Gelukkig voor ons was de wind weer wat toegenomen tot een kleine 3, want anders was de tocht naar Muiden bijna niet haalbaar geweest. Zeilend wel te verstaan en voor 30+km motoren hebben we geen zeilboot gehuurd. Waarom persé Muiden, zul je je afvragen? Omdat ik me daar had ingeschreven voor het rondje Pampus: 1x per jaar organiseren ze daar een een openwaterzwemtocht rondom het eiland Pampus.
Helaas was het wel een kruisende koers, wind die wisselde van zuid-west naar west-zuid-west. Hoe westerlijker hoe beter voor de koers naar Muiden, maar dan moet je wel opletten als de wind schift, want voor je het weet ga je dan te ver de verkeerde kant op. Heel goed opgemerkt door stuurman Nino dat we meer richting Enkhuizen aan het zeilen waren dan richting Muiden, snel overstag en in ieder geval 1 slag goed richting zuid kunnen maken.
Gelukkig hadden we bijzonder mooi weer met veel zon en een lekkere temperatuur van 24C, kon het water weer een beetje opwarmen om boven de 20C uit te komen. Wel rustig varen, de kapitein kon zelfs een dutje doen.
Onderweg kom je langs het vuurtorentje van Marken en op een gegeven moment heb je Pampus in zicht en weet je dat je er bijna bent. Met windkracht 3 is de tocht erg lang, maar na dik zes uur voeren we toch de vaargeul bij Muiden binnen.
We hadden al gebeld naar de jachthaven die het dichtst bij de veerboot van Pampus lag om een plekje te reserveren. En Bart voer ons vakkundig box 25 in. Een mooie kleine haven, niet koninklijk, maar wél veel dichter bij het Muiderslot. De Albert Heijn was wel weer een mooi eindje lopen, maar konden we mooi de oude sluis naar de Vecht bewonderen en langs de oude trekvaart naar de super voor het avondeten.

Een dag weinig wind, dat is balen, maar dit was al langer aangekondigd dus we hadden erop gepland: ‘s ochtends eerst shoppen in Batavia stad en daarna desnoods motorend naar de Markerwadden. Daar waren we natuurlijk met m’n vader al geweest eerder deze vakantie, maar Eniek en Nino wilden het ‘nieuwe land’ ook graag zien en het een tweede keer aandoen is echt geen straf.
In Batavia stad vooral voor buiten het een en ander weten te scoren bij Tenson, Northface en de Sketcher. Na een uurtje of 2 waren we echt wel helemaal uitgeshopt en was het ook mooi lunchtijd. Na een relaxte lunch richting Markerwadden, dat stukje oversteek was maar 8 1/2 km en dat was maar goed ook. Met 2 knopen wind – tegenwind wel te verstaan – was zeilen kansloos en zijn we zeer tegen onze principes in op de motor overgestoken.
De haven was beduidend drukker dan een week eerder, langs de steigers mochten maximaal 2 boten naast elkaar, dus voor de tweede keer deze vakantie werd het een dubbel-lig-nacht. Van onze Duitse buren hebben we verder geen last gehad, behalve dat we ons verbaasden dat ze met zo’n mooie (eigen) boot zo slecht konden varen…
Toen we een koud drankje gingen drinken op het terras, hoorden we opeens een bekende stem: lag Pieter hier ook gewoon met z’n boot. Wat een toeval! En om het toeval nog groter te maken: Casper lag er ook. Nou ja, zomaar een mini-reünie van Let’s Swing vrienden.
Van Lemmer gingen wij weer richting het zuiden, niet alleen om dat de wind ons daar eigenlijk al naartoe blies, maar ook omdat er nog wat wensen op het lijstje stonden: shoppen bij Batavia Outlet Store in Lelystad. Tussen de rijen en rijen windmolens zetten wij koers naar de Houtribsluizen.
Ook met ruime wind en een ruime 4 is 40km zeilen nog een heel eind, dus weer een lange dag. Er niet korter op gemaakt door het lange wachten bij de sluis, blijkbaar waren er veel vrachtschepen onderweg. We mochten bij een vrachtschip uit Rotterdam in de sluis, dus we waren in ieder geval in goed gezelschap.
In de Bataviahaven was voldoende plek, de steigers liggen altijd wat laag, dus hoge afstap, maar gelukkig zijn we allevier nog lenig genoeg. Na 6 uur varen waren we eigenlijk allemaal wel kapot, dus het bezoek aan de Mall werd uitgesteld tot morgenochtend, konden we ook nog eens lekker uitslapen, want de winkels gaan pas om 10 uur open. Wel gingen Bart en ik nog even naar de Albert Heijn op de havenfietsen, sinds we die ontdekt hebben, lopen we het half uur naar de appie niet meer. En we fietsten er nog in een keer heen ook.
Eerst natuurlijk wel gewoon rustig ontbijten met vers brood van de bakker. Ook oranjekoek, sûkerlatte en dùmkes mochten niet ontbreken aan het arsenaal voor op het water. Alle snacks in de bak die in het midden van de kuip staat, want met windkracht 6 komt niemand graag beneden om iets op te halen als het niet echt nodig is.
Na 5 uur varen kwam de haven van Lemmer in zicht. En wie stonden daar op de pier te zwaaien? Bob en Magon die ons via locatie-sharing al hadden kunnen volgen. Erg handig aanleggen in de box met twee man op de wal om de touwen aan te nemen! Met z’n zessen gingen we eerst in Lemmer zelf een ijsje eten, wat shoppen en daarna ook nog een kopje koffie op het terras. 


Met de buurman hadden we afgesproken dat we zo rond negen uur, half tien zouden vertrekken. Hij wilde blijven liggen, maar zoals gebruikelijk maak je dan plaats als degene die je dubbelt weg wil. Op de motor gingen we het kanaal richting IJsselmeer uit, langs kasteel Radbout dat in het zonnetje al stond te stralen. Buitengaats als een geoliede machine de zeilen gehesen: op naar de overkant.


Ondanks dat het kermis was in het dorp, waren bijna alle restaurants gesloten. De keus was dus tussen pizza of chinees, de Italiaan heeft gewonnen, want dat eet lekkerder op de boot. De wind was inmiddels wat toegenomen en de bootjes die na ons kwamen hadden soms iets meer moeite met binnen hun box te komen. Op de muziek van de kermis vielen we allemaal in slaap. De volgende ochtend stond weer een lange tocht op het program, goed uitrusten dus. 

