelijk een eerste levensbehoefte, overal lekker sterk) en gelato mocht ook niet ontbreken. Voor iedereen die nog naar Rome gaat: Giolitti zit vlak achter het Panteon en maakt al sinds 1900 echt het lekkerste ijs. Als je binnenstapt loopt het water je al in de mond en je waant je ook echt even in het verleden. Stijn gaf het een dikke vijf sterren. 

Daarna was het al weer tijd om terug te gaan naar het hotel, koffers halen, nog even afscheid nemen van de zon door op een terrasje buiten te lunchen en daarna met de trein terug naar het vliegveld. Bart zou ons komen ophalen, dat was weer lief van hem. Maar eerst nog een leuke BN’er op het vliegveld ontmoet: toen we gingen boarden stonden we toch pardoes achter onze demissionaire premier, wat een toegankelijke man is dat toch: Stijn heeft z’n selfie binnen… wel jammer van die mondkapjes 😉 

Van de bucket list: de zwart-rode loper

Exact zes jaar na mijn allereerste mini-triathlon kan ik zeggen dat ik ‘m van mijn bucket list kan afstrepen: over de zwart-rode loper van Ironman over de finish komen. Het was een lange weg, niet alleen afgelopen zondag, maar de hele weg ernaartoe. In 2016 deden Alwin en ik de Triathlon van New York en vatten toen al het plan op om “een” keer een halve Ironman samen te gaan doen. In december 2019 schreven we ons in, want 2020 zou er een halve in Nederland worden georganiseerd, dat moest ‘m worden. Enfin, we weten allemaal wat er in 2020 gebeurde… Toch nog het hele jaar doorgetraind, want tja, het kon zo maar toch in oktober doorgaan. Dan door naar mei 2021… weer niet, de datum werd nu 26 september 2021. En behold: hij ging door!!! 

We maakten er meteen een leuk weekend van: met Bart en Christian op sleeptouw vonden we een leuk hotel vlak bij Hoorn (alles in Hoorn was al weg toen wij gingen boeken). De zaterdag stond in het teken van de voorbereiding: registreren en alles ophalen, fiets goed nakijken en al in de transitie-zone klaarzetten. Dan wordt het al echt: al je tassen goed klaarzetten, want na het zwemmen heb je een blauwe tas en na het lopen weer een rode tas en je fiets moet op de juiste plek aan het rek hangen. Wat een enorme transitie-zone, twee voetbalvelden groot. Daarna nog even de zwemroute bekijken en de start, gezellig samen eten en dan vroeg op bed. 

Het hotel had speciaal voor de vele triatleten het ontbijtbuffet op zondag vervroegd naar zes uur ‘s ochtends. Om half zes dus de wekker gezet, want er moesten ‘s ochtends ook nog nummers geplakt worden met speciale sticker-tattoos, bidons voor op de fiets gevuld worden met sportvoeding en door de zenuwen sliep ik toch al licht genoeg. Bij het ontbijt had Alwin slecht nieuws: hij had een spier verrekt en kon al nauwelijks lopen, dus een halve Ironman zat er voor hem niet in. Enorm balen natuurlijk, na twee jaar alsnog een DNS (voor de niet-atleten: dat staat voor did not start). 

Bart bracht me weg naar de transitie-zone, zodat ik m’n voeding op de fiets kon zetten en alles nog even kon nalopen. Ik liep door naar de start om samen met een kleine 900 anderen te wachten tot we mochten. Iedereen is altijd super aardig en open, dus leuk gepraat met mensen van team Kika en samen met twee vrienden uit Andijk en Malden in onze wetsuit gewacht tot we mochten starten. Nog even naar Bart gezwaaid die aan de overkant stond om alles vast te leggen. En natuurlijk kregen we ook nog een regenbui over ons heen. Maar we gingen toch nat worden en ons wetsuit kan wel tegen een drupje, voor de mensen aan de overkant was het minder leuk. 

De start van de Ironman gaat altijd gepaard met veel vuurwerk en bombarie, leuk om te zien en mee te maken. Ik stond in het vak 40-45 minuten zwemtijd, dus tegen de tijd dat wij het water in mochten was de rook al weer opgetrokken. Het was een “rolling start”, dus iedere 5 seconden 3 mensen het water in, dat was relaxed beginnen en natuurlijk krijg je nog steeds wel af en toe een schop of een ‘aai’ over je bol van medezwemmers, maar het was minder wasmachine dan anders. De wind stond wel pal tegen, dus grootste stuk flink wat golven, maar gewoon rustig doorzwemmen van gele boei naar gele boei. Kwam lekker in een flow en eigenlijk voor ik het wist was ik al weer bij het einde en stonden daar vrijwilligers om mij het water uit te hijsen. Op naar deel 2! 

Om de tijd deed ik het toch al niet, dus ik deed de transities rustig aan, de tijd die je over de transitie doet telt wel mee voor je eindtijd, maar niet voor de ‘cut-off’. Je moet namelijk elk onderdeel binnen een bepaalde tijd doen, anders wordt je gediskwalificeerd. Het zwemmen moest onder de 1h10 – dik gehaald met 43minuten- het fietsten onder de 3h50 -ook ruim te halen tenzij ik een lekke band zou krijgen, dan kon het krap worden- en het lopen moest onder de 3 uur. Het lopen was mijn grootste angst, maar moest in principe haalbaar zijn, zelfs als ik de laatste 10km moest wandelen.  Ik haalde m’n fiets van het rek en liep naar de opstap-lijn, van fietsen geniet ik het meest, dus ik had er zin in. 90 km door West-Friesland, vertrek in Hoorn, door de weilanden naar Medemblik, dan langs het IJsselmeer naar Enkhuizen en langs de dijk weer terug naar Hoorn.

Ik had de route 1 keer eerder gefietst en wist dat dat laatste stuk het venijnigst kon zijn, omdat de wind vaak zuid/zuid-west tegen is op dat stuk. Zo ook vandaag, maar het kon slechter, want met windkracht 2-3 was het nog te doen. De eerste 60km m’n persoonlijke record gereden, denk ik, en zelfs met dat laatste stuk tegen toch een enorm goede eindtijd van 3h05. Langs de kant stonden veel mensen, zelfs op de eenzame dijkjes, dat was gezellig. Ik kan je alleen wel vertellen dat Enkhuizen de ergste stad is om doorheen te fietsen met een racefiets! 

Na de tweede keer transitie begon ik aan de halve marathon, mijn nemesis: vier rondjes door de binnenstad van Hoorn. Na ieder rondje kreeg je een gekleurd armbandje zodat de jury kon zien hoeveel rondjes je gelopen had en jij zelf ook de tel niet kwijt kon raken. Niet dat je de tel kwijt zou raken, maar het geeft je wel een doel om naartoe te lopen. Ik had mijn eigen fanclub langs de route: niet alleen waren Bart, Alwin en Christian op een terrasje gaan zitten langs de route om van hun stoelen op te staan als ik langs kwam, m’n coach Marjan was er ook om me aan te moedigen en me te helpen als ik erdoorheen zat.

Ik zal jullie de martelgang besparen en gewoon naar het einde van het verhaal springen, want eindelijk – eindelijk na 2h55 kwam die rood-zwarte loper in zicht met al die juichende mensen langs de kant. 7 h 02 m 16s nadat ik het water in was gesprongen kreeg ik die medaille omgehangen. Leuk detail: toen ik over de finish kwam, speelden ze net het nummer bloed, zweet en tranen. Nou: echt, hoor!

Wat koud water over je hoofd en wat drinken erin doet wonderen en lekker nagenieten met m’n trouwe fans. M’n mooie medaille en het leuke finisher shirt bewonderen. Ik had de code van het havendouche gebouw nog, dus kon zelfs lekker even douchen en wat schoons aantrekken. Even zitten napraten en daarna weer  alles ingepakt en opgehaald uit de transitie-zone. Wat een dag, wat een ervaring, om nooit te vergeten! 

Wykein op it wetter

Verder dan dat gaat mijn Fries ook niet, of in ieder geval zal ik het jullie niet aandoen dat je mijn blog in Google translate moet gooien (want ja, dat bestaat voor Fries!). Om de trend door te zetten van op reis in eigen land en vakantie-kun-je-ook-in-twee-dagen-vieren, gingen Bart en ik een weekendje varen in Friesland. De kinderen wilden of niet mee of waren blij dat ze een paar dagen zonder ons konden doen wat ze wilden, ergens in het midden zal het wel liggen. Maar in ieder geval hadden wij een weekend met z’n tweeën op de Aquatilus. Walk down memory lane dus, of eigenlijk sail down memory lane (vraag me niet waarom die rare Engelsen al het varen als sail bestempelen). 

Vrijdag rond lunchtijd in de auto naar Leeuwarden om rond vier uur de trossen los te gooien. Het was nog heerlijk zonnig en warm en dat zou het het hele weekend blijven, echt een bof-weekend dus. We wilden niet al te ver varen, maar wel lekker buitenuit liggen, de Alde Feanen is dus perfect voor een eerste nacht. In Wartena de eerste ophaalbrug, altijd leuk om andere fietsers eens een keer voor jou te zien wachten in plaats van zelf tegen die open brug aan te kijken.

Door de Nauwe Saiter, een mooie pittoreske sloot met het oorlogsmonument “de zwaluwhaven”, om aan te leggen aan een van de vele eilandjes die je daar kunt vinden. Het eilandje zelf had een wandelpad, maar de hele rondgang was maar iets meer dan 1 km, dus wilde je echt een wandeling maken, dan moest je rondjes gaan rennen.

Dat gingen we niet doen natuurlijk, maar natuurlijk gingen we wel een rondje lopen en konden we heel leuk ‘spelen’ met een watermolen. Als je met een ingenieur op pad bent, dan ga je zo’n mechanisme natuurlijk uitproberen. Als het water te hoog kwam, dan kwam de drijvende vlotter omhoog en dan draaide het mechaniek de staart zodanig dat de molenwieken in de wind kwamen te staan en dan ging de molen draaien. Als de vlotter dan weer zakt, dan draait de staart en die duwt de wieken weer terug. Best ingenieus dus! 

Om kwart over zes was ik de eerste die op was en zaterdag is normaal zwemtraining, dus dat deden we mooi in het open water, geen bootjes te zien. Met 19 graden was het wel iets kouder dan ik dacht, dus een kort rondje was goed genoeg. Met zon tegen was het al lastig genoeg om te zien waar de boot lag, wiens idee was het ook al weer om het opgaande zon te gaan zwemmen? 

Voor zaterdag hadden we een forse route in gedachten, want we wilden binnendoor via Heerenveen en het Tjeukemeer helemaal naar Sloten. Eerst boodschappen doen bij de supermarkt in Nijbeets, want hoe vaak kun je aanleggen aan een eigen steiger van de supermarkt. Het water was daar ook lekker rustig, want met al die vaste bruggen die soms niet eens 2 1/2 meter hoog waren, konden alleen kleine motorbootjes en onze Doerak met omlaag-klapramen er varen. Ook al kun je onder veel vaste bruggen door, toch loop je nog wel de nodige vertraging op bij gewone ophaalbruggen en sluisjes, dus tegen het eind van de middag kregen we toch wel door dat een tocht van 64km een beetje overmoedig was. Maar na bijna 9 1/2 uur onderweg, konden we dan toch een plekje langs de kade in Sloten veroveren. Sloten is een beeldschoon oud stadje, 1 van de 11, ook al is het zo klein dat er dorpen zijn met drie keer zo veel inwoners. Reden om door te zetten tot Sloten en niet ergens al eerder aan te leggen: we hadden gezellig afgesproken met Bob en Magon om in Sloten een hapje te eten. Een heerlijk restaurant gevonden dat nog een plekje kon vrijmaken voor ons. Super lekker gegeten en het restaurant krijgt een 10 voor service. 

De volgende ochtend besloten om ons eerdere plan voor een avontuurlijke tocht door de Luts bij Balk toch maar in te ruilen voor een iets relaxtere dag varen. Met de boot in cabrio stand en een heerlijk zonnetje op ons hoofd door Woudsend, Heeg en langs het Sneekermeer te varen om halverwege de middag te eindigen bij de Peanster Ee. Aan hetzelfde eilandje waar we de vorige vakantie ook al hadden gelegen, dat was erg goed bevallen.

Als je dan toch zo veel lekker water om je heen hebt, dan ga je natuurlijk nog een keer zwemmen. Als je langs de kant zwemt, heb je niet zo veel last van al het bootjesverkeer. Bij het huisje op de hoek van het eiland kwam net een mevrouw uit het water, dus ik vroeg aan haar of je om het eiland heen kon zwemmen, dat kon en was een rondje van 2,88km zei ze. De eerste 900m gingen supersoepel, dus dat moest kunnen. Maar ja, de kant waar wij lagen was hogerwal, dus geen golven en rustig water, aan de andere kant van het eiland gekomen, had ik geen spijt, maar ben wel overgestapt op veel schoolslag om de niet al te misselijk en uit koers te raken van al die korte golfjes.

Met exact 2,88km op de teller kon ik bij de boot weer uit het water klimmen. Saillant detail: ik had die mevrouw op de hoek gevraagd om Bart te sms-en dat hij zich geen zorgen hoefde te maken, maar had de 2’en en de 8’en van zijn mobiele nummer omgedraaid, dus nu kreeg een wildvreemde een geruststellend sms-je dat zijn vrouw een rondje om het eiland aan het zwemmen was. Gelukkig was Bart rationeel en rustig genoeg om zich niet al te druk te maken. Er waren ook zoveel bootjes en ik had mijn boei bij me, dus allemaal binnen de definitie van safe. 

Na het eten hoorde ik een belletje als van een ijsco-kar en ja hoor: een ijsco-boot. Dat moesten we natuurlijk een keer uitproberen. Lekkere afsluiting van een mooie dag. De volgende ochtend rustig aan opgestaan, het was nog maar een kleine twee uur varen terug naar Leeuwarden. Prima tijd om nog even na te genieten van de Friese wateren, de boot weer schoon te maken en een handige nieuwe pomp vlak bij het schiphuis te vinden, want in zo’n weekendje varen gebruik je toch aardig wat liters diesel. Ok, met de auto zijn we dan misschien tripple-F (fossil-fuel-free), maar voor zo’n weekend varen maken we graag een uitzondering. Helemaal opgeladen (wij, niet de auto) weer teruggereden naar Pijnacker. 

Weekendje Groningen – meidenweekend 2

Toch nog even een verslag van het weekend Groningen, want het was te leuk om niet over te bloggen, ook al sloeg de werk-stress meteen na thuiskomst zodanig toe dat er geen tijd was om erover te schrijven. Het was alweer een meiden-weekend, moeder-dochter weekend, maar nu was ik de dochter en niet de moeder. Een weekendje provincie Groningen met hotel in de stad Groningen, van 1991 tot 1999 mijn thuisstad en nog steeds vertrouwd ook al was er een hoop bijgebouwd in de afgelopen 22 jaar. 

Op vrijdagmiddag met de nodige file naar Groningen gereden naar het Apollo hotel dat vlak bij het Stadspark ligt, net buiten het centrum dus en voor wie Groningen een beetje kent: buurman van de Gasunie. Een alleraardigste receptionist gaf ons de sleutel voor onze kamers, twee naast elkaar op de 2e verdieping. We konden nog net de laatste twee leenfietsen bemachtigen om naar het centrum van de stad te fietsen. Fietsen is in Groningen – net als in de meeste steden trouwens – een stuk handiger dan met de auto naar het centrum gaan. 

Het was mooi weer en met een mooie omweg langs de westerkade, de A-kerk en de vismarkt richting de Grote Markt. Daar is het plein omgetoverd tot 1 grote fietsenstalling en konden we die van ons mooi kwijt vlak voor het terras van de Drie Gezusters. Op het terras een mooi tafeltje voor twee bemachtigd en heerlijk gegeten. Daarna nog een tweede rondje stad op de fiets, langs de oude kamer van Sven, de Oude Ebbinge, het universiteitsgebouw en ook nog even de eerste flats waar Bart en ik samen gewoond hebben. Fiets weer netjes op z’n plek terug gezet en lekker geslapen. 

Na een ontbijtbuffet de rondrit provincie gestart. Ik was de bijrijder en navigator en via allerlei landweggetjes reden we naar Houwerzijl: in de tuin van het theemuseum thee met iets lekkers gedronken/gegeten. En natuurlijk flink wat thee ingeslagen. Daarna de route vervolgd door allerlei dorpjes langs oude hoeven, kerken en molens. M’n moeder zette me daarna af bij de fietsverhuur aan het gedempte Zuiderdiep en reed toen zelf door naar de supermarkt om ons diner in te slaan: twee maaltijdsalades. Met mijn gehuurde racefiets reed ik weer door naar de Decathlon, want ik had dan wel m’n helm, m’n bidon en m’n zonnebril meegenomen, maar was m’n sportoutfits glad vergeten. En in een spijkerbroek ging ik niet 80km fietsen op de racefiets. Lang leve de Decathlon waar je voor een paar tientjes een hele nieuwe outfit kunt scoren. 

Zondagochtend vroeg op de kamer ontbeten en nog voor m’n moeder goed en wel wakker was, zat ik al weer op de fiets richting Zwagerbosch. Langs allerlei Groningse Berten: Tolbert, Niebert, Lettelbert en in Friesland via Surhuisterveen en Buitenpost. Daar was ik zowaar eerder dan Bart die met de auto vanuit Pijnacker was gekomen en ook eerder dan Bob die op de racefiets mij tegemoet was gefietst en dacht dat ik wel de hoofdwegen zou aanhouden. Tja, als je niets afspreekt, dan mis je elkaar. Ik was dus al lekker weer gedoucht toen de heren er ook bij kwamen. Super gezellige vroege verjaardagsvisite met uiteraard de succesnummers oranjekoek en Bob’s kippensoep. Toen ik weer terug zou fietsen, regende het, dus heeft Bob me een klein stukje op weg gebracht met de auto naar Gaarkeuken en kon ik langs het kanaal mijn geplande route van 80km vervolgen. Op het laatste stuk nog wel weer een plensbui voor ik de fiets in kon leveren, dus lekker soppend naar het hotel terug gelopen. Gelukkig had ik nog droge gympen mee, want m’n andere schoenen waren dinsdag pas weer droog. 

Maandag was al weer de laatste dag van het lange weekend. Maar voor we weer naar het Westen vertrokken, stond eerst nog een dagje Bourtange op het programma. Een heel oud vestingstadje, bijna een soort openluchtmuseum. Eigenlijk niet eens bijna. De hele vesting rondgelopen, ik zelf nog even bovenop de muren om echt de stervormige omtrek op m’n strava te krijgen. 

Op de terugweg bij de HaJe lekker op het terras gegeten en toen was een heel gezellig weekend al weer voorbij. Wel weer een weekend met een sterretje! 

meidenweekend

Na alle stress van het eindexamenjaar had ik Eniek een lekker meidenweekend in het vooruitzicht gesteld. Bos, zee of stad in eigen land was de keuze en Eniek koos voor bos. Dan nog op zoek naar iets leuks dat ook nog beschikbaar was, want ook al zijn we dan nu weer wat vrijer met alle code geel landen, vakantie in eigen land is nog steeds onverminderd populair. Maar gelukkig hebben we vrienden met ervaring, dus een kleine rondvraag leverde een leuk hotel op bij de Hoge Veluwe, met eerstvolgende beschikbaarheid voor een weekend op zaterdag 19 juni. De stress is dan al weer wat gezakt, maar het weekend stond. 

Eniek mocht bepalen wat we allemaal gingen doen, twee dagen op de Veluwe rondbanjeren was misschien iets te veel van het goede, maar op Tripadvisor was de keuze weer reuze en haar oog viel op het Openluchtmuseum. Nostalgie ten top, de laatste keer dat we daar geweest zijn, was toen allebei de kinderen nog onder mijn uitgestrekte arm konden doorlopen. 

We hebben de hele route gelopen van nummer 1.1 tot en met 6.10, alle kaarten van de oude ambachten verzameld, want ook al ben je dan bijna 20, zo’n “vossenjacht” blijft leuk. Bij de papiermolen lieten ze nog wel zien hoe papier gemaakt wordt, maar zelf mocht je dat daar niet meer doen. In plaats daarvan hadden ze wel een schuurtje ingericht met een papier-schep-tafel met daarna een papierdruk-tafel. Blijft leuk om met zo’n zeef door een suspensie van gemalen katoen te gaan en er dan een vel papier uit te halen. 

Natuurlijk mochten ook het bakkertje en de poffertjes niet ontbreken, maar helaas was het snoepwinkeltje er niet mee. De missie toverballen konden we alsnog vervullen in het gewone souvernir winkeltje, maar de charme van het papieren zakje misten we allebei wel. Na een dikke vier uur en een slentertocht van bijna 7km stapten we weer in de auto richting Hoenderloo naar ons hotel. Om na het inchecken eerst even met de benen omhoog te gaan. 

Alle restaurants zijn weer open, dus we konden een tafeltje scoren op het terras van een gezellige brasserie. Kipsate voor Eniek en een salade met geitenkaas voor mij, superlekkere frietjes erbij en de inwendige mens was ook weer verzadigd. Na het eten een wandelingetje door het bos om de spijsvertering te bevorderen. Daarna op bed met een film en een gezichtsmasker: girl-time! 

Na een goed verzorgd ontbijtje zetten wij onze tassen vast in de auto om lopend naar de fietsverhuur te gaan. Op de fiets heb je een iets grotere actieradius dan te voet en je ziet toch net zo veel. In het Park de Hoge Veluwe heb je heel veel fietspaden en we hadden bedacht dat we voor de lunch de bovenroute van 15km zouden fietsen en dan na de lunch de benedenroute van 25km. Het weer werkte goed mee, niet al te warm, een lekkere 20-23 graden, af en toe een wolkje om niet in de volle zon te hoeven fietsen en niet al te veel wind. Perfect fietsweer dus. Onder weg nog een moederhert met baby gespot. Verder niet heel veel wild, maar wel veel mooie natuur en onderweg verschillende keren gestopt om wat te drinken en gewoon lekker te genieten. 

Om vier uur leverden we de fietsen weer in en gingen we op cruisecontrol naar huis, dat vliegt voorbij zo’n weekend, maar gezellig was het zeker. Vakantie in eigen land is ook zo gek nog niet…