Vrolijk Pasen

Ook al vieren we het dit jaar dan met ons vieren, het blijft nog steeds Pasen en gelukkig is het een (weer) een supermooie dag! De planning dit jaar goed op orde en het inkoop beleid al vroegtijdig gestart. Toen ik gistermiddag nog een laatste vergeten boodschap wilde gaan halen en zag dat de rij om de Appie binnen te komen tot in de parkeergarage liep, ben ik maar omgedraaid en nu misten dus alleen de ham voor op brood en verse jus. Verder was alles er voor een mooi gedekte tafel, zelfs een echt paastafelkleed! Ik had in een tijdschrift een supermakkelijk recept gevonden voor verse cinnamon rolls en met de juiste planning waren die ook mooi op tijd klaar, evenals het breekbrood, het paasbrood, suikerbrood, matzes en de eieren niet te vergeten. Kopje koffie en thee erbij: eet smakelijk. 

Natuurlijk is samen paasontbijt/brunch niet het enige vaste onderdeel van een paaszondag. Voor de kinderen wakker waren hadden Bart en ik al even eieren in de tuin verstopt voor de jaarlijkste Easter Egg hunt. Hier gaat hetzelfde principe op als met Sinterklaas: ook al geloven we al meer dan 10 jaar niet of ooit in paashazen, tandenfeeen, sinterklazen en kerstmannen, als het leuk is en er is chocola mee gemoeid, dan is het gewoon een jaarlijkse traditie. Al denk ik eerlijk gezegd dat dit wel het laatste jaar is dat ik Stijn zo gek krijg om met een mandje door de tuin te lopen. Ondanks het feit dat de plantjes in de tuin nog duidelijk net-niet-meer-nieuwbouw hoogte zijn, hebben we ze toch weer goed kunnen verstoppen en waren de laatste 4 lastig om te vinden (ja, dit jaar hadden we gelukkig WEL geteld!).

Home (not) alone

Net als de rest van Nederland (en de hele wereld lijkt het wel) zitten ook wij al weer drie weken thuis met z’n viertjes. Het lijkt al veel langer, niet omdat het vervelend is, maar gewoon omdat je het gevoel voor tijd een beetje kwijt raakt nu alle dagen op elkaar lijken. Op internet genoeg grapjes over te vinden dat mensen niet meer weten wat voor dag het is. Maar ja, je gewone ritme gaat gewoon op de schop, de gewone “ijkpunten” waar je de week aan bijhield zijn er niet meer: ik heb geen zwemmen op maandag, Bart geen bodybalance op woensdag, Stijn geen gym op dinsdag en Eniek geen mentorles op donderdag. Alle dagen lijken op elkaar en we hebben met z’n allen een nieuw ritme moeten vinden. Dat is ook het advies van alle “professionals” om dit toch een beetje “normaal” te maken: doe de gewone dingen en hou een schema aan. Dus gewoon met z’n allen om zeven uur opstaan om te ontbijten en daarna aan de dag te beginnen. Om 12 uur lunchen, al dan niet samen en om zes uur ‘s avonds eten, heel Hollands.

Er is opeens ook meer ruimte voor rust en tijd samen. Social distancing met anderen, maar social closeness met je gezin dus. Niet alleen is het gezellig om drie maaltijden per dag samen te hebben ipv de normale twee en dan ook nog minder gehaast, maar bijna elke avond na het eten spelen we tegenwoordig een spelletje. 11-en is favoriet, al ben ik er wel een beetje zat van om steeds door strateeg Eniek verslagen te worden, haha. En monopoly hebben we alleen in het weekend gedaan, want samen met Katan zijn dat echte lange-adem-spelletjes. 

Bart is inmiddels ook helemaal gewend aan thuiswerken en de hele dag achter de computer te zitten. De studeerkamer is zijn werkhok geworden en de kinderen hebben alletwee hun eigen kamer en eigen laptop. Er wordt op een dag heel wat af-gezoom-ed, gelukkig hebben we glasvezel en een top wifi abonnement. Ook de kinderen zitten goed in hun ritme en schema. De school van Eniek had alles echt top voorbereid, die hadden op de donderdag voor de scholen gesloten werden al een video opgenomen en magister was al klaargemaakt voor online lessen. Die houden ook gewoon een rooster aan met alle lessen een live contact met de leraren, ik ben echt diep onder de indruk. Op Stijn’s school hadden ze iets meer tijd nodig en hebben ze niet heel veel live online lessen; het hangt meer van de leraar af hoe het geregeld is: sommigen hebben alleen een schema met huiswerk, anderen hele youtube videos en/of powerpoints en heel soms een zoom vragenuurtje. Stijn doet zijn best met alle verschillende schema’s en als er dan een zoom-les is, dan is hij altijd aanwezig, want “van vragen van anderen kun je ook wat leren, zelfs al heb je zelf geen vragen”. 

Als je bedenkt dat het nog maar 1 maand geleden is dat we met z’n allen moesten wennen aan het geen handen schudden (9 maart)! Nu is het al heel normaal om op straat minimaal anderhalve meter afstand te houden tot andere mensen en hebben we een soort van nieuwe normaal bereikt. In de supermarkt ben ik al gewend om bij binnenkomst een karretje aangereikt te krijgen, waarvan een medewerker net het handvat heeft schoongemaakt en als je de topdrukte vermijd, dan is anderhalve meter afstand houden ook prima te doen. Op straat met hardlopen en fietsen zie je ook al veel minder groepjes en als je gewoon heel duidelijk links tegen het verkeer in blijft lopen op het fietspad, dan is er niets aan de hand. We gaan met z’n allen nog minimaal drie weken zo door en zelfs na 28 april zal er nog wel een hoop gesloten blijven/zijn. Maar we houden de moed erin. En gelukkig doet het zonnetje er alles aan om ons in goede stemming te houden. O, wat had ik dat zonnetje nodig na die lange winter vol regen!

Eniek weer in Tel Aviv

Maandagochtend heb ik me eerst uitgeleefd op het meest uitgebreide, luxueuze ontbijtbuffet ooit. Ik had tot mijn vlucht toch niet veel te doen, dus had ook lekker een krantje meegenomen om te lezen tussen de “gerechten” door en had me voorgenomen om lekker te genieten. Een dik uur zitten tafelen, lezen en geklets met de mensen aan het tafeltje naast me. En zo veel gegeten dat ik tot een uur of 3 ‘s middags geen enkele behoefte had aan eten, hahaha. Met de bus van 4 shekl naar het vliegveld net ten Noorden van Eilat om met Arkia Air terug te vliegen naar Tel Aviv om daar Eniek weer te gaan zien. Op Snapchat kon ik mooi zien dat we niet heel ver van elkaar vandaag zaten, met wel het verschil dat ik ging vliegen en zij met de bus ging. 

Aangekomen in het hotel stond op de borden al weer een welkomsboodschap voor de groep studenten van het hotel, maar ik moest minstens 3 uur wachten tot de bus kwam, zo veel sneller gaat het vliegtuig dus. Supervoldaan, maar ook supermoe stapte Eniek uit de bus. Zij deelde weer een kamer met twee andere meisjes uit haar groep en gaf aan dat ze graag afscheidsavond wilde mee vieren. Uiteraard natuurlijk, dus ik heb eten gehaald om in m’n eentje op de hotelkamer op te eten en Eniek ging terug om spelletjes te spelen en te kletsen tot diep in de nacht. 

Bij het ontbijt trog ik haar en Eric en nog een aantal van hun nieuwe vrienden weer. Wat een superleuke club jonge mensen! Heb echt genoten van hun verhalen over hun week in de Kibutz en de woestijn. Ze waren natuurlijk heel serieus bezig geweest met het wetenschappelijk uitwerken van hun sustainable innovatie, maar hadden daarnaast ook genoeg leuke avonturen beleefd en heel wat mooie woestijnplaatjes geschoten. Eniek kan leuk vertellen over haar tijd daar, dus mocht je meer willen weten, vraag het haar gerust een keer. Zij en drie anderen hadden ook nog hoge ogen gegooid met hun uitwerken van een enzymatische batterij op ethanol en de derde prijs in de wacht gesleept. Natuurlijk was ik supertrots, maar ook zo goed om te zien dat ze daar zelf ook trots op was. Hieronder wat plaatjes van de laatste presentaties en prijzen.

We hoefden pas om een uur of vijf op het vliegveld te zijn voor onze vlucht naar Amsterdam, dus ik had Eniek en Eric beloofd dat ik zou proberen om wat hoogtepunten Tel Aviv met hen mee te pakken. Samen met Steve uit Slowakije die ook nog even langer bleef, stapten we in een taxi naar Jaffa, want dat is voor mij toch het hoogtepunt van Tel Aviv. Gelukkig dit keer wel een droge dag. Alle punten die ik in mijn Jaffa blog beschreven heb, heb ik hen ook laten zien en daarna zijn we langs de zee en het strand naar het Noorden gelopen tot we er genoeg van hadden en richting Carmel Market gingen. Dit keer geen overstroomde straten en we hebben heerlijk wat shekls uitgegeven aan souvenirs op de markt en natuurlijk wat streetfood gegeten. Daarna wilden we wel even zitten en vonden we bij toeval een heel leuk klein koffietentje met een tuinterras achter het gebouw om koffie te drinken. Google vertelde ons dat heel toevallig bus 31 vlak bij dit punt naar ons hotel ging en aangezien we niet helemaal wisten hoe lang dat zou duren, zijn we op de bus gestapt. Korte tour, maar wel voldaan dat we Tel Aviv nog even hebben ‘geproefd’. 

Daarna restte ons alleen nog om onze koffers weer te verzamelen, de shuttle naar het vliegveld te nemen en de uitgebreide veiligheidsprocedures van het vliegveld hier te doorlopen. Om het land uit te komen mag je toch zeker een uur uittrekken, op drie verschillende punten moet je vragen beantwoorden, je (hand)bagage laten checken en je paspoort laten zien. Gelukkig hadden we nog wel genoeg tijd om al onze cash uit te geven aan avondeten en snacks voor in het vliegtuig. Wederom een saaie vlucht van 5 uur naar huis waar om 1 uur ‘s nachts gelukkig de moeder van Eric ons stond op te wachten om ons naar huis te brengen. Om twee uur lieten wij onze koffers gewoon beneden midden in de kamer staan, pakten onze tandenborstel en gingen snel naar bed: zzzz…dromen van een onvergetelijk avontuur!

 

Relaxed dagje Eilat

Alweer bijna het eindje van m’n trip en de laatste dag alleen in Israel. Ik had een relax dagje ingepland in Eilat, misschien een dagje strandstoel met dat heerlijke warme weer… Maar ons kent ons, dat gaat kriebelen. Na het ontbijt de bus gepakt richting het aquarium, het Underwater Observatory. Het bussysteem in Eilat is super geregeld, heel veel verschillende buslijnen, die ieder kwartier – 20 minuten rijden, net zo modern aangegeven met wachttijd als bij ons soms. En lekker goedkoop versus een taxi, 4 Shekl per enkele reis. (ongeveer 1,25Euro). 

Het Underwater Observatory heeft een pier met toren waar je niet alleen bovenop een geweldig uitzicht hebt op de baai, maar ook 6m onderwater rond kunt lopen om het echte Rode Zee ecosysteem te bewonderen, een soort wild aquarium. Daarnaast hebben ze een zelfde soort opzet als een “gewoon” aquarium, met water schildpadden, een grote rode zee koraaltank, een tentoonstelling over diepzee wezens (ook interessant), maar de uitsmijter vond ik wel de haaien tentoonstelling. In Blijdorp hebben ze ook zo’n onderwater tunnel in het Oceanium, maar de informatie die ze hier gaven over alle soorten haaien was zo ineressant en leuk gedaan, ik heb bijna een uur rondgelopen en elk weetje gelezen. Het voeren van de haaien was natuurlijk ook een leuke show en alle kleine kinderen kwamen er op af, maar de gids wist ze goed onder de duim te houden en ze gingen allemaal netjes zitten. 

Na het aquarium dat ten zuiden van Eilat ligt, nam ik de bus weer terug naar het centrum om vandaar een andere bus te nemen naar het noorden. Ik had in mijn hotel gelezen over Holland Forrest en dat leek me bij uitstek iets om te bekijken als Hollander. In de woestijn groeit heel weinig, dus ze schreven dat dit een van de eerdere projecten was om met irrigatie een bos aan het leggen. Daar aangekomen moet ik zeggen dat de naam ‘bos’ een beetje overdreven is, maar de wandelroute van 2km toch gedaan om te kijken hoe het dan is aangelegd. Op zich interessante bordjes over flora en fauna, maar samenvattend kan ik zeggen dat ik snap waarom er niemand was… Vlak in de buurt had je ook nog een echte botanical garden, daar werkte een alleraardigste vrouw en die vertelde dat ze ruim 20 jaar geleden alles hier van niets hadden opgebouwd en planten van overal ter wereld hadden geplant inclusief een echt stukje regenwoud. Alle continenten waren inderdaad vertegenwoordigd en in het stukje regenwoud kwam iedere zeven minuten een heerlijk verkoelende watermist opzetten, dus dat was dan wel weer leuk om te zien. Maar na al dit groens had ik toch wel genoeg natuurschoon bewonderd.

Aangezien het al drie uur ‘s middags was, nam ik de bus weer terug naar mijn hotel om m’n koffer op te halen en te verkassen naar een ander hotel. Ik had mezelf getrakteerd op 1 nacht poepie-chique in het hotel dat Einav mij had aangeraden, het duurdere broertje van het Dan Panorama, het Dan Hotel Eilat. Poepie-chique is natuurlijk altijd relatief, want ernaast zat een hotel dat per nacht kost waar ik vier nachten voor geslapen heb, haha, maar voor mijn doen was dit poepie-chique. Ook hier had Ralph z’n werk weer gedaan en kreeg ik een mooie upgrade kamer met fruit en chocola op de kamer en een uitzicht om bij te zwijmelen. Op het balkon even lekker in het zonnetje gezeten en daarna op het strand gaan zitten om de zonsondergang te bekijken. 

In het donker nog even de kitch kant van Eilat bekeken. Ze hebben hier een muziek-fontein waar de waterstralen op muziek en met neonlicht mee beweegt, leuk en vrolijk. En vlak bij hebben ze ook een groot winkelcentrum met binnenin echt Amerikaanse taferelen: een grote ijsbaan, een kleine kermis-achtbaan, een enorme zipline langs het hele plafond, enzovoort. Niet meegedaan aan deze gekkigheid, maar wel heerlijk gegeten met lam-gevulde pita broodjes. Na een week Israel denk ik niet dat ik ook nog de afbak-pita-broodjes van de Albert Heijn kan eten… 

Eilat om naar Petra te gaan

Toen ik ging bedenken wat ik allemaal wilde gaan doen in zes dagen Israel stond Jordanie op mijn lijstje. Israel en Jordanie liggen zo dicht bij elkaar dat een dag tripje naar Petra in het buurland steevast in de top 5 van “things to do in Israel” voorkomt. Je kunt vanuit Tel Aviv ook dagtripjes maken, maar waarom eerst 5 uur met de bus naar de grens rijden als je ook kunt vliegen naar Eilat om daar een paar dagen aan de Rode Zee te vertoeven. Zo gezegd, zo gedaan: met Arkia – de Israeli Ryan Air – een vlucht van wel 35 minuten geboekt naar Eilat. Vanuit de lucht gekeken of ik Eniek kon zien, maar zag vooral heel veel mooie woestijn. 

Eilat zelf is eigenlijk het Benidorm van Israel. Niet alleen qua temperatuur (een graad of 5 warmer dan Tel Aviv/Jeruzalem, maar ook qua publiek: veel gezinnen en oudere mensen die komen voor het strand. En het shoppen, want blijkbaar is heel Eilat btw-vrij en het wemelt er van de overdekte winkelentra, maar daarover later meer, want laten we snel naar het hoofdonderwerp toewerken: Petra!

Ik had met dezelfde organisatie een dag-trip met bus, grensovergang en gids geboekt, wel zo makkelijk en alleen een auto huren en dan de hele dag rijden, zag ik ook niet zo zitten. Was wel een vroege start, want om 7:15 moest ik al bij een in de buurt gelegen hotel staan om naar de grensovergang gereden te worden. Dat was maar 15 minuten rijden, alwaar we de mensen die met een andere bus al veel eerder vanuit Tel Aviv en Jeruzalem waren vertrokken ontmoetten. Aan de Israel kant alsook aan de Jordanie kant stond iemand om ons door het proces heen te helpen. Eerst moet je Israel uit – en daar betaal je 60Euro exit fee voor. Dan krijg je wel netjes een bewijs dat je het land verlaten hebt (een roze briefje, bij binnenkomst krijg je een blauwe). Dan loop je een kleine 100 meter door een soort niemandsland en ben je bij de Jordanie grens. Krijg je daar een sticker en een stempel – tegen een visum fee van 60 US$, dat laatste duurde het langst van het hele proces, maar na een uur waren we toch met de hele groep van ca 25 door de grens en werden we opgewacht door onze gid en touringcar. Als je de grens over komt, dan merk je meteen al verschil, de mensen zien er anders uit, het koffie-tentje is net wat meer vervallen en waren er in Israel 50% vrouwen aan de grens, in Jordanie geen. En overal zijn de afbeeldingen van de koning groot aanwezig. Maar over dat laatste mag ik natuurlijk niet al te veel zeggen, want bij ons hangt Willem ook om de haverklap in officiele gebouwen. Ik heb hem alleen nog niet op Schiphol gezien…

Waar ik me een beetje in vergist had was de afstand van grens naar Petra, geen boek meegenomen voor de 2 1/2 uur durende autorit, verplicht zen uit het raam kijken naar de woestijn, geen straf. Gelukkig wel een jas meegenomen, want bij de verplichte koffie-stop met souvenirs bleek het op grotere hoogte nog maar 10 graden Celsius te zijn…brrr.

In Petra waren we duidelijk niet de enige bus natuurlijk, ieder jaar trekt Petra een kleine miljoen toeristen, maar het park is uitgestrekt genoeg en alleen in het echt bekende centrum merk je dat het een mierenhoop is, daarbuiten is het nog wel rustig. Eerst legde de gids bij de kaart een paar dingen uit en vervolgens begon het grote wandelen… 

Je kunt de hoofdroute in grofweg drie stukken hakken, het hele pad heen en weer is ongeveer 8km zei de kaart: eerst een stuk met wat oudere rotsen en graftomben (het lijkt of ze huisje/grotten hebben gehakt, maar het waren graftomben werd ons verteld, enkele duizenden zijn er gevonden). Daarna ga je een soort ravijn tussen de rotswanden in, soms is het pad maar een paar meter breed en moet je echt oppassen dat je niet overreden wordt door de koetsjes die met een noodgang door het pad rijden met toeristen die voor een paar dollar de afgeweging hebben gemaakt dat de ervaring en het niet hoeven lopen opwegen tegen het klapperen van je tanden en het niet zachtzinnig gehobbel. De kleuren van de rotsen zjin rood, geel en zwart en op plekken deed het me echt aan Arizona denken. In deze gang vind je soms platte rotsbeelden, soms helemaal weggesleten zoals de man met twee kwamelen op de foto hiernaast.

Aan het eind van de gang in de rotsen krijg je dan het uitzicht dat zo bekend is van alle plaatje van Petra: De Schatkamer! Moet ook echt zeggen dat het veruit het mooiste gezicht is en we bleven daar ook zeker een kwartier gewoon genieten van het uitzicht. De gids vertelde dat ze hier ook een soort van beeldenstorm gehad hebben en dat daarom veel van de afbeeldingen geen hoofd meer hebben, voor het geval we dachten dat het erosie was, zo oud is Petra eigenljik helemaal nog niet, als je het vergelijkt met oud Jeruzalem of bv Egypte… 

Na de Schatkamer was er nog meer moois te bewonderen. Inmiddels was de temperatuur ook dusdanig opgelopen dat alle jassen weer uitkomden en liepen we in de zon aardig te verbranden. Voor het geval jullie je afvragen waarom het de Schatkamer heet, ik herhaal ook maar wat de gids vertelde en heb niet gesource-checkt. Het was gebouwd als graf van een een rijke familie en die werden meestal begraven met allerlei rijkdom. Waar natuurlijk na eeuwen van grafroof helemaal niets meer van te vinden is. Sommige mensen opperden dat het eruit zag als een bank, ook een leuke uitleg. Super indrukwekkend als je bedenkt dat alles helemaal uit de rots is gehouwen om eruit te zien zoals de gebouwen die ze kenden uit Rome. Wat een werk… Alsof een gebouw uithakken nog niet genoeg is, wat dacht je van een amphitheater waar een paar duizend man in konden! 

Na het amphitheater kwam het stuk waar mensen ook daadwerkelijk woonden, de freestanding structures noemde de gids het. Die zijn niet meer uit de rots gehouwen, maar “gewoon” gebouwd zoals alle Romeinse gebouwen uit die tijd. Deze worden nog steeds actief opgegraven en er wordt gedacht dat er nog 75% van de stad begraven ligt. Op het hoogtepunt woonden er wel 20 tot 30 duizend mensen, dus geen kleine stad!  De ondergang van Petra was eigenljk een sameloop van natuurrampen, een grote aardbevingen in de 4e eeuw na Christus en een overstroming decennia later en er was niet veel meer van een stad over. Tot in de 19e eeuw de buitenlanders het kwamen opgraven. Nu is het niet alleen een Unesco Heritage Site, maar ook nog eens uitgeroepen tot 1 van de zeven wereldwonderen. Nou, een dag daar rondwandelen en je bent het ermee eens!

Natuurlijk doe ik onrecht aan de rijke geschiedenis van deze plek, ik heb het niet gehad over het ingenieuze ingenieurswerk en waterbeheer en ik zal hier en daar vast wat feitjes of jaartallen hebben gemist, maar ik denk dat het duidelijk is hoe indrukwekkend deze plek is. En zeker de hele lange tocht waard!