Sneeuw- en ijspret

Na een dag of 5 merk je eindelijk dat je niet meer midden in de nacht klaarwakker bent, dan heb je nog wel steeds het voordeel dat je om half zes al thee aan het zetten bent en na een uitgebreid ontbijt ben je dan als een van de eersten bij de gondel. Dat heet dan Fresh Tracks: niemand heeft nog op de piste geskied die ‘s nachts mooi geprepareerd is. Op verse ribbeltjes suis je dan naar beneden en je bochtjes zijn op z’n mooist. In het Engels hebben ze daar een nog mooiere naam voor: Corduroy, net of je op een ribstofje aan het skiën bent. Met een mooie blauwe lucht en sneeuw op alle bomen is het op en top genieten. Ok, we waren wel blij met onze gereserveerde koffie-slot van 10 uur, want na twee runs waren we al aardig afgekoeld. 

Stijn heeft zo ongeveer de hele skikaart uit zijn hoofd geleerd – grappig wat er perfect blijft hangen terwijl wiskunde en natuurkunde toch iets lastiger blijven zitten – dus hij kan ons perfect vertellen welke pistes we moeten nemen voor welke liften. Via Marmot naar Harmony, wel een stoeltjeslift, maar vooruit, als je nieuw gebied wil skiën moet je er wat voor over hebben. Bovenaan wilden we via Saddle weer doorsteken, die zou blauw moeten zijn, maar was stiekem toch dik-zwart. Bart was al vooruit gegaan, maar Eniek zag het toch niet zitten. Dan maar opsplitsen: Stijn achter Bart aan en ik met Eniek het groene pad gekozen. Supermooie glooiende piste, maar waar glooiend fijn is als je stokken hebt om de platte stukken door te komen, is het een ramp op het snowboard. Veel wandelen voor Eniek dus, maar dat mocht de pret niet drukken, want oh, wat was het mooi met al die metersdikke sneeuw aan weerszijden.

We vonden elkaar weer bij de rendez-vous boven bij de Peak2Peak. Deze enorme gondel tussen beide bergen is natuurlijk een begrip. Tot 2017 de langste overspanning ter wereld, nu met 189m ingehaald door een kabelbaan bij de Zugspitze. Als je van de Whistler Mountain over wilt steken naar Blackcomb is dit de mooiste oversteek, je kunt ook beneden in het dal een gondel nemen of natuurlijk de bus, maar Peak2Peak heeft het mooiste uitzicht en je begint meteen lekker hoog op Blackcomb om een laatste lange afdaling naar het hotel te maken voor een late lunch. 

Na drie dagen skiën tijd voor iets anders, het zou nog steeds mooi weer blijven, dus op dinsdag gingen we met z’n vieren lekker snowshoe-en in het Lost Lake Park in Whistler. Op steenworp afstand van ons hotel konden we de sneeuwschoenen onderbinden en kregen we een kaartje mee met de verschillende paden. Het park is er vooral voor langlaufers en snowshoe-ers, allebei met aparte paden. Daar waar langlaufen vooral mooi geprepareerde paden zijn, ga je met je snowshoes kruipdoor-sluipdoor langs bospaadjes en kleine beekjes. Supermooie wandeling gemaakt, het enige dat de vrede een beetje verstoord is het continue gekraak van die enorme tennisrackets onder je voeten door de sneeuw. Echt stil is het niet, maar het ritmische geluid geeft je ook een mooie kadans om op weg te dromen. 

Na al die mooie platte paden wilde Eniek ook graag een paar dagen skiën en die heeft dus haar snowboard even tijdelijk verruild voor ski’s. Bart bleef gewoon stoer door boarden, die voelt zich net zo thuis op 1 plank als op twee latten. Zo dik na kerst werd het ook wat drukker op de piste en we moesten zowaar een keer 5 minuten in de rij staan voor een lift. Eniek wilde heel graag met haar grotere bewegingsvrijheid een paar mooie platte paden skiën en Stijn wilde heel graag Highway 86 doen, dan maar opsplitsen in een dames-toer-club en een heren-team, gewoon lekker skiën tot je niet meer wilt en dan zien we elkaar in het hotel wel weer. Later in de week zullen we proberen wat film-materiaal te schieten, want om alleen maar te blijven herhalen hoe mooi het hier is en een paar plaatjes online te zetten, dat doet niet genoeg recht aan al het moois dat we hier iedere dag om ons heen zien. Voorlopig is het nog iets te koud om mijn iPhone vast te houden terwijl ik ski en de go-pro was vandaag met de heren mee, maar belofte maakt schuld, we gaan aan het werk! 

p.s. Als je frostbite op je neus hebt gehad, dan is dat blijkbaar net zoiets als je neus verbranden in de zon, op dag 3 post-frostbite begint m’n neus nu aardig te vervellen…ach, komt vanzelf weer goed…

Weerzien met Whistler

Wat een heerlijk weerzien met Whistler! Vanaf dag 1 al helemaal als thuiskomen. En als het dan overal zo heerlijk wit is, dan is het dubbel genieten. Het voordeel van (bijna) twee weken hier zijn is dat we alles iets meer op ons gemak doen. Waar we in Oostenrijk altijd meteen willen skiën hebben we nu eerst de hele vrijdag genomen om lekker rond te wandelen en op ons gemakje alles te regelen qua liftpassen en skihuur. Ook Eniek’s snowboard nog even een ‘tune-up’ laten geven: beetje wax en de randjes wat bijslijpen. Een stukje langs de rivier gelopen, banjerend door de sneeuwhopen op weg naar de supermarkt. Op de terugweg toch maar gekozen voor het gewone trottoir. Niet al te laat eten, want we waren allemaal al voor vijf uur op, helemaal niet raar om dan om half acht al naar bed te gaan. Iedere avond gewoon een half uurtje extra rekken, dan ben je na een week weer helemaal in een ‘normaal’ ritme. 

Op eerste kerstdag onze ski’s voor het eerst aangetrokken, het sneeuwde heel licht, maar dat is alleen maar goed voor de pistes. Eerste dag beginnen we traditiegetrouw aan de Whistler kant, voor de nieuwe blog-volgers die Whistler nog niet kennen: er zin zijn hier twee bergen: Whistler en Blackcomb. Ons hotel zit aan de Blackcomb kant, maar Whistler is heel dichtbij en de pistes zijn daar iets vriendelijker om mee te starten. Aan beide kanten kun je met de gondel omhoog, dat is ook altijd fijn om niet meteen te beginnen met blauwbekken in een lange stoeltjeslift.

Het is superrustig op de berg, de echte kerstdrukte moet nog komen. Het kan ook aan de Covid maatregelen liggen, natuurlijk. Waar wij dat vooral aan merken: in de lift moet je een mondkapje op en bij de restaurants moet je een tijdslot reserveren, zelfs als je alleen even een kopje koffie wilt drinken. Dag 1 waren we daar nog niet op voorbereid, dus zijn we gewoon in het hotel/appartement gaan lunchen en uitrusten. De hele dag je mondkapje op en af is op zich nog niet zo’n probleem, maar waar we normaal gesproken een beurs gevoel in de schenen krijgen van de skischoenen, had ik nu meer een beurse plek achter mijn oren. Ach, net als met je schenen gaat dat ook vast snel over. En we kwamen er ook achter dat de meeste liften een gewoon sjaaltje ook genoeg ‘gezichtsbedekking’ vinden, phew, dat scheelt.

Het kerstdiner heeft maar twee ‘smaken’ hier, want ik wil het vooral lekker makkelijk houden. Vorige keer hebben we bij Portobello het afhaal-kerstdiner ontdekt en gelukkig deden ze ook dit jaar weer aan afhaal: een lekkere doos vol met gebraden kip, gebakken aardappelen, geroosterde wortel/pastinaak, coleslaw en buttermilk biscuits erbij. Dat is toch net even feestelijker dan de diepvries lasagna die we ook wel eens in de oven opgewarmd hebben, haha. 

Dag 2 waren we beter voorbereid met de reserveringen en dat was nodig ook. De temperaturen lijken op het hele Noordelijke halfrond wel op hol geslagen. Op tweede kerstdag tikte de thermometer -27C op de berg aan als dieptepunt. Alles wat niet bedekt is, loopt kans op ‘frostbite’: dan wordt de huid eerste wit, daarna knalrood en als je dan weer opwarmt dan prikt het enorm. Niet te lang buiten zijn en na iedere run even opwarmen, want ja, de runs zijn hier ook lekker lang. Als je van bovenaan de gondel helemaal omlaag skiet dan leg je wel 6km afstand af en zo’n 1100 hoogtemeters. Door de kou waren veel stoeltjesliften zelfs gesloten, wij wilden ons toch al houden bij de gondel, dan maar wat ‘saaier’ qua pistes. 

Voordeel van Embarc is wel dat ze heerlijke jacuzzi’s hebben om in op te warmen. Ik ben wel de enige fan, de rest blijft liever bij de openhaard om op te warmen. Eniek heeft hem gezellig in kerstsfeer versierd, dus ook geen straf, maar dat heerlijk warme water om je moeie benen en knieën…aaahhh. En het voordeel: je hebt altijd aanspraak van de anderen die er al in zitten. Al zijn de Covid maatregelen wel dat je met maximaal vijf in de grote jacuzzi mag. Eerste avond gezellig met een verpleegster uit New York zitten kletsen en vanavond drie Mexicaanse studenten. Iedereen is heerlijk relaxt en deelt tips over welke pistes er het beste bij liggen. Morgen krijgen we nog zo’n polar vortex dag met temperaturen van ver onder -20C, dus we gaan zien hoe lang we het dan volhouden. 

 

24 uur van bed tot bed

Een jaar geleden geboekt, maar nu eindelijk zo ver: onze wintersport naar Canada. Het begon er de laatste weken steeds spannender uit te zien, hoe meer Omicron nieuws er naar buiten kwam. Zou Canada op slot gaan? Zouden we als Nederlander persona non grata worden? Zouden we misschien toch Corona hebben ook al waren we niet ziek? Maar gelukkig, niets van dat al. Op dinsdag gingen we met z’n vieren voor een reis-PCR test en op woensdag wisten we dat we allemaal negatief waren. Phew, opluchting, de eerste barrière genomen. Nu nog de uitdaging bij aankomst, want ondertussen werd ook bij aankomst het test regime opgevoerd. En daarnaast: je wilt niet weten hoeveel papieren je bij je moet hebben om Canada in te mogen, dat was echt een dikke map vol.

Op donderdag de wekker gewoon om zes uur gezet, om nog even in alle rust te kunnen ontbijten, handbagage na te lopen en te kijken of we echt niets vergeten waren. Huisdieren hoefden we geen eten meer te geven, want Molly hadden we naar het kattenhotel gebracht, Tofu (Eniek’s nieuwe hamster) kon logeren bij Nino en voor de goudvis hadden ween voerautomaatje ingesteld (en eerlijkheidshalve staat die ook onderaan de prioriteiten lijst, dus er wordt al wel rekening gehouden met de mogelijkheid dat hij zich overeet en bij thuiskomst boven komt drijven…). En om kwart voor acht zaten we in de auto. KLM had meerdere e-mails uitgestuurd hoe belangrijk het was om echt op tijd te komen in verband met alle extra Corona papieren, dus we wilden echt vier uur voor vertrek bij de vertrekhal zijn.

De laatste keer dat we met z’n vieren op Schiphol waren was twee jaar geleden, maar veel was er niet veranderd. De drukte op Schiphol was een normale vakantiedrukte (lees: je kon over de hoofden lopen), alleen had nu iedereen een mondkapje op. Enige moment dat het misschien iets oncomfortabel was, was in de bus vanaf P3, maar dat is maar een klein stukje. Om klokslag negen uur schoven wij aan in de rij bij KLM 12-15. Er was een enorme slinger opgezet om iedereen maar kwijt te kunnen: eerste links vier bochten, daarna rechts vier bochten en toen kwamen de balies in zicht. Maar dan heb je nog een binnenring van drie bochten links en drie bochten rechts, maar eindelijk na 1 uur 20 minuten in de rij waren we bij een hele aardige KLM mevrouw aan de beurt. Die checkte alle papieren echt grondig en toen kwam stress-moment 1: bij Stijn z’n eTA document (de Canadese ESTA) had Bart 1 cijfertje verkeerd getypt, zijn paspoort eindigt niet op 2 maar op 1: dikke vingers of een leesbril nodig? Ik kan je zeggen, dan zit je hart in je keel. Bart meteen op zijn telefoon een nieuwe aangevraagd en de KLM mevrouw zei dat ze gewoon eerst drie in zou checken met alle bagage en als dan de bevestiging zouden hebben konden we even weer ‘voorpiepen’ bij haar. Het snowboard moest toch naar “odd luggage” en lang leve spoedaanvragen, want toen we daarmee klaar waren, hadden we de e-mail ook binnen. Phew, bloeddruk nog steeds hoger dan normaal, maar nu konden we door.

Vier uur waren echt niet overbodig, want na de 1 ½ uur inchecken kwamen ook nog de wachtrijen bij security (20 minuten) en paspoort controle (ook 20 minuten omdat de helft van de chip lezers niet werkten) en moesten we daarna naar gate E1 niet om te boarden, maar om alle papieren nog een keer te laten checken. Ook daar moesten we weer zo’n drie kwartier in de rij, want ze waren met z’n drieën om de papieren van de hele Airbus 300 te checken. Deze meneer bezorgde ons mijn tweede hartverzakking, want onze achternaam was te lang voor de geprinte versie van ArriveCAN en dus kon hij ons geen sticker geven. Of we het echt wel goed hadden ingevuld? Bart had gelukkig in zijn telefoon nog het digitale document waar wel de volledige achternaam op stond en toen kregen we alsnog een sticker. Daarna konden we meteen doorlopen naar gate F3 om te gaan boarden. Strakke planning dus. Tussendoor alleen even een snel drankje gescoord, maar dat er geen winkels open waren behalve essentieel eten/drinken en drugstures hebben we dus niet gemist, totaal geen tijd voor!

De vlucht was verder vrij saai, de gewone dingen: eten was ok, films zijn al bijna niet meer nodig, want we hebben allemaal onze iPads met downloads en proberen ook nog een klein dutje te doen onderweg. Twee keer zonsopgang gezien omdat we via Noord-West naar Canada vliegen en dus door een donkere zone kwamen. Negen en een half uur vliegen met negen uur tijdsverschil maakt dat je bijna op dezelfde tijd aankomt als je vertrekt. Aan Canadese kant liep eigenlijk alles heel soepel: binnen no time waren we door de immigration en onze koffers kwamen ook al heel snel. Enige wat iets meer tijd kostte: de Corona testen op het vliegveld. Ik en de kinderen kregen een Test achter onze naam en Bart kon gewoon doorlopen, dat voelde ook even raar: wij moesten letter A volgen en Bart letter B, heel toepasselijk maar wel raar om te moeten splitsen. Go with the flow heet dat. Een enorme test straat op het vliegveld waar we eerst moesten registreren met alle gegevens en waar we in Canada verbleven – voor als we in Quarantaine moeten- om daarna door hele aardige mensen in gele Corona outfits voor de tweede keer in 50 uur een wattenstaafje in de neus te krijgen. Omdat we gevaccineerd zijn, mochten we de uitslag van de PCR test gewoon in Whistler afwachten, dus we hoefden gelukkig niet daar te wachten tot we bewezen negatief waren. Als laatste de auto ophalen bij Dollar dit keer, het vliegveld kennen we op ons duimpje en dat is een kleine wandeling om buiten even een paar minuten af te koelen. Geen rij, dus binnen no time konden we onze grijze Chevy Equinox inladen en wegrijden. Lekker in de spits dwars door Vancouver richting Whistler.

Van de Sea to Sky Highway niet heel lang kunnen genieten, want om half vijf wordt het echt al donker, maar nog wel genoeg zicht om te zien dat zelfs bij Vancouver al sneeuw ligt langs de weg, dus in ieder geval echt winters overal. Halverwege in Squamish het laatste stukje traditie: een tussenstop bij de Walmart om een aantal boodschappen vast te halen. Cereal, melk, eieren, boter, bacon, koffie, thee, koekjes, ga zo maar door, een hele kar vol met oude vertrouwde US favorieten. Als we morgen dan vroeg wakker zijn, dan hebben we in ieder geval al ontbijt … en genoeg lekkers voor in ieder geval de eerste week. In Whistler inchecken, koffers uitpakken, kopje thee drinken en dan lekker naar bed. Al met al 24 uur op, dus vooral het eerste stukje nacht geslapen als een blok. De foto’s van het mooie Whistler komen in de volgende blogs wel aan bod, voor nu kon ik met deze blog vooral mijn reis-stress van me af schrijven en de tijd vullen tot het licht wordt en we op pad kunnen.

SPQR

Nee, ik hoef niet terug naar de lagere school voor een opfrisser alfabet, dit is een klein tipje van de sluier van onze herfstvakantie. ‘Ons’ is in dit geval vooral Stijn en ik. Eindelijk na drie keer verzetten door Covid was het deze herfstvakantie zo ver: Voor z’n 16e verjaardag mocht Stijn kiezen welke hoofdstad in Europa hij wilde zien en hij koos Rome! Oktober is wat dat betreft ideale tijd, overdag ruim 20C en meestal blauwe lucht. Bart bleef thuis met Eniek, maar wilde gelukkig wel chauffeur spelen. Want op zondag vlogen wij al om kwart over zeven ‘s ochtends naar Rome. Strategisch, want dan heb je nog bijna een hele dag als je aankomt. 

Ons hotel was vlak bij station Termini en de sneltrein vanaf het vliegtuig brengt je in half uur rechtstreeks ernaartoe. Koffers afgegeven bij het hotel en hup de benenwagen in. Stijn had zelf een must-see lijstje gemaakt. Vooral gebaseerd op jarenlang Rick Riordan boeken lezen toen hij klein was, maar het rijtje kwam redelijk overeen met de top 10 van Tripadvisor, dus niet verkeerd. Als tourguide had ik de stad ingedeeld in vier routes, om zo veel mogelijk te zien. Op dag 1 was de hoofdbestemming Spaanse Trappen.  wandelend kom je onderweg natuurlijk de wereld aan mooie kerken, pleinen en fonteinen tegen. We wilden eigenlijk het mausoleum van Augustus bekijken, maar dat was dicht. Gelukkig was het Ara Pacis museum wel open. Van Termini helemaal gelopen naar Piazza del Populo en van daar de metro weer terug naar Termini. Hotelkamer was inmiddels klaar, mooi ruime kamer met twee losse bedden en een balkon (zonder uitzicht, maar met zon). 

In Italië zijn ze erg zorgvuldig met Corona pas checken – er zit ook een internationale QR code in de app – en overal dragen ze binnen mondkapjes. Bij sommige restaurants krijg je aan tafel zelfs een papieren zakje om je mondkapje in te doen, zodat je het niet op tafel hoeft te leggen. Kleine zijstraat in mijn verhaal, want we waren gebleven bij dag 2. Ik had van tevoren wat toegangskaartje geregeld, dat scheelt in de rij staan en voor maandag had ik Colosseum en Forum Romanum geboekt. Met de metro naar Circus Maximus om onze wandeling te beginnen. Wederom strakblauwe lucht en dat leverde mooie plaatjes op. In het Colosseum deden we een audiotour om wat meer te horen over hoe het gebouwd is, dat maakt het toch iets leuker rondlopen. Daarna oversteken naar het Forum, en dat is echt immens groot. Met alle tuinen en de heuvels eromheen kun je echt kilometers lang ronddwalen en je inbeelden hoe het er vroeger uitgezien moet hebben. Na een korte stop bij de Bocca della Verita waar we allebei onze vinger mochten houden, namen we even pauze in het hotel voor we gingen eten. 

Op dinsdag gingen we naar Vaticaanstad, net als vele, vele anderen met ons. Rustig blijven en gewoon aanschuiven, dan kom je er vanzelf. We hadden een rondleiding door de Sint Pieter en wat een geweldig mooie basiliek is dat! Ik weet niet of het de rij voor het beklimmen was of het vooruitzicht van 550 treden, maar Stijn had geen interesse om de Sint Pieter te beklimmen, en aangezien het zijn vakantie was en niet de mijne, ging ik over op plan B: op een gezellig pleintje een panini eten voor de lunch.

Met gevulde buik gingen we het Vaticaan museum in, om als makke schapen de route richting Sixtijnse kapel te volgen. Maar oh wat kom je op weg daarnaartoe een hoop mooie dingen tegen! Bijna de hele middag rondgelopen alvorens we de gebruikelijke late siesta in het hotel deden. Heerlijk buiten gegeten op een terras, voor ons was de eerste gang pasta voldoende, maar uiteraard kon er nog wel een toetje tiramisu in.

En dan was het al weer de laatste dag, voor woensdag had ik een wandeling dwars door het midden van Rome gepland met daaraan de laatste serie bezienswaardigheden van Stijn’s lijstje: de Trevi fontein en het Panteon. En daar kon ik dan mooi ook nog even Piazza Navone en Castel Sant’Angelo aan vastplakken. Klinkt alsof ik een redelijk strenge reisleider was, maar vrees niet, er zaten ook genoeg terrasjes tussendoor (koffie is in Italië duidelijk een eerste levensbehoefte, overal lekker sterk) en gelato mocht ook niet ontbreken. Voor iedereen die nog naar Rome gaat: Giolitti zit vlak achter het Panteon en maakt al sinds 1900 echt het lekkerste ijs. Als je binnenstapt loopt het water je al in de mond en je waant je ook echt even in het verleden. Stijn gaf het een dikke vijf sterren. 

Daarna was het al weer tijd om terug te gaan naar het hotel, koffers halen, nog even afscheid nemen van de zon door op een terrasje buiten te lunchen en daarna met de trein terug naar het vliegveld. Bart zou ons komen ophalen, dat was weer lief van hem. Maar eerst nog een leuke BN’er op het vliegveld ontmoet: toen we gingen boarden stonden we toch pardoes achter onze demissionaire premier, wat een toegankelijke man is dat toch: Stijn heeft z’n selfie binnen… wel jammer van die mondkapjes 😉 

Van de bucket list: de zwart-rode loper

Exact zes jaar na mijn allereerste mini-triathlon kan ik zeggen dat ik ‘m van mijn bucket list kan afstrepen: over de zwart-rode loper van Ironman over de finish komen. Het was een lange weg, niet alleen afgelopen zondag, maar de hele weg ernaartoe. In 2016 deden Alwin en ik de Triathlon van New York en vatten toen al het plan op om “een” keer een halve Ironman samen te gaan doen. In december 2019 schreven we ons in, want 2020 zou er een halve in Nederland worden georganiseerd, dat moest ‘m worden. Enfin, we weten allemaal wat er in 2020 gebeurde… Toch nog het hele jaar doorgetraind, want tja, het kon zo maar toch in oktober doorgaan. Dan door naar mei 2021… weer niet, de datum werd nu 26 september 2021. En behold: hij ging door!!! 

We maakten er meteen een leuk weekend van: met Bart en Christian op sleeptouw vonden we een leuk hotel vlak bij Hoorn (alles in Hoorn was al weg toen wij gingen boeken). De zaterdag stond in het teken van de voorbereiding: registreren en alles ophalen, fiets goed nakijken en al in de transitie-zone klaarzetten. Dan wordt het al echt: al je tassen goed klaarzetten, want na het zwemmen heb je een blauwe tas en na het lopen weer een rode tas en je fiets moet op de juiste plek aan het rek hangen. Wat een enorme transitie-zone, twee voetbalvelden groot. Daarna nog even de zwemroute bekijken en de start, gezellig samen eten en dan vroeg op bed. 

Het hotel had speciaal voor de vele triatleten het ontbijtbuffet op zondag vervroegd naar zes uur ‘s ochtends. Om half zes dus de wekker gezet, want er moesten ‘s ochtends ook nog nummers geplakt worden met speciale sticker-tattoos, bidons voor op de fiets gevuld worden met sportvoeding en door de zenuwen sliep ik toch al licht genoeg. Bij het ontbijt had Alwin slecht nieuws: hij had een spier verrekt en kon al nauwelijks lopen, dus een halve Ironman zat er voor hem niet in. Enorm balen natuurlijk, na twee jaar alsnog een DNS (voor de niet-atleten: dat staat voor did not start). 

Bart bracht me weg naar de transitie-zone, zodat ik m’n voeding op de fiets kon zetten en alles nog even kon nalopen. Ik liep door naar de start om samen met een kleine 900 anderen te wachten tot we mochten. Iedereen is altijd super aardig en open, dus leuk gepraat met mensen van team Kika en samen met twee vrienden uit Andijk en Malden in onze wetsuit gewacht tot we mochten starten. Nog even naar Bart gezwaaid die aan de overkant stond om alles vast te leggen. En natuurlijk kregen we ook nog een regenbui over ons heen. Maar we gingen toch nat worden en ons wetsuit kan wel tegen een drupje, voor de mensen aan de overkant was het minder leuk. 

De start van de Ironman gaat altijd gepaard met veel vuurwerk en bombarie, leuk om te zien en mee te maken. Ik stond in het vak 40-45 minuten zwemtijd, dus tegen de tijd dat wij het water in mochten was de rook al weer opgetrokken. Het was een “rolling start”, dus iedere 5 seconden 3 mensen het water in, dat was relaxed beginnen en natuurlijk krijg je nog steeds wel af en toe een schop of een ‘aai’ over je bol van medezwemmers, maar het was minder wasmachine dan anders. De wind stond wel pal tegen, dus grootste stuk flink wat golven, maar gewoon rustig doorzwemmen van gele boei naar gele boei. Kwam lekker in een flow en eigenlijk voor ik het wist was ik al weer bij het einde en stonden daar vrijwilligers om mij het water uit te hijsen. Op naar deel 2! 

Om de tijd deed ik het toch al niet, dus ik deed de transities rustig aan, de tijd die je over de transitie doet telt wel mee voor je eindtijd, maar niet voor de ‘cut-off’. Je moet namelijk elk onderdeel binnen een bepaalde tijd doen, anders wordt je gediskwalificeerd. Het zwemmen moest onder de 1h10 – dik gehaald met 43minuten- het fietsten onder de 3h50 -ook ruim te halen tenzij ik een lekke band zou krijgen, dan kon het krap worden- en het lopen moest onder de 3 uur. Het lopen was mijn grootste angst, maar moest in principe haalbaar zijn, zelfs als ik de laatste 10km moest wandelen.  Ik haalde m’n fiets van het rek en liep naar de opstap-lijn, van fietsen geniet ik het meest, dus ik had er zin in. 90 km door West-Friesland, vertrek in Hoorn, door de weilanden naar Medemblik, dan langs het IJsselmeer naar Enkhuizen en langs de dijk weer terug naar Hoorn.

Ik had de route 1 keer eerder gefietst en wist dat dat laatste stuk het venijnigst kon zijn, omdat de wind vaak zuid/zuid-west tegen is op dat stuk. Zo ook vandaag, maar het kon slechter, want met windkracht 2-3 was het nog te doen. De eerste 60km m’n persoonlijke record gereden, denk ik, en zelfs met dat laatste stuk tegen toch een enorm goede eindtijd van 3h05. Langs de kant stonden veel mensen, zelfs op de eenzame dijkjes, dat was gezellig. Ik kan je alleen wel vertellen dat Enkhuizen de ergste stad is om doorheen te fietsen met een racefiets! 

Na de tweede keer transitie begon ik aan de halve marathon, mijn nemesis: vier rondjes door de binnenstad van Hoorn. Na ieder rondje kreeg je een gekleurd armbandje zodat de jury kon zien hoeveel rondjes je gelopen had en jij zelf ook de tel niet kwijt kon raken. Niet dat je de tel kwijt zou raken, maar het geeft je wel een doel om naartoe te lopen. Ik had mijn eigen fanclub langs de route: niet alleen waren Bart, Alwin en Christian op een terrasje gaan zitten langs de route om van hun stoelen op te staan als ik langs kwam, m’n coach Marjan was er ook om me aan te moedigen en me te helpen als ik erdoorheen zat.

Ik zal jullie de martelgang besparen en gewoon naar het einde van het verhaal springen, want eindelijk – eindelijk na 2h55 kwam die rood-zwarte loper in zicht met al die juichende mensen langs de kant. 7 h 02 m 16s nadat ik het water in was gesprongen kreeg ik die medaille omgehangen. Leuk detail: toen ik over de finish kwam, speelden ze net het nummer bloed, zweet en tranen. Nou: echt, hoor!

Wat koud water over je hoofd en wat drinken erin doet wonderen en lekker nagenieten met m’n trouwe fans. M’n mooie medaille en het leuke finisher shirt bewonderen. Ik had de code van het havendouche gebouw nog, dus kon zelfs lekker even douchen en wat schoons aantrekken. Even zitten napraten en daarna weer  alles ingepakt en opgehaald uit de transitie-zone. Wat een dag, wat een ervaring, om nooit te vergeten!