Deze vakantie doen we blijkbaar veel plekken aan met een M, vandaag stond de overtocht van Medemblik naar Makkum op de planning. Eerst brood halen bij de bakker, die was al om half acht open en zat vlak bij de haven. Ik kon bijna mijn neus achterna voor het vers gebakken brood.
Met de buurman hadden we afgesproken dat we zo rond negen uur, half tien zouden vertrekken. Hij wilde blijven liggen, maar zoals gebruikelijk maak je dan plaats als degene die je dubbelt weg wil. Op de motor gingen we het kanaal richting IJsselmeer uit, langs kasteel Radbout dat in het zonnetje al stond te stralen. Buitengaats als een geoliede machine de zeilen gehesen: op naar de overkant.
Niet een kleine oversteek, met name als je het laatste stuk ook nog moet kruisen en als de windkracht beduidend lager ligt dan de dag ervoor. Hoog aan de wind leek het eerst of we Makkum net aan zouden halen, maar we gingen toch meer op Workum aan. Ook leuk, maar niet het idee.
De wind was 2-3 en dat maakte dat het een rustige tocht was, voldoende tijd om lekker in het zonnetje te zitten lezen, een boterhammetje te smeren zonder dat je omvalt en om de beurt aan het roer te staan of zitten. Geen stress, zelfs niet om een vrachtschip te ontwijken met een overstag.
De hele dag door hoorden we het weerbericht dat de wind spoedig zou toenemen naar 3-4. Dat spoedig was dus zo ongeveer toen wij de haven al in voeren. Dus zeker qua tijd, maar niet qua kilometers de langste dag tot nu toe: bijna 7 uur varen voor net iets meer dan 46km oftewel bijna 25 zeemijlen.
In Makkum wilden we liggen bij de haven vlak bij het dorp, daar zijn een paar boxen met havenkantoor. De jachthaven is mooi, maar ligt een stuk verder van het dorp vandaan en zonder fietsen is dat minder leuk. Wederom onder de indruk van onze samenwerking bij aanleggen: Bart stuurde ons vakkundig de box in, met de kop in de wind, Eniek en Nino deden allebei een paal en ik stapte voor af.
Ondanks dat het kermis was in het dorp, waren bijna alle restaurants gesloten. De keus was dus tussen pizza of chinees, de Italiaan heeft gewonnen, want dat eet lekkerder op de boot. De wind was inmiddels wat toegenomen en de bootjes die na ons kwamen hadden soms iets meer moeite met binnen hun box te komen. Op de muziek van de kermis vielen we allemaal in slaap. De volgende ochtend stond weer een lange tocht op het program, goed uitrusten dus.







Met Eniek aan het roer voeren we weg uit de kom bij Hoorn, het eerste stuk was lekker voor de wind, konden we gelukkig dicht langs de wal varen en hadden we geen last van het fonteinkruid dat welig tiert in het Hoornse Hop. Lekker windje vier, dan kun je best vaart maken. Met een dikke twee uur waren we al bij de sluis van Enkhuizen. Ook daar een dubbele kolk en hoefden we niet lang te wachten.
We zouden bij Enkhuizen beslissen of we daar zouden blijven of door naar Medemblik, maar voor zo’n mooie zeildag was Enkhuizen toch net te dichtbij. Het venijn zit ‘m dan toch in z’n staart, want als de wind wat afneemt én je moet kruisen, dan duurt het stuk Enkhuizen – Medemblik toch ook nog een dikke drie uur. Het voordeel van kruisen is dan wel weer dat je bijna niet van koers hoeft te veranderen om te kunnen strijken en dat deden we dan ook als een geoliede machine.
In Medemblik konden we bij de reddingsbrigade nog aan de wal liggen. Niet dat we een reddingsboot nodig hadden, maar dit is de locatie die het dichtst bij de douches én de winkels ligt. Het was gezellig druk, dus al snel kwam een bootje vragen of hij langszij mocht dubbelen. Wateretiquette voor wie het nog niet weet, daar hoor je geen ‘nee’ op te zeggen 😉 


Als 1 van de eersten vertrokken we om half negen van ‘t wad, we zouden om 2 uur in Hoorn zijn hadden we met Eniek en Nino afgesproken en met kruisende koers weet je nooit hoe lang het gaat duren. Wat je ook niet weet is hoe je je gaat houden als je benedenwinds met Beaufort 6 gaat zeilen. Dat rifje klinkt heel leuk als het nog theorie is, maar als jij dan achter het roer staat en probeert om jezelf staande te houden in het wind- en golvengeweld, dat is dan toch even momentje hartslag 150 en verhoogde ademhaling. Dan heb ik het over mezelf, want Bart blijft altijd de kalmte zelf, heeft 100% vertrouwen in de boot en vaak ook 100% gelijk daarin.
Even rustig lunchen aan boord en toen konden we Eniek en Nino al opwachten die door de ouders van Nino met de camper werden afgezet bijna recht voor de deur, wat een luxe! Met z’n allen hebben we m’n vader naar het treinstation gebracht en uitgezwaaid. Dan heb ik het over mijn eigen bravoure, maar dat is blijkbaar erfelijk, want hij had zich super gehouden met de vele wind! Een gezellige traditie weer een jaar in ere gehouden, want een bootvakantie zonder dat opa een stukje meegaat, dat zou toch niet hetzelfde zijn.
Dat zou wat zijn, in 1 keer van Urk naar de Waddeneilanden. Nee, sinds 2019 bestaat er nog een tweede wad en dat ligt net ten westen van Lelystad. Met een lekker windje ‘s ochtends vanaf de Rotterdamse hoek dat zeilen gehezen en richting Lelystad gevaren. De sluisdeuren aldaar stonden al open met het licht op groen, bijna direct na ons gingen de deuren dicht, wat een timing. De linkersluis was alleen pleziervaart en de rechter was voor de beroepsvaart. Wel zo rustig, want die ene keer dat we te dicht achter een vrachtschip zaten en een 360 in de sluis deden was voldoende, haha.
Een paar keer kruisen en dan kom de haven van het Markerwad al in zicht. Dit zal de derde keer zijn dat we hier komen, de langswal is al bezet, maar er zijn nog boxen genoeg en krijgen zelfs hulp van mensen aan de wal, dus ik hoef niet eens van boord om de boot voor vast te leggen terwijl Bart de palen achter doet. In de haven is plaats voor zo’n 50 bootjes, er zijn wel meer mensen op het eiland, want er gaat ook een veerboot vanaf Lelystad, maar de laatste boot gaat om vijf uur terug en daarna heb je het hele eiland voor jezelf alleen.
Op het wad maken we natuurlijk een lekker lange wandeling, het is nog schitterend weer. Zoveel verschillende vogels en bloemen, het is een genot om een rondje te lopen. Het zou wel de moeite zijn geweest als we de kaart wat nader hadden bestudeerd, want er staat duidelijk aangegeven dat er doorwaadplaatsen zijn in het Noordelijke pad. Nog even overwogen om de schoenen en sokken uit te trekken, maar het was ook 1 grote glibberpartij, dus dat risico maar niet genomen en gewoon een stuk teruggelopen. Die wandelen van 1 uur werd zo wel anderhalf, maar dat is goed voor de stappen, zullen we maar denken. 


Dat je het zeilen niet echt verleerd (of laat ik in ieder geval over de mannelijke helft van dit duo spreken), blijkt maar weer. Zelfs met een rolgrootzeil dat net even anders werkt, voeren we binnen no time met vol tuig de haven van Enkhuizen uit. Rechtstreeks naar Urk, lekker voor de wind, dan heb je niet door hoe hard het waait. De golven zijn een machtig gezicht en je ‘rolt’ gewoon naar het Oosten.
In Urk konden we een mooi plekje aan de lange kant krijgen. Kwart over vijf gaf ons nog net even tijd om de winkels te bezoeken en het dorp door te wandelen. Het vissersmonument blijft toch erg indrukwekkend, echt even iets om bij stil te staan. Lekker visje gegeten in de haven en nu zit ik in het zonnetje in de kuip deze blog te schrijven. Vakantie-tradities zijn er om in ere te houden (of nieuw leven in te blazen). 