33 uur jarig

Als je op je verjaardag naar Canada vliegt en dus 9 uur tijd “erbij” krijgt, dan kom je inderdaad op een hele lange verjaardag uit. Daar staat tegenover dat je die dan wel grotendeels in een vervoersmiddel (auto en vliegtuig) doorbrengt, je zou ook kunnen zeggen op grote hoogte, want we vlogen op 12 km volgens de vluchtinformatie.

We waren extra vroeg vertrokken ivm het aangekondigde boeren-en-bouwvak-protest, maar als daar dan bijna niets van te merken is en de ochtendspits door genoemde aankondiging ook nog eens meevalt, dan ben je dus voor tienen al op Schiphol om je bagage in te checken. Voor het eerst dat we een snowboard af mochten geven bij de “odd-sized luggage”, maar ging verder soepel. Op verzoek van Eniek gingen we lekker zitten binge-watchen en koffie drinken bij het restaurantje met de reuze-theekopjes, mensen die Schiphol een beetje kennen weten dan meteen welk restaurantje we bedoelen. Gelukkig kon ik het meteen plaatsten tussen pier E en F/G.

Instappen ging ook soepel, een relatief kleine Airbus met de KLM, dat meten we altijd a aan de stoelen, set up hier was een 2+4+2-tje. Bij instappen was het personeel bezig met foto’s voor het interne KLM nieuws, want we bleken op de primeur vlucht te zitten waar ze voor het eerst volledige gerecycled en hergebruikt servies gebruikten. Volgens de aankondiging hadden ze op een aantal vluchten alles verzameld en diezelfde materialen ofwel gerecycled ofwel schoongemaakt. Naast hun CO2Zero initiatief – waar wij natuurlijk ook aan meededen – heeft KLM dus ook een closed-loop initiatief. Direct na opstijgen kreeg ik ook nog een leuke verrassing, een stewardess bracht een glas champagne, wat nootjes en een handgeschreven kaart om me te feliciteren met mijn verjaardag. Super! En het eten was ook nog eens lekker – gehaktballetjes met stamppot boerenkool – wat wil je nog meer.

Aan Canada zijde ging alles ook voorspoedig, natuurlijk moet je wel in de rij staan, maar vergeleken met JFK is dit een verademing en alles geautomatiseerd. Auto ophalen bij Thrifty, we hadden een echt Amerikaans formaat gereserveerd en dat was dubbel-fijn: niet alleen kon alle bagage er ruim in en zaten we heerlijk ruim, twee uur rijden in de bergen in het donker met eerst regen daarna (natte) sneeuw voelt een stuk veiliger in zo’n SUV met 4-wheel drive. Onderweg traditie-getrouw twee tussenstops: de Walmart in Squamish om eten, drinken en snacks in te slaan en rond 6 uur ‘s avonds toch ook maar een hapje eten, dat is dan meestal een fastfood hap die ook nog wel past bij het Nederlandse tijdstip van 3 uur ‘s nachts na het stappen. Inchecken bij het hotel ging ook als een zonnetje en om half negen nieuwe tijd waren wij al helemaal uitgepakt en trots dat we het zo lang vol hielden, maar toen crashten we ook wel met z’n allen.

de nummer 1 attractie van Kreta

Natuurlijk kon een bezoek aan Knossos niet uit het programma blijven. Ook twee uur rijden, maar wel via “normale” wegen richting Heraklion. Langs de kust rijdend zagen we een groot cruiseschip liggen en dat verklaarde meteen de enorme hoeveelheid touringcars die ons tegemoet waren gekomen met het bordje “spinalonga” erop. Dat eiland staat op mijn ‘reservelijst’, voor het geval we een dag niets te doen hebben en niets doen niet een bewuste keuze is. Ook bij Knossos verwachtten we de nodige drukte, maar gelukkig had ik in het boekje het advies gekregen om voor tien uur te arriveren om drukte en hitte te vermijden. Nu haalden we tien uur niet helemaal, maar al met al was het toch effectief.

Een gids volgen door alle drukte leek ons iets minder leuk, dus gewapend met de drie paginas van de lonely planet gingen wij zelfstandig het complex door. Indrukwekkend groot en oud. Op deze plek zijn resten van bewoning gevonden tot wel 6000 BC, maar het grote paleis zoals het er nu staat dateert van 1650-1450 BC en in de boekjes staat dat er toen tot wel 100.000 mensen in en om de stad woonden. Veel van de beelden, vazen en fresco’s liggen in het museum in Heraklion, maar met reconstructies van vooral de fresco’s kreeg je toch een mooi beeld. En de grote vazen die gebruikt werden voor opslag van graan, olie en dergelijke waren zowel karakteristiek als indrukwekkend. Het theater was redelijk eigentijds, net als bij de kinderen op school gewoon een grote trap waar je op kunt zitten met het podium beneden.

In het boekje werden de opgravingen en wat Arthur Evans ermee had gedaan al controversieel genoemd en daar ben ik het wel een klein beetje mee eens. Want Evans groef niet alleen op, hij reconstrueerde ook naar hoe hij dacht dat het eruit had gezien. Tussen oude muren en stenen zitten dus betonnen stukken en hoewel er daardoor meer “echte” structuur in zit, is het soms lastig om het oude te scheiden van het nieuwe in je hoofd. Desalniettemin, het is indrukwekkend om door zo’n groot complex te lopen, een stad, meer dan een paleis. Geen labyrinth voor de minotaurus, maar dat was ook een verhaal en tussen alle stenen was het toch aardig verdwalen soms.

Ook de waterhuishouding hadden ze toen al aardig op orde, er werd zelfs geschreven over het eerste toilet dat was opgegraven, al was het doorspoelen wel handmatig door het opgieten van water. Het originele aquaduct staat er niet meer, maar net ten zuiden van Knossos staat nog wel het Spilia aquaduct dat gebruik maakt van de tunnel die toen gebruikt werd. Na bezoek aan Knossos even een kleine detour gemaakt om het te bekijken, al maakt het feit dat het pas 180 jaar oud is, het een beetje nep.

Toen we wegreden van Knossos kregen we een beetje een beeld van hoe druk het kon worden, alle parkeerterreinen vol en lange rijen bij de kassa. Meer mensen dan we deze vakantie hadden gezien. Het was bijna lunchtijd, maar een strategisch uurtje rijden wachten en dan zouden we bij Agios Nikalaos zijn, in de boekjes beschreven als een van de meer pittoresque visserdorpjes van het eiland (de nummer 1 niet echt een optie met 4 uur reistijd enkele reis). Aan het blauwe water met zicht op Spinalonga heerlijk gegeten, eigenlijk de lekkerste maaltijd tot nu toe. Het dorpje doorgelopen en alle toeristisch winkeltjes bekeken om uiteindelijk als souvenir alleen een olijfhouten honinglepel mee te nemen.

Bij het appartement nog tijd om de laatste paar uur zon mee te pakken op de ligstoelen. De zonsondergang is iedere avond vroeg, maar het mooie licht tussen 6 en 7 is het mooiste moment om gewoon even lekker op je stoel een boekje te lezen.

Een “rustig” dagje thuis

Al de derde dag geen wekker, met dit keer het verschil dat ik ook niet om acht uur iedereen alsnog uit bed ging schoppen. Zelf wel 100 baantjes gaan zwemmen voor het ontbijt in het zwembad van – en de meningen verschillen nog – 11 of 12 meter lengte. Daarna rustig naar de bakker, alwaar het brood van gisteren al om negen uur was uitverkocht. Ander brood is ook lekker, weten we nu. Tijdens het ontbijt kwam Popi – de beheerder – ook even vragen of we nog schone handdoeken nodig hadden en ze had een heel bord met lekkere minibroodjes/donuts bij zich.

Eniek doet 1 vak online en dat vak kent geen herfstvakantie, dus op dinsdag moest ze een powerpoint presentatie voor psychologie inleveren, ook een reden om een thuis-dag in te plannen, zodat ze daar alle rust voor had. En voor ons was het absoluut geen straf om even te “oedelen”. Bart en ik konden ons prima vermaken met het zoeken naar een fietspomp. Er stonden namelijk een aantal mountain bikes bij het huis, maar die hadden allemaal redelijk zachte banden. Geen pomp gevonden, maar bij een benzinepomp vlakbij huis wat lucht gehaald. Het zijn niet de beste fietsen, maar ik wilde toch een stukje fietsen naar het volgende dorp. Een vissersdorpje van oorsprong, maar nu vooral voor de toeristen een strand met een hele rits restaurantjes. Verder niet heel bijzonder.

Rond lunchtijd had Eniek haar presentatie af en ingeleverd, nu konden we weer wat gaan plannen. Kop of munt: naar het strand of gaan wandelen door een kloof. Het werd een kloof. De allerbekendste zijn echt uren rijden, maar heel dicht bij huis zijn er ook nog wel een paar te vinden. De Pefki kloof ingetypt op Google maps en Bart zette mij en Eniek af bij een grindpad waar volgend google na 700m de kloof zou zijn. Natuurlijk had ik moeten weten dat daar inderdaad de kloof lag, maar dan meer als uitzicht dan dat je erin kunt afdalen. Gelukkig met een beetje omlopen kwamen we bij de officiele afdaling naar de kloof. Best uitdagend op sommige punten, maar vooral heel erg mooi om tussen die enorme rotswanden af te dalen naar het riviertje onderin. Het tempo op zo’n wandeling ligt natuurlijk een stuk lager, maar na 6 1/2 km waren we weer uit de kloof en helemaal afgedaald naar de zee. Daar kwam Bart ons weer ophalen, de heenweg was 20 minuten van ons appartment, de terugweg maar 5-10 minuten. In geval van uiterste nood hadden we zelfs wel naar huis kunnen lopen…

Lekker hangen in ons appartment met het geluid van de golven en het mooie licht van de ondergaande zon, is ook geen straf. Even een kopje koffie drinken met wat Griekse koekjes (die zijn een stuk minder zoet dan de Nederlandse trouwens, wat ik niet had verwacht met de baklava-reputatie), een boekje erbij of een electronisch speeltje. De keuken in het appartment is bijna net zo groot als thuis, dus een avondmaaltijd met weinig kookwerk bij de supermarkt gescoord.

Dicht bij Zeus

Als de kids op de vraag “wat willen jullie deze vakantie allemaal zien?” spontaan “Zeus’ grot” zeggen, dan gaat dat met stip naar nummer 1 op de lijst. Tuurlijk, had ik ze een soort multiple choice lijst gegeven, dus geheel spontaan was het niet, maar toch. Google maps zei dat het 2h20 rijden was, een mooi stuk om uit te proberen of mijn afschrijven van alle attracties die 4 uur rijden zijn, terecht was of misschien toch nog haalbaar…

Er waren twee routes naar de grot toe, onderlangs en bovenlangs, de een tien minuten langzamer dan de ander, dus een rondje leek mij prima haalbaar en dan onderlangs maar eerst, want bovenlangs hadden we al een keer gedaan vanaf het vliegveld. In de reisgids stond dat de weg naar de grot een wirwar van bochtige wegjes was en de reis ernaartoe een heel karwei, maar daar lieten wij ons niet door afschrikken. Veel klimwerk met haarspeldbochten en een dor landschap, op plaatsten zelfs geen boom te zien. In een klein dorpje na zo’n anderhalf uur rijden kregen we ingepeperd hoe afhankelijk we van google maps zijn geworden, want opeens was daar een totale wegafzetten en kon de kaart ons niet helpen, met EDGE op het scherm was zoeken naar een alternatief ook niet makkelijk, maar gelukkig waren en wat handgeschreven bordjes van karton die de omleiding aangaven via zulke smalle weggetjes dat er echt geen tegenligger meer langskon. Streshormonen weer omlaag duwen, want ja, we wilden natuurlijk niet na al dat klimmen weer terug naar huis.

Aangekomen in Psychro werd het duidelijk al toeristischer en stonder er genoeg bordjes met Diktaion Cave. Inmiddels hadden we ook wel trek gekregen, dus besloten we eerst iets te gaan lunchen. Keus genoeg met al die toeristen, ook al krijg je dan alleen maar toeristen maaltijden met dezelfde kwaliteit, wie honger heeft, mag niet klagen. Na de lunch over het pad naar boven gelopen, langs een hele rij ezeltjes die stonden te wachten op toeristen die niet zelf omhoog wilden lopen. Was een kwartiertje, dus prima te doen. De grot had een trappenstelsel waardoor je een rondgang kon maken door de grot, mooi groen belicht en echt wel een mooie grot om te zien. Helaas waren alle artefacten die er van oudsher lagen al lang verhuisd naar het archeologisch museum in Heraklion, maar desalniettemin was het een leuke stop.

We kregen eigenlijk meteen twee attracties in 1, want de grot ligt op de rand van het Lasithi plateau, dat bekend staat om zijn windmolens, vroeger waren het er 10 duizend ouderwetse stenen met houten armen en stoffen doeken, maar tegenwoordig zijn de meest vervangen door metalen contructies en zijn er nog maar een kleine 5000 over. Vanaf de parkeerplaats bij de grot hadden we mooi uitzicht over de vlakte, maar echt indrukwekkend vonden we het niet. Op de terugweg naar beneden kwamen we bij een klein stuk waar nog een paar originele stenen stonden, dat was dan wel weer een leuk gezicht.

De route bovenlangs was duidelijk makkelijker dan de route onderlangs, maar qua tijd scheelde het niet heel veel. We kwamen om half vijf weer terug bij het appartement, al met al een lange dag en meteen besloot ik om alle plannen die ik eventueel nog warm hield weer weg te zetten en op zoek te gaan naar een programma dichter in de buurt. De kids hadden ook genoeg van de lange rit en morgen wordt dus een “thuisblijfdag”.

Zondag in Sitia

Geen wekker, dat is ook vakantie en door het uur tijdsverschil lijkt het net echt qua uitslapen: half acht werden we wakker (of liever: Stijn en ik – de gebruikelijke vroege vogels). Op zondag is hier geen winkel of bakker open, maar we boften dat er in het appartement een witbrood, wat boter en locale honing al aanwezig waren. Met een broodrooster werd het gewoon een zondags ontbijtje. In het ochtendzonnetje zag ons appartement er nog beter uit: hier houden we het zeker een week uit!

Qua voorbereiding was ik in het vliegtuig pas gaan lezen over het programma en had dus geen kant en klaar weekprogramma uitgewerkt. We wilden toch eerst rustig aan doen, dus een ritje van drie kwartier naar een van de charmante oude vissers-/vestingstadjes was perfect voor de eerste dag. Langs de haven wandelen, wennen aan de Griekse letters en de heuvel beklimmen naar het oude Kazarma fort. Het fort werd in de 13e eeuw gebouwd door de Venetiers, vandaar ook de naam (casa di arma).

Een vroege lunch aan de boulevard, nog even geen warm eten, maar lekkere Griekse panini’s (heet hier toasties voor de toeristen) met een verkoelend glas cola (vooruit, Pepsi Max mag ook). De kustlijn volgend met de auto kwamen we uit bij het strand van Vai, dat in alle boekjes staat vanwege zijn uitzonderlijke palmbomen, die hier eigenlijk niet oorspronkelijk voorkomen, maar volgens de verhalen zijn komen aanwaaien/-spoelen als zaadjes en vruchtbare bodem vonden. Een mooi strand, helder water en niet al te ver van huis, staat op ons lijstje voor een strand-dag om nog een keer terug te komen.

Op de terugweg kwamen we langs Moni Toplou, een middeleeuws klooster dat mooi gerestaureerd is, maar waar we de bordjes volgden en geen foto’s gemaakt hebben van de kerk en het klooster, alleen van een kleine kapel langs de weg. Weer terug in het appartement hadden we nog genoeg daglicht over om de buurt lopend wat te verkennen, openingstijden van super en bakker te bekijken, langs restaurantjes in de buurt te lopen om iets voor ‘s avonds uit te zoeken en kwamen we zowaar een soort altijd-open super tegen om wat boodschappen te doen.

Eerste keer uit eten op loopafstand bij een restaurant dat het appartement aanraadde: het vlees was heerlijk, de griekse sla ook, maar de aardappels waren ons veel te vet. Genoeg zwerfkatjes op het terras voor entertainment, ook dat vooroordeel weer bevestigd. ‘s Avonds een top 5 van attracties proberen op te stellen, om erachter te komen dat met het bergachtige landschap en de kwaliteit van de wegen een heel aantal ervan 4+ uur rijden zijn. Met stip op 1 stond natuurlijk de geboorteplaats van Zeus, die was 2 uur 20 rijden, dus daar gaan we ons morgen aan wagen…