Aapjes kijken bij de Britten

Gibraltar kende ik vooral als een enorme rots, die nog steeds Brits grondgebied is (of liever een overzeese kolonie) en dat de makaken daar gewoon in het wild voorkomen. Als het dan maar een kleine 2 uur rijden is, dan gaan we natuurlijk met paspoort op zak op pad. Al van verre zie je de enorme witte puist uit de grond omhoog komen. De grensovergang op de heenweg ging heel soepel, raampje opendraaien, paspoorten open en we mochten meteen doorrijden. 

Verder dan de rots en de apen hadden we ons eigenlijk nog niet verdiept in Gibraltar, maar met een folder op zak reden we eerst helmaal door naar het zuidelijkste punt. Daar kon je mooi de straat bewonderen en in de verte Marocco zien liggen. Overal op het eiland vind je kanonnen, want Gibraltar was niet voor niets een strategisch punt en verdedigingsbolwerk, voor de Romeinen, de Moren, de Spanjaarden en ook de Engelsen natuurlijk. 

Op het Zuidelijkste punt heb je behalve de vuurtoren, de enige Moskee in Gibraltar en best prima koffie niet veel, want de meeste bezienswaardigheden liggen OP de rots. Dus wij zetten al snel weer koers richting het centrum om daar met de kabelbaan de berg op te gaan, dan hadden we in ieder geval de eerste paar honderd meter winst. De wandeling door het natuurpark zelf was ook al een paar kilometer met flink wat hoogtemeters, dus die kleine ‘cheat’ was erg welkom. 

Meteen was het al raak met de apen, ze zaten echt overal op de hekken en in de bomen. Voor den duvel niet bang, maar onze rugzak en ook wijzelf waren niet interessant genoeg, dus we konden rustig foto’s maken en genieten van de kleintjes die aan het spelen waren. De grote apen lagen vooral lui in de zon te slapen of elkaar te vlooien. 

Langs de route kwamen we het uitkijkpunt met glazen dek tegen, via de glazen bodem kon je de rots mooi onder je zien liggen. De volgende stop na een flinke klim was O’Hara’s batterij, niet zo’n oplaadbare, maar de kanonnen, die ook nog in de tweede wereldoorlog een belangrijke rol speelden. Wat een enorme installatie en overal weer die tunnels die ze uitgroeven (daarover later meer). 

Weer omlaag kwamen we de grotten van Sint Michael tegen, enorm mooie druipsteengrotten met als centrale punt een constellatie die ook zonder de enorme lichtshow echt op een aartsengel leek. Een beetje kitch al die lichteffecten, maar met zo’n mooie grot als canvas was het toch ook heel bijzonder. En het café was een welkome stop om even wat te drinken en van het uitzicht op de haven te genieten. 

Nog weer een stukje verder naar beneden was de nieuwe hangbrug. Recent toegevoegd als extra toeristische attractie. Grappig en schitterend uitzicht, maar verder leidt de brug nergens naartoe, dus je maakt gewoon een rondje om dan weer verder te gaan. De daaropvolgende klim omhoog was wel weer even een eindje, want helemaal aan de andere kant van de rots bevinden zich de oudste tunnels van het de rots.

Tijdens de ‘great seige’ (lange belegering) waarin Spanje probeerde om gebruik te maken van het feit dat de Britten druk bezig waren in Amerika met de onafhankelijkheidsoorlog daar, om Gibraltar weer terug te krijgen, hakten vele Engelse soldaten enorme tunnels in de rots om ook de Noordkant van Gibraltar met kanonnen te verdedigen tegen de invasie. Dat lukte wonderwel, want na 3 jaar en 7 maanden “wonnen” de Britten en bleef Gibraltar gewoon zoals het was. Ook tijdens de tweede wereldoorlog kwamen deze tunnels weer van pas, we zagen een paar mooie foto’s van zoeklichten uit alle hoeken van de rots om vijandelijke vliegtuigen neer te schieten met de – nieuwere- kanonnen.

De tocht terug naar de kabelbaan zou 2km omhoog zijn, dus wij kozen voor de 2km omlaag om naar de parkeerplaats te lopen. Genoeg Engels weer opgedaan, we hadden ook nog een tocht van 2 uur voor de boeg. Dat de grensovergang dit keer iets minder soepel verliep was een tegenvaller van ruim 20 minuten, maar blijkbaar wordt er nog wel eens wat illegale waar gesmokkeld en checkt de douane dus graag de achterbakken en bagage van bepaalde auto’s. Wij zelf zagen er onschuldig genoeg uit, dus toen we eindelijk vooraan in de rij stonden, konden we snel weer doorrijden. De terugtocht hadden we uitgezocht om zo dicht mogelijk langs de Middellandse zee te rijden, met de zon schuin achter ons, ook niet een vervelende tocht.  

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *