100 duizend stappen

Nee, dit is niet weer een of andere challenge die ik aangegaan ben, maar de gezamenlijke hoeveelheid stappen van vandaag met ons vieren. Matthijs en Ineke hadden ons namelijk uitgenodigd – of uitgedaagd? – om een etappe van het Pieterpad met hen mee te lopen. Zij zijn na jaren weer begonnen om het hele Pieterpad af te lopen en waren inmiddels al bij etappe 15 beland, van Zelhem naar Braamt, in totaal 17km. Nadat ik Bart gerustgesteld had dat er altijd een escape onderweg was in de vorm van een bushalte, werd ook hij enthousiast en zeiden we volmondig ja. 

Vroeg uit de veren, want de weersverwachting was vooral in de ochtend nog mooi. Om 7 uur vertrokken om met twee auto’s eerst naar Braamt te rijden, alwaar we de auto van Ien en Thijs op een parkeerplek achterlieten en toen doorreden naar Zelhem. Dat ritje duurde maar een klein kwartier, lijkt heel kort, toch zouden we er 4 uur over doen om weer terug naar Braamt te lopen. Maar het gaat niet om de snelheid, maar om wat je onderweg allemaal tegenkomt en ziet. 

De eerste uitdaging is al om het begin van het pad te vinden vanaf de parkeerplek, maar een behulpzame man die z’n hond uitliet en waarschijnlijk al menig wandelaar op het juist pad had geholpen wees ons de weg. Vanaf dat moment is het vooral goed opletten op de rood-witte bordjes/streepjes die je onderweg ziet. Ik moet echt zeggen, petje af voor hoe goed het gemarkeerd is allemaal.

De lol van het Pieterpad is dat je zo min mogelijk door de bebouwde kom loopt. Heel soms liepen we op asfalt, maar vaker liepen we op onverharde paadjes. Sommige zelfs zo smal dat we achter elkaar moeste lopen, maar vaak liepen we gezellig twee aan twee: gezellig kletsen en genieten van de natuur. 

De eerste koffiepauze deden we bij kasteel Slangenburg, de coffee to go was gelukkig al om 10 uur open gegaan en uit de Mary Poppins rugzak van Ien kwamen lekkere gevulde koeken om erbij op te peuzelen. Het kasteel leek eerst meer een klein landhuis, maar toen we eromheen geleid werden, zagen we dat het toch wel echt een kasteeltje was, inclusief slotgracht. Weer een van die juweeltjes die Nederland rijk is! En het pad langs al die mooie bloeiende bomen en weilanden vol bloemen was ook al helemaal niet verkeerd natuurlijk. 

Ik zal niet alle punten beschrijven, maar meer samenvattend proberen te vertellen over de jonge veulentjes die we onderweg zagen, de aardappelboeren die hun teelaardappelen aan het uitrijden waren en de vis-trap die bij de sluis ‘de Pol’ in de oude IJssel was aangelegd.

Nee, geen Engelse ‘trap’ maar een echte Hollandse trap om te zorgen dat de vissen ongehinderd langs die sluis konden migreren. Echt weer een ingenieus stukje ecologisch aanlegwerk, zoals je op de foto kunt zien loopt de ‘vis-trap’ gewoon als een lint door het landschap om de sluis heen, met steeds kleine stukjes verval. Op de luchtfoto ziet de zuiveringsinstallatie er wat lelijk uit, maar vanaf de grond zie je daar niets van en is het gewoon een mooi, rustig natuurgebied. 

Vanaf daar werden de paadjes eigenlijk alleen nog maar mooier en liepen we ook door weilanden over het erf van boeren, met wilde bloemen in de berm en enorme velden graan en koolzaad. En toen waren we zomaar opeens weer in Braamt. In goed gezelschap gaat de tijd supersnel voorbij en voor je het weet heb je 4 uur gelopen en 25.000 stappen op je teller staan.

Met de auto van Ien en Thijs weer terug naar Zelhem om daar de dag gezellig af te sluiten op een terrasje met wat drinken en een tosti of uitsmijter. Tegen die tijd begon het wat te druppen en toen we in de auto terug zaten ook echt te hozen. Hadden we het weer in ieder geval goed ingeschat en de dag was in ieder geval eentje met een zonnetje: een superleuke dag! 

Ons nieuwe ijzeren ros

Wie had kunnen bevroeden dat we er zo lang op moesten wachten… maar hij is er! Toen we hem in maart 2020, net voor de eerste lockdown, bestelden wisten we al dat we even moesten wachten, want de verwachte levertijd was toen Q4 2020. Maar door de Corona vertraging kwamen daar wat maanden bij en uiteindelijk had ons ijzeren ros dus de draagtijd van een kameel: 14 maanden… 

Nooit meer tanken was de absolute must, dus 100% elektrisch. Daarnaast hadden we nog een heel wensenlijstje, maar belangrijkste punten waren dat het een hoge(re) instap moest hebben en een beetje leuk rijbereik was ook en plus. Toen we hoorden van de Mustang Mach-E waren we al snel verkocht. Niet dat de auto ook maar in de verste verte lijkt op de wereldberoemde Mustang, maar het paardenlogo heeft voor ons zoveel goede Amerika herinneringen, dat ging bij ons al snel op het lijstje ‘plussen’. Voorgespiegelde maximale rijbereik van 600km was natuurlijk ook niet mis. Hoeveel het in praktijk gaat zijn, gaan we meemaken, maar in ieder geval genoeg om heen en weer naar Friesland te kunnen rijden. 

Voor het eerst dat we een auto gekocht hebben vanaf een plaatje, we waren er zo vroeg bij, de dealers hadden nog niet eens een prototype staan. In september organiseerde Ford wel de go-electric event in Rotterdam, waar ze het eerste proefmodel voor Europa lieten toeren en we ook een proefrit konden maken, dat voldeed 100% aan onze verwachtingen. Dat we zo lang moesten wachten – en uiteindelijk nog langer dan ze ooit hadden verwacht – mocht de pret niet drukken. Natuurlijk hadden we kunnen overstappen op een andere elektrische auto en een paar maanden levertijd kunnen winnen, maar aangezien we hem toch niet voor de belastingkorting/zakelijk kopen (geen 31 december 2020 deadline) EN omdat het veruit de mooiste is in zijn prijsklasse, zijn we als geduldige ouders blijven wachten op onze auto-baby. 

Met zo’n merk als Mustang zit je meteen in een soort van global community. Op het forum lees je verhalen van iedereen die smachtend zit te wachten. Mensen met een direct lijntje naar de fabriek in Mexico die productieschema’s delen, mensen die bijhouden welke schepen waarnaartoe vertrekken. Zelfs mensen die het VIN nummer van jouw nieuwe auto kunnen opzoeken, zodat je exact weet waar je auto op dat moment is in de keten. De eerste berichten vanuit de VS van mensen die hem al in februari kregen, maakten ons wel jaloers, maar de enthousiaste verhalen maakten ook weer dat we er nog meer naar uit keken. 

De route van de MS Immacolata hebben we natuurlijk gevolgd. Toen de auto’s eenmaal op de kade stonden, was er zelfs iemand die luchtfoto’s wist te bemachtigen. Kortom, iedereen leefde mee. De douane en het “klaren” van de auto duurde al met al best lang, maar op het forum zagen we een paar weken geleden de foto voorbijkomen met de eerste oplegger met MachE’s in Nederland. Whoohoo, nu was het echt aftellen. 

En eindelijk kwam daar dan het telefoontje van de dealer dat onze auto bij hen was bezorgd, het rijklaar maken en de laatste updates installeren kostte een kleine week en sinds vandaag (8 mei) zijn wij de trotse eigenaar van de 104e MachE op Nederlandse bodem. Stijn is in het weekend toch al niet zo’n enorme uitslaper, maar vanochtend was hij al om acht uur beneden, want hij wilde mee. Vooral omdat hij beredeneerd had dat hij dan lekker voorin mocht zitten op de eerste rit. Want tja, iemand moest natuurlijk de “oude” auto terug naar huis rijden. Die “oude” auto wordt maandag opgehaald, dus tot die tijd hebben wij heel Amerikaans twee auto’s op de oprit. 

p.s. Stijn en ik hebben haar ook al een naam gegeven: Lola, maar alleen dy-hard Marvel fans zullen de referentie snappen 🙂 

p.s.2. Ook niet onbelangrijk: ze rijdt super! (hahaha, dat gebruiken we nu alleen nog maar als kwaliteitsaanduiding, voor ons geen Super of Euro-95 meer…)

Bike down memory lane

Nederland verkennen op de fiets en dan ook nog in goed gezelschap, dat is toch de mooiste hobby die je kunt hebben. Moet je wel het weer een beetje uitzoeken natuurlijk. Maar afgezien van de temperatuur die wat onder de maat van eind April is, mogen we over het weer niet klagen: meer zon dan wolken en de windkracht niet hoger dan 4, daar doen we het voor. Met m’n vader een zondag fietsen in het rivierenland tussen Rijn en Waal, met als hoogtepunt alle plekken waar ik mijn lagere schooltijd vaak ben geweest. 

Mijn vader heeft twee fietsen, dus ik hoefde mijn eigen fiets niet mee te nemen. Hij op zijn nieuwe elektrische en ik op zijn oude toerfiets, dat trekt het leeftijdsverschil van 25 jaar weer gelijk en hebben we hetzelfde tempo en uithoudingsvermogen voor en mooie tocht van 75km. We begonnen in Arnhem Zuid om via Huissen en Angeren een stuk langs de Nederrijn te fietsen. Kasteel Doornenburg zagen we liggen, maar ervoor omrijden had niet veel zin, omdat alles nog dicht. Fort Pannerden kwamen we wel heel dicht langs, toerist in eigen land dus weer. Als je een stukje doorrijdt over het onverharde pad dan kom je op het kruispunt van de Waal en de Nederrijn, bijna een soort van pier tussen al dat water. 

In een natuurgebied langs de Waal stopten we even bij een bankje voor een kopje koffie en een broodje, heerlijk in het zonnetje en uit de wind. Net te vroeg gestopt, want toen we nog geen km weer verder waren gereden, zagen we een groep van wel 20-30 mensen staan te kijken bij de kudde wilde paarden die daar lekker aan het rennen, rollen en grazen waren. Toen wij ons ook bij hen aansluiten zagen we een allerschattigst klein veulentje dat overduidelijk net pas geboren was en heel klungelig probeerde op te staan. De politie kwam ook even kijken wat al die mensen (wel heel netjes op 1.5m van elkaar trouwens) aan het doen waren, maar ze reden al snel weer door. En wij ook, want we hadden nog wel even een tocht voor de boeg. 

Lang Bemmel, waar mijn moeder vroeger lesgaf, door naar Nijmegen. Die stad is ook enorm uitgebreid en langs de Waal hebben ze een heel mooi wandelpark aan gelegd. Veel mensen op de been dus. Langs Slijk-Ewijk waar een van mijn lagere schoolvriendjes vroeger woonde en toen kwamen we al bij de oude kerncentrale van Doodewaard. Die is al twee decennia dicht, maar staat nog steeds te wachten tot hij kan worden afgebroken. Ik weet nog dat er posters en stickers werden uitgedeeld om te protesteren tegen die kerncentrale. Maar dit keer stonden we niet bij de poort om ons vast te ketenen, maar gingen we wel even langs de rivier uitrusten en nog een broodje eten. 

Terug naar het Noordoosten richting Andelst, de betuwelijn oversteken en dan door naar Valburg, waar ik van kleuterschool tot 1e klas middelbare school gewoond heb. Het dorp binnenrijden is nu heel anders, veel meer huizen en minder weilanden, maar de kern blijft toch hetzelfde. Langs huizen van oude speelkameraadjes (Manon, Rian, Marieke, Anouk) naar ons oude huis. De nieuwe eigenaar stond buiten te klussen, dus een babbeltje gemaakt over wat hij allemaal verbouwd had. Grote grap dat hij geboren is rondom het jaar dat wij al weer gingen verhuizen. Nog even een rondje dorp gemaakt langs de oude kroeg waar vroeger carnaval gevierd werd, de basisschool met een extra dependance en de kerk waar ik communie heb gedaan. Alles lijkt nu zo klein en dicht bij elkaar, maar dat zullen wel meer mensen hebben als ze teruggaan naar het dorp waar ze zijn opgegroeid. 

Het laatste stukje van de tocht kende ik al wel weer beter, want daar hadden we ook al een keer gewandeld. Door Elst met het grote openluchtzwembad en de bibliotheek van vroeger, langs de Linge terug naar de flat van m’n vader. Heerlijke tocht weer! Dit gaan we vaker doen, volgens mijn vader zijn er nog veeeel meer leuke routes in de omgeving. 

Tulpen uit Lisse

Na de mega-blog van zaterdag over zondag vooral een verhaal in beeld. Samen met 4998 andere gelukkigen mochten wij als onderdeel van de testevenementen door de Keukenhof lopen. Je moest van te voren wel een tijdsslot kiezen waarop je binnen mocht komen, zodat ze de drukte een beetje konden spreiden. Hoe vroeger hoe rustiger, dachten wij en dat was ook zo. Om kwart over acht parkeerden wij als 20e auto bij de Keukenhof en het was heerlijk rustig binnen. We waren geen van beide ooit indde Keukenhof geweest en het staat toch in de top 10 van toeristische attracties voor buitenlanders, van China tot aan Chili, uitspreken kunnen ze niet, maar kennen doen ze het wel. Ik had me er nooit zo in verdiept, maar heel vooruitstrevend hadden 20 bollentelers in 1950 het idee om een ‘showroom’ voor hun bollen te maken toegankelijk voor het publiek. En de rest is history zoals ze zeggen.

In niet Corona jaren trekt de Keukenhof toch zo’n 1.5 miljoen bezoekers in 8 weken tijd. Maar nu waren we bijna alleen en dat was lekker. Door het relatief koude voorjaar tot nu toe waren de bollen iets minder ver dan normaal, maar nog steeds was het een schitterend kleurrijk geheel. Nog nooit zoveel verschillende soorten tulpen, narcissen, hyacinten bij elkaar gezien. Gezamenlijk hebben Bart en ik wel zo’n 200 foto’s gemaakt en die heeft Bart mooi samengevoegd in een filmpje. Volgend weekend is de Keukenhof ook nog open, geen idee of er nog kaartjes zijn, maar is echt een aanrader. En voor iedereen die niet kan, het filmpje is een mooie virtuele tour op afstand. 

Drie uitjes in 1 weekend

Toen ik zaterdagochtend tegen Bart zei: “Gezellig, hebben we drie uitjes samen dit weekend!” Was zijn eerste opmerking “Drie? Ik dacht dat we er twee gepland hadden…” Maar ja, een uitje naar de Corona sneltest straat daar begint het weekend natuurlijk mee. Ik had zelf al wel eens een ‘gewone’ Corona test bij de GGD gehad, maar nog nooit een bij de sneltest straat. Ik had nog even de hoop dat dat misschien zo’n spuug-antigeen test zou zijn, maar helaas, ook hier gewoon weer een nasofaryngeale swab met een irritant wattenstaafje. Eerlijkheidshalve, als je weer thuis bent, dan ben je het al bijna weer vergeten, dus het ongemak is maar van korte duur. En dan ook eerlijk is eerlijk, het is echt snel. We moesten naar het Marconiplein voor onze test, maar nog voor we thuis waren hadden we de uitslag al in onze e-mail box zitten: allebei negatief. (Zou ook niet weten waar we het hadden moeten oplopen, want ik heb welgeteld 1 iemand van buiten ons gezin gezien sinds Pasen, maar in theorie kan het natuurlijk en de kinderen gaan allebei iedere weekdag naar de broedplaats die school heet…)

Al een tijd geleden had ik voor op zaterdag een stadswandeling met meeneemlunch geboekt voor Den Haag. Toerist in eigen land en een steuntje in de rug voor de locale horeca.  Voor dit soort uitjes heb je natuurlijk geen Corona test nodig, maar toen ik donderdag bij de fysiotherapeut was, vertelde die me over het ‘nieuwe uitgaan’ dat in april getest wordt met enkele honderden attracties. Zij ging naar de Keukenhof en dat stond bij ons ook al jaren op het lijstje om eindelijk eens een keer naartoe te gaan. Meteen thuis gekeken of er nog kaartjes waren en we hadden mazzel, konden zelfs nog kiezen hoe laat we wilden komen. Al denk ik dat de 8.00-10.00 slot niet de meest populaire was voor op een zondag. De kinderen wilden niet mee, waarschijnlijk om  meer dan een reden, maar de belangrijkste was dat ze allebei zo’n hekel hadden gehad aan hun Corona test, dat dat het niet waard was. Ach, met z’n tweeën is ook gezellig. 

Maar laten we vooral in chronologische volgorde het verhaal vertellen en als de blog te lang wordt, dan wordt dit gewoon de zaterdag-blog (maar dan ga ik niet de titel veranderen). Om half één konden we hartje Den Haag ons lunchpakketje met wandelroute ophalen bij restaurant het Kabinet. Stom toeval dat ik dat op social deal voorbij had zien komen en er zijn vast meer restaurants die dit organiseren. Het weer was niet heel denderend en daarom was het ook niet heel druk bij het ophaalpunt. Op drukke dagen kregen ze wel zo’n 80 mensen, maar vandaag waren het er enkele tientallen. Na een heerlijk kopje koffie gingen we op pad. Natuurlijk zijn we wel vaker in het centrum van Den Haag geweest, maar op zo’n wandelroute kom je toch weer op andere plekjes en ook anders op bekende plekjes. 

De liepen het Lange Voorhout uit naar Hotel Des Indes, bekende naam en op hetzelfde plein als het Escher museum waar ik met Eniek heen ben geweest en de kerstmarkt waar ik twee jaar geleden met m’n moeder was geweest, maar ik had nog nooit echt het Hotel zelf bekeken. De tweede wereldoorlog was een thema dat toch wel vaak terug kwam in de wandeling en ook bij hotel Des Indes werd verteld dat tijden WOII beneden vaak hoge Duitse officieren samen kwamen, die dan niet doorhadden dat op zolder in de duiventil Joodse onderduikers zaten, die allemaal de oorlog hebben overleefd. Heel bijzonder. 

Via de Denneweg (leuke oude huizen en nu een leuk winkelstraatje) en de Mauritskade liepen we weer verder. Aan de rechter kant van het water stonden allemaal grote huizen en blijkbaar was dit water ook de grens tussen ‘het gewone volk’ en de grootgrondbezitters die hier in de 18e en 19e eeuw grote landhuizen neergezet hebben. Zeker rondom plein 1813 stonden daar ook nog een hoop fraaie voorbeelden van. Ik waande me bijna in de tijd van de Bridgertons. Nu zitten er vooral ambassades in. Het grote witte huis aan het plein was blijkbaar het kantoor van Anton Mussert in de tweede wereldoorlog, maar wat zegt het dat nu de ambassade van Pakistan daarin zit? Het monument op plein 1813 is opgericht om de oorlog tegen Napoleon – en onze overwinning – te herdenken, veel referenties aan God en vaderland in beeld en woord. Enorm oude bomen sieren het hele plein, sommigen wel 125 jaar oud. 

Volgende punt op de route was natuurlijk het Vredespaleis, zeer bekend gebouw, maar ik had er nog nooit echt stilgestaan om echt te kijken. Jammer dat je alleen buiten het hek mocht. Hier iets meer toeristen al, want dit is natuurlijk internationaal een heel bekende  plek. Een van de mooiere monumenten vond ik wel de Vlam van de Vrede – The world Peace Flame: in 2004 tekenden 197 landen en regio’s hier het vredesverdrag. Als symbool nam elk land een specifieke steen mee om rondom de vlam neer te leggen. Een heel sterk signaal en symbool natuurlijk, de uitvoering moeten we nog wel wat aan werken met z’n allen… 

Door het Zeeheldenkwartier kwamen we aan bij de Koninklijke stallen waar niet alleen de paarden van de koninklijke familie staan (en dat kon je ook ruiken als je er langs liep), maar ook de Gouden Koets. De Paleistuin is gewoon open en door een heel rustig park kom je dan langs de achterkant van Paleis Noordeinde. Lijkt mij zelf nogal vervelend als je een mooi gebouw hebt met veel ramen en dan constant de gordijnen aan de achterkant dicht moet houden, maar ja. 

Tot deze tijd hadden we het eigenlijk best droog gehouden, maar bij Chinatown begon het toch een beetje te miezeren. We zijn niet van suiker, dus we vervolgden gewoon onze route door de geur van specerijen en Aziatische toko’s. Door de drukke winkelstraten richting de Hofvijfer en de Gevangenenpoort, bekend van de gebroeders de Witt, of liever hun ondergang aldaar. 

Het Binnenhof waren we natuurlijk al vaker geweest, maar de geschiedenis is toch leuk om te lezen. Dat het in de tijd van Graaf Floris IV een jachtslot was bijvoorbeeld: hoeveel kamers kun je nodig hebben? De Ridderzaal kennen we vooral van de troonrede op TV en de fontein is blijkbaar ontworpen door Pierre Cuypers in de 19e eeuw. En dan reizen we duizenden kilometers om onze muntjes in de Trevi fontein te gooien… 

Via de Mauritspoort en het Mauritshuis, langs het torentje (het was zaterdag dus Mark was er niet), terug naar het Kabinet om op te warmen met een kopje thee en daarna terug naar de auto en terug naar huis. Erg leuk om met een routebeschrijving – en wat hulp van google maps als het niet helemaal duidelijk was – een stad in de buurt te verkennen. Ik ga eens kijken of dat op meer plekken kan, volgens mij sowieso in Delft en Dordrecht…